Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 25 min.
Herkomst:




De grote klok van Peking Een Chinese sage over een dochter die zich voor haar vader opoffert

Heel lang geleden leefde in de stad Nanking eens een oude bouwmeester, die Meng heette. Hij had al heel wat grote bouwwerken voor de stad uitgevoerd en was dan ook een zeer geacht man. Op een dag kreeg hij opdracht de grote Zuiderpoort in de stadsmuur te herstellen. De Zuiderpoort was al meer dan duizend jaar oud. Geen wonder dus, dat die wel eens hersteld moest worden.

Meng dacht eerst, dat zijn taak heel gemakkelijk was. Maar het werk bleek veel moeilijker te zijn, dan hij verwacht had. Toen hij voor de Zuiderpoort stond, wist hij eerst niet, wat hij zag. De hoge poort was al voor de helft in de bodem weggezakt! Meng vond de zaak heel geheimzinnig. Hoe kwam het, dat de grond op die plaats plotseling zo zacht was geworden? Hij gaf zijn arbeiders bevel de poort en een gedeelte van de muur af te breken. Hij wilde eerst de grond diep laten uitgraven en dan pas weer met bouwen beginnen.

Maar de volgende dag, al heel vroeg, kwam een opzichter bij Meng en vertelde hem, dat die nacht de hele poort in de grond verdwenen was. Meng volgde de verschrikte man naar de Zuiderpoort en zag op die plek een grote kuil, gevuld met modder. De arbeiders probeerden, de kuil leeg te scheppen, maar tevergeefs. Het leek wel, of de poort in een diep moeras was weggezakt.

Meng kreeg een angstig voorgevoel. Hij gaf zijn mannen bevel, de kuil met aarde en stenen dicht te gooien, 's Avonds was de kuil gedempt, maar de volgende morgen bemerkten de arbeiders tot hun schrik, dat hun werk vergeefs was geweest. De kuil stond weer tot de rand vol modderig water!

Ditzelfde gebeurde vele dagen achtereen. Toen begonnen de bewoners van Nanking te mopperen. Ze vonden het helemaal niet prettig, dat er zo'n groot gat in hun stadsmuur was. In de omgeving wemelde het van rovers. Deze heren zouden wel eens van de gelegenheid gebruik kunnen maken, om 's nachts de stad binnen te dringen en daar hun slag te slaan. Meng kreeg nu bevel, zich zoveel mogelijk te haasten. Maar de oude bouwmeester wist geen raad meer met het geval.

Tenslotte werden de mensen zo ongeduldig, dat ze van het bestuur van de stad eisten, Meng te ontslaan. "Het werk kost handen vol geld en schiet geen zier op," zeiden ze. "Binnenkort is de hele stadsmuur verdwenen. De oude Meng verstaat zijn vak niet meer." Meng merkte heel goed, dat hij de achting van zijn medeburgers verloren had. Mensen, die hem vroeger beleefd gegroet hadden, als ze hem op straat tegenkwamen, deden nu net, of ze hem niet zagen. Sommigen dreven zelfs openlijk de spot met hem. Die schande kon de oude man niet verdragen. Hij werd ziek en stierf korte tijd later.

Bouwmeesters waren er echter genoeg in Nanking. Maar... geen van allen durfde het werk aan. Ze wisten, welke geheimzinnige dingen er gebeurd waren en dachten: "Daar bemoeien we ons liever niet mee."

Tenslotte kwam het bestuur van de stad ook bij Li, een jonge man, die nog voor bouwmeester studeerde. Toen men hem vroeg, of hij de leiding van het werk op zich wilde nemen, dacht Li: "Waarom zou ik het niet proberen! Misschien lukt het mij, de poort weer op te bouwen, en dan zal ik meteen beroemd zijn." Hij antwoordde dus, dat hij de opdracht graag aannam.

De volgende dag liet hij de arbeiders de kuil weer dempen. Tegen de avond waren ze daarmee klaar. Allen gingen nu naar huis, behalve Li, die ongemerkt achterbleef. "Ik wil toch eens weten, wat er 's nachts in die kuil gebeurt," dacht hij. Nadat hij enige uren gewaakt had, begon hij slaap te krijgen. Wel deed hij zijn uiterste best om wakker te blijven, maar het lukte hem niet. Tegen middernacht sliep hij rustig.

Plotseling werd hij gewekt door een ongewoon geluid. Hij keek op en zag bij het licht van de maan een grote draak. Het monster zat onder in de kuil en trok met zijn poten de aarde en de stenen naar beneden. Binnen enkele ogenblikken had de draak het werk van de arbeiders ongedaan gemaakt en stond de kuil weer vol water.

Li durfde zich niet bewegen uit angst, dat het monster hem zou opmerken. De draak klom echter rustig uit de modderpoel en sprak: "Li, je hoeft niet zo stil te blijven zitten, want ik heb je wel gezien. Je weet nu, wie de Zuiderpoort heeft doen verzakken. Ik zal je ook nog vertellen, waarom ik dit gedaan heb. Ik ben de geest van het Kristalmeer. Jaren achtereen hebben de mensen uit Nanking van het heldere water geprofiteerd. Maar niemand heeft er ooit aan gedacht mij dankbaarheid te betonen. Daarom wil ik hen straffen. Ik was van plan, de hele stadsmuur te laten verdwijnen, maar ik ben van plan veranderd. Ik zal jou toestaan de put te dempen en de poort weer op te bouwen." De draak zweeg even. Toen ging hij door: "Denk eens aan, Li, hoe beroemd zul je worden! hoe dankbaar zullen de mensen je zijn!.. en in ruil hiervoor eis ik maar een kleine beloning van je..."

Bevend zei Li: "Ik ben maar een arm man, heer."

"Dat weet ik," antwoordde de draak, "maar wat ik je vraag, zul je me kunnen geven. Hier is het contract. Teken, en ik zal je toestaan, de poort weer op te bouwen."

Li aarzelde. "Ik ben maar een arm man, heer," zei hij nog eens. "Ik bezit niets." - "Wat ik van je vraag, zul je me kunnen geven," sprak de draak. "Zet je naam onder dit contract, Li, en je zult beroemd worden."

Met bevende handen nam Li de stift, die de draak hem toereikte. Hij prikte zich even in zijn vinger en met een droppel van zijn bloed tekende hij zijn naam onder het contract.

"Als de maan weer vol is, zal de poort hersteld zijn," zei de draak. "Dan verwacht ik je weer hier, op hetzelfde uur." Met deze woorden verdween het monster in de modder van de put. Diep in gedachten verzonken ging Li naar huis. Zijn vrouw wachtte al op hem en was vreselijk nieuwsgierig om te vernemen, wat hij gezien had. Tot haar grote teleurstelling zweeg Li. Hij had nog nooit geheimen voor zijn vrouw gehad. Maar hij durfde haar niet te vertellen, dat hij een overeenkomst met een draak gesloten had.

's Morgens begaf hij zich naar de Zuiderpoort. Daar stonden zijn arbeiders al met een moedeloos gezicht in de kuil te staren. Maar Li zei: "Kom, mannen, doe vandaag nog eens goed je best. Ik weet nu, waarom het zand telkens weggezakt is. Maar dat zal niet meer gebeuren. Ik beloof jullie, dat we morgen zullen beginnen, de poort weer op te bouwen." De arbeiders keken de jonge bouwmeester met ongelovige blikken aan. Nu, ze zouden gauw genoeg weten, of hij de waarheid sprak, of hun maar wat wijs gemaakt had. Ieder ging weer aan het werk. 's Avonds was de kuil weer gedempt. En toen de mannen de volgende morgen terugkwamen, zagen ze dat voor het eerst sinds vele weken, het zand niet weggezakt was.

Ze keken naar Li en tot hun grote verbazing bemerkten ze, dat zijn gezicht niet vrolijk stond. Ze konden werkelijk met metselen beginnen. In het begin verwachtten ze iedere morgen, dat hun werk van de vorige dag weer verdwenen zou zijn. Maar toen dat niet gebeurde, kregen ze grote achting voor de jonge bouwmeester. Hij had immers getoond, nog bekwamer te zijn dan de beroemde Meng.

Li zelf moest van al dat eerbetoon niets hebben. Met angst en beven wachtte hij, tot het werk voltooid zou zijn. Het kwam uit, zoals de draak gezegd had. Precies op de dag, dat de maan weer vol was, kwam de poort gereed. Groot was de blijdschap van de burgers. Iedereen sprak vol lof over Li. Maar deze liet zich de hele dag niet zien.

's Avonds sloop hij heimelijk naar de Zuiderpoort. Te middernacht zag hij de draak uit het meer kruipen. Li's hart klopte angstig. De draak sprak: "Ik heb mijn belofte gehouden, Li; nu eis ik mijn beloning."

"Wat verlangt u van een arme bouwmeester?" vroeg Li zacht.

Vol ontzetting hoorde hij het antwoord van het monster: "Over een jaar zal je een dochtertje geboren worden, Li. Wanneer het meisje zestien jaar zal zijn, moet je haar aan mij afstaan. Je hebt het contract met je bloed getekend. Denk daar aan, Li." Met die woorden keerde de draak zich om en kroop naar het meer terug.

Er brak een vreselijke tijd aan voor Li. Nooit was hij meer vrolijk. Steeds dacht hij aan het vreselijke contract. De mensen zeiden onder elkaar: "Wat gedraagt die Li zich vreemd. Hij is toch een beroemd man, maar hij doet, alsof hij een slechte daad bedreven heeft, zo schuw is hij."

Na een jaar werd werkelijk het dochtertje geboren. Toen Li het kind zag, werd hij doodsbleek. Zijn vrouw, die dol gelukkig was, keek hem lang aan. Ze vermoedde, dat haar man een vreselijk geheim voor haar verborgen hield.

Enkele dagen later, op een avond, zei ze tegen hem: "Li, sinds je de Zuiderpoort gebouwd hebt, ben je helemaal veranderd. Je schijnt zelfs niet eens blij te zijn, nu ons eerste kind geboren is. Li, ik ben toch je vrouw. Waarom zeg je me niet, wat je hindert?"

Toen kon de arme Li zich niet langer goedhouden en hij barstte in jammerklachten uit. Nadat hij wat bedaard was, vertelde hij zijn vrouw, welk vreselijk contract hij met de draak gesloten had. De jonge moeder was ontzet over het afschuwelijke lot, dat haar dochtertje wachtte. Maar ze toonde zich flinker dan haar man. "We moeten iets doen, om ons kind te beschermen," zei ze. Dat was Li met haar eens. Alleen wist hij niet, hoe hij het contract ongedaan kon maken. "Dat kun je niet," zei zijn vrouw. "Je hebt het immers ondertekend? Maar misschien is er wel een of ander middel, om ons kind te behouden. Zoals je weet, is mijn oom Tan klokkengieter in Peking. Laten we naar hem toegaan. Hij heeft zelf geen kinderen en zal je dus graag als zoon aannemen en je zijn vak leren. De draak kent je als Li, bouwmeester in Nanking. Zou hij je herkennen, wanneer je als klokkengieter onder de naam van Tan in Peking leeft?"

Li antwoordde ontroerd: "Ik dank de goden, dat ze mij een vrouw hebben geschonken met zo'n helder verstand. Ik zal graag klokkengieter worden, want ik haat mijn oude beroep, dat me verleid heeft tot zulk een vreselijke belofte." In alle stilte verhuisden ze naar Peking, waar ze hartelijk door de oude klokkengieter Tan ontvangen werden. De grijsaard voelde zich ingelukkig, dat hij nu tegelijk twee kinderen en een kleinkind kreeg. Hij leerde Li het klokkengieten en toen hij na enige jaren stierf, was Li de vroegere bouwmeester, al een bekwaam klokkengieter geworden. Li noemde zich voortaan ook Tan en iedereen in Peking meende, dat hij werkelijk de zoon van de oude Tan was.

Het dochtertje, dat Ko-ai heette, groeide op tot een lief meisje. Ze was de grootste schat van haar ouders, vooral, omdat ze geen andere kinderen kregen. Zo leefde het drietal heel gelukkig met elkaar.

Toen het meisje ouder werd, dachten de ouders in stilte nog wel eens een enkele keer aan het contract. Maar omdat ze nooit iets van de draak merkten, hoopten ze, dat het monster de overeenkomst vergeten zou hebben.

Juist in die tijd werd de Grote Klokkentoren van Peking voltooid. De bouwmeesters mochten trots zijn op hun werk. De toren was zo hoog, dat de wachters een prachtig uitzicht hadden over de omgeving. Geen vijand zou de stad onopgemerkt kunnen naderen. Nu moest er nog een klok gegoten worden voor deze trotse toren. De oude Tan was de meest bekende klokkengieter van Peking geweest. Daarom meende de keizer, dat zijn zoon deze klok, die de grootste van het hele land zou worden, moest gieten. Li voelde zich heel vereerd met die opdracht. Hij nam een groot aantal bekwame arbeiders in dienst en liet door kooplieden overal in het land brons kopen. Ondertussen maakten de arbeiders van zand en klei de vorm, waarin het metaal gegoten zou worden.

Nadat allen enige maanden hard gewerkt hadden, waren de voorbereidingen afgelopen. De keizer verscheen in de werkplaats en terwijl de muziek speelde, werd het witgloeiend metaal in de vorm gegoten. Nadat dit was gebeurd, vertrok de keizer. Het zou toch nog enkele dagen duren, voordat de klok afgekoeld was en geprobeerd kon worden.

Iedereen was vreselijk nieuwsgierig naar de uitslag, maar Li kon bijna het grote ogenblik niet afwachten. Eindelijk verwijderden de arbeiders de aarden vorm, de klok werd zichtbaar... en toen bleek, dat hij gebarsten was!

Niemand durfde deze boodschap aan de keizer overbrengen, daarom ging Li zelf naar het hof. De keizer was erg teleurgesteld, maar gaf Li toch opdracht, opnieuw te beginnen.

Li dacht, dat misschien een van zijn mannen een kleine fout had gemaakt. Daarom keek hij nauwkeurig toe op alles, wat zijn arbeiders deden. "Deze keer wil ik de keizer niet teleurstellen," dacht hij. Maar al zijn zorgen mochten niet baten. Toen na enkele maanden de tweede klok gegoten werd, bleek deze ook onbruikbaar, ja ze was zelfs nog slechter dan de eerste.

Li was radeloos. Met grote ogen staarde hij naar de klok. Hij wist nu heel zeker, dat er geen enkele fout gemaakt was. Maar hoe kwam het dan, dat het werk alweer mislukt was? Ineens kwam er een vreselijke gedachte bij hem op. Ko-ai was juist zestien jaar geworden. Zou de draak van het meer soms op deze manier wraak willen nemen?

Iemand trad de werkplaats binnen. Het was de boodschapper van de keizer. Deze was vreselijk boos, dat de klok weer mislukt was. De keizer wilde Li nog een laatste kans geven. Maar als Li er dan niet in slaagde, een klok te gieten tot volle tevredenheid van de keizer, zou hij worden onthoofd! "Ik ben een verloren man," dacht Li wanhopig.

"Laat de moed niet zakken, Li. Doe je uiterste best, dan moet de klok goed worden." Het was zijn vrouw, die zo sprak. Maar toen hij haar ontstelde gezicht zag, begreep hij, dat ook zij aan een wraakneming van de draak had gedacht Natuurlijk durfde hij haar niet vertellen, welk groot gevaar zijn eigen leven bedreigde. Ko-ai wist niet, welk afschuwelijk lot haar boven het hoofd hing. Ook zij trachtte de arme Li te troosten, zoveel ze kon. "Waarom zou de klok voor de derde maal mislukken?" vroeg ze. "Kom vader, ik weet zeker, dat u nu zult slagen."

Inwendig echter was ze ook heel bang. Ze begreep wel, dat het vreselijk voor haar vader moest zijn, als de klok weer mislukte. Daarom ging ze in alle stilte enige dagen later naar een sterrenwichelaar. Deze zei: "Het leven van uw vader is in gevaar, als de klok weer mislukt. En de klok kan alleen gelukken, als het brons vermengd wordt met het bloed van een mens, die zich voor uw vader vrijwillig wil opofferen."

Eerst kon het meisje deze ontzettende voorspelling niet geloven. Maar toen vernam ze uit gesprekken, die ze toevallig hoorde, dat de keizer werkelijk van plan was haar vader te laten onthoofden, als de klok weer mislukte. Dit wist immers iedereen in Peking, van de armste koelie tot de rijkste mandarijn. "Een mens moet zich vrijwillig voor vader opofferen," dacht de arme Ko-ai. "Dat kan niemand anders dan ikzelf zijn. Ik ben immers de enige, behalve moeder, die genoeg van vader houdt, om voor hem te sterven. Maar moeder moet bij hem blijven. Ik, zijn dochter, zal hem redden..."

Haar besluit stond nu vast. Maar het moedige meisje zei niemand iets van haar vreselijk voornemen. Voortdurend sprak ze haar vader moed in. "Ik weet heel zeker, dat deze keer de klok goed zal zijn," zei ze herhaaldelijk. Haar vader keek haar vol liefde aan. "Je weet nog niet eens, welk lot me beschoren is," dacht hij smartelijk. "De goden hebben mij wel gezegend, door mij een vrouw en een dochter te schenken, die zoveel van me houden. Maar waarom, waarom zal ik dan binnenkort afscheid van hen moeten nemen?" Want het stond bij hem vast, dat de draak zich wilde wreken. En Li dacht er niet aan, zijn dochter aan dat wrede monster op te offeren. Dan stierf hij veel liever zelf onder het zwaard van de beul.

Weer was het grote ogenblik gekomen. Een voor een werden de grote potten, vol witgloeiend vloeibaar metaal, in de vorm uitgegoten. Zwijgend keken de omstanders toe. Toen klonk plotseling een snerpende gil: "Voor vader!" en Ko-ai stortte zich in de gloeiende massa. Een vrouw wilde haar nog tegenhouden, maar hield slechts een schoentje in haar hand. Toen de klok geprobeerd werd, bleek hij een prachtige, volle toon te bezitten. Maar telkens, als hij geluid wordt, klinkt daarna een zachte, klagende toon. De bewoners van Peking verstaan die klank: hsieh, hsieh, hsieh.*

"Het is de arme Ko-ai, die om haar schoentje roept," zeggen ze.

* Hsieh: schoen


*   *   *

De grote klok van Peking Samenvatting
Een Chinese sage over een dochter die zich voor haar vader opoffert. Door zijn dochter aan een draak te beloven, lukt het een bouwmeester de stadsmuur van de stad Nanking weer op te bouwen en een beroemd man te worden. Het contract met de draak begint echter te knagen en hij vlucht naar Peking en wordt klokkengieter. Als hij de opdracht krijgt om de grootste klok ter wereld te maken, lukt dat niet: telkens is de klok gebarsten. Er is maar één manier om het voor elkaar te krijgen: het brons moet vermengd worden met het bloed van iemand die zich vrijwillig opoffert. Lees het verhaal

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Sprookjes van Azië" verzameld en bewerkt door R.M. Dalang. C.P.J. van der Peet, Amsterdam, 1957.

Herkomst: China
Verteltijd: ca. 25 min.
Leeftijd: vanaf 13 jaar

Lees ook