Onafhankelijkheidsdag
Datum:
jaarlijks op 24 september

Onafhankelijkheidsdag

Datum: woensdag 24 september 2014
Land / gebied: Guinee-Bissau

Guinee-Bissau

Guinee-Bissau verklaarde zich 24 september 1973 onafhankelijk van Portugal; Portugal erkende de onafhankelijkheid op 10 september 1974.


De onafhankelijkheidsstrijd in Portugees Guinée (thans Guinée-Bissau) begon reeds in de jaren vijftig onder leiding van Amílcar Cabral met de vorming van de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC). Gewapend verzet groeide in de jaren zestig en in 1972 was tweederde deel van het land onder de controle van de PAIGC. Begin 1973 werd Cabral vermoord door enkele dissidenten. In september van datzelfde jaar werd Guinee-Bissau onafhankelijk en werd Cabral's broer, Luiz, de eerste president.

Met de economische situatie ging het tijdens het regime van Cabral bergafwaarts, hetgeen niet alleen te wijten was aan de grote droogte maar ook aan het wanbeleid van Cabral. In 1980 maakte een coup een eind aan zijn bewind en werd João Bernardo ('Nino')Vieira president. Hij kwam aan het hoofd te staan van een door militairen gedomineerde PAIGC-regering, die op economisch gebied weinig verbetering bracht.

In 1984 werden de eerste parlementsverkiezingen gehouden met door de PAIGC 'voorgeselecteerde' kandidaten. Het aldus gekozen Parlement keurde een nieuwe constitutie goed. Onder druk van de in Portugal verblijvende oppositie en de Internationale Gemeenschap hechtte president Vieira in 1990 zijn goedkeuring aan de invoering van een meerpartijen stelsel, waarvoor in 1991 de constitutie uit 1984 werd geamendeerd. De eerste meerpartijen verkiezingen voor President en Parlement werden gehouden op 3 juli 1994 en werden gewonnen door de PAIGC, hetgeen voornamelijk te danken was aan de verdeeldheid van de oppositie. Vanaf 1995 groeide de kritiek op de regering, die verantwoordelijk werd gehouden voor het slechte economische beleid, corruptie, stijgende prijzen en de achteruitgang van de sociale omstandigheden. De sociale onrust nam hand over hand toe en op 7 juni 1998 brak er een militaire opstand uit, geleid door Ansumane Mané. Deze opperbevelhebber van de strijdkrachten was een aantal dagen daarvoor ontslagen vanwege zijn (vermeende) betrokkenheid bij wapensmokkel naar rebellen in Casamance, Senegal. De opstandelingen met een groot deel van het leger achter zich stelden dat de ondermijning van democratie en ontwikkeling van het land door de PAIGC-regering de aanleiding vormden voor hun actie. Op verzoek van president Vieira stuurden Senegal en Guinée-Conakry op basis van bilaterale defensie-akkoorden met Guinee-Bissau troepen ter ondersteuning van Vieira. Hoewel vooral het Senegalese leger flinke verliezen leed, verhinderde de buitenlandse interventie wèl een snelle overwinning van de opstandelingen en gaf het eveneens een internationale dimensie aan het conflict. Deze interventie heeft de relaties tussen Senegal en Guinée-Conakry enerzijds en Guinee-Bissau anderzijds voor een aantal jaren sterk onder druk gezet. De oorlog heeft weliswaar relatief weinig burgerslachtoffers geëist, maar wel enorme schade aan de infrastructuur aangericht. Bovendien zijn er destijds mijnenvelden rond de hoofdstad gelegd die vervolgens slechts met veel kosten weer zijn verwijderd. Van Senegalese zijde wordt de interventie in Guinee-Bissau overigens -geheel onterecht- als grote militaire overwinning beschouwd. Het conflict werd de facto in mei 1999 beëindigd, toen de militairen onder leiding van Mané alsnog Vieira verdreven. De daarop volgende parlementaire en presidentiële verkiezingen leverden een overwinning op voor de Partido da Renovaçao Social (PRS) die een coalitie aanging met de RGB/Bafata partij en enkele onafhankelijken. Kumba Yalà (PRS) werd de nieuwe president. In tegenstelling tot hetgeen verwacht werd, bleek Ansumane Mané zijn functie als Supremo Comandante van de militaire Junta én de Junta zelf in stand te houden. Mané, gesteund door een kleine entourage, trachtte in november 2000 een coup te plegen, maar het leger bleef achter de president staan. Mané kwam enkele dagen erna om bij, aldus de officiële versie, een poging te vluchten nadat duidelijk was geworden dat zijn coup was mislukt.

President Kumba Yala liet zich sinds zijn aantreden in toenemende mate kennen als een volstrekt onberekenbare persoon, die naar believen ministers aanstelde en om het minste of geringste weer ontsloeg. Het ontbrak hem aan enige visie over de politieke of economische toekomst van het land; zijn enige doel was het aan de macht blijven en tegen elkaar uitspelen van (potentiële) tegenstanders. Om uit deze uitzichtloze situatie van wanbeheer en successievelijke ontmanteling van de democratische instellingen in het land te geraken, werd Kumba Yala op 14 september 2003 door het leger in een geweldloze staatsgreep uit de macht ontzet. Hoewel het leger in eerste instantie een militair als president wilde aanstellen, accepteerde het na grote binnen- en buitenlandse druk alsnog de niet-politieke zakenman Henrique Rosa als burgerpresident. President Rosa heeft gedurende zijn interim-presidentschap de reputatie van Guinee-Bissau enigszins kunnen herstellen. Onder diens leiding heeft vervolgens een interim-regering', met steun van de militairen en van vrijwel alle politieke partijen en stromingen en maatschappelijke organisaties, het land bestuurd tot de parlementsverkiezingen van 28 maart 2004. De 'onafhankelijkheidspartij' PAIGC won deze verkiezingen met 45 van de 102 zetels en heeft vervolgens, met gedoogsteun van de oppositiepartijen een PAIGC-regering gevormd, onder leiding van Carlos Gomes Junior.

Verder lezen

Zie ook
Meer informatie (externe link)

Een feestdag in Guinee-Bissau