TOELICHTING:Dit verhaal uit de Sahara is bedoeld om kinderen in slaap te wiegen. Het terugkerende refrein draagt daartoe bij. Het is ook sterk belerend van karakter. Kinderen moeten vertrouwen hebben in hun moeder. De geitjes met de namen die verwijzen naar eten en drinken, aardse zaken, worden het slachtoffer.
Kanoen = de wet van de Koran, Rodouane = de aartsengel die de Paradijspoort bewaakt, Hamham = zoeits als mm (lekker), Zemzem = verwijst naar de heilige bron van Zemzem (dorst). Een ghoel is een boze geest; de sjeik waar de ghoel om advies gaat, heeft ook de naam van adviseur (maidabbar betekent adviseur).
Het verhaal doet denken aan het sprookje
De wolf en de zeven geitjes van Grimm.
Uit: J. Scelles-Millie, Paraboles et contes d'Afrique du Nord, Parijs, 1982. 'La chèvre Bournia' pp. 101 e.v.