Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 19 min.
Herkomst:




De pompoen Een Perzisch sprookje over een beeldschoon meisje in een pompoen

Er was eens een bejaarde vrouw, die Allah haar hele leven vruchteloos had gesmeekt haar een kind te geven. "Ik verlang er zo naar," zei ze tegen haar man, "dat ik het lief zou hebben en als een moeder zou koesteren - al zou het er uitzien als een pompoen."

En zowaar, op zekere dag toen ze de buitendeur opende om de morgenzon binnen te laten, rolde een kleine ronde pompoen de drempel over en de kamer binnen. Maar daarbij bleef het niet. De pompoen begon de oude vrouw om de voeten te buitelen. Even later begon hij te schreien als een pasgeboren kind. Hij schreide zo verdrietig, dat de oude vrouw hem in haar armen nam en begon te wiegen, net alsof ze een echte zuigeling suste. Tot haar verbazing werd de kleine pompoen al gauw stil en het geluid van zijn zachte ademhaling was duidelijk in de kamer te horen.

"Hij slaapt, mijn kleine schat," zei de oude vrouw vertederd en ze legde de pompoen in een zachte wieg.

Het duurde niet lang of de oude vrouw was de pompoen als een eigen kind gaan beschouwen, mijn dochter, zei ze. Dagelijks bracht ze de wieg naar buiten in de zon, ze suste de pompoen als ze huilde, baadde haar in geurig water en droogde behoedzaam de schil met een schone witte baddoek.

De oude vrouw en haar kind konden uren aaneen in de tuin spelen en het liefst speelden ze krijgertje. De pompoen wist verbazend vlug weg te komen en de oude vrouw riep dan: "Denk je dat ik je niet kan pakken, jij kleine ondeugd? Wacht maar eens!"

Door al haar goede zorgen werd de pompoen voortdurend groter; de schil ging over in prachtig goudgeel met strepen en de oude vrouw had het zo druk met haar kind, dat de dag te kort leek. Toen haar pompoendochter ten slotte zo levenslustig en ondeugend werd dat de oude vrouw de drukte niet meer aankon, leek het haar tijd te worden het kind naar school te sturen. Daar zou de ongebreidelde kinderaard wel getemd worden door de strenge tucht van de onderwijzer.

De school stond dicht bij het paleis van de padisjah en de zoon van de padisjah ontvluchtte dikwijls zijn leermeester om uit het raam te kijken; de jongen was zo afgunstig op de kinderen van zijn vaders onderdanen, die gezellig met elkaar speelden en stoeiden op het schoolplein.

Toen hij weer eens voor het raam stond, ontdekte hij tussen de schoolkinderen die naar buiten stroomden en naar huis gingen, een prachtige goudgele pompoen, die de anderen narolde.

De zoon van de padisjah kon zijn ogen niet geloven en de volgende dag zorgde hij op dezelfde tijd weer voor het raam te staan om nog eens te kijken. Wat hij te zien kreeg was nog vreemder dan wat hij de dag tevoren had gezien - hij kon zijn ogen niet geloven. Terwijl hij stond toe te kijken, begon de pompoen bij het naderen van de wijngaard steeds langzamer te rollen, liet alle kinderen voorbijgaan en bleef liggen. Plotseling barstte de schil open als een oesterschelp en er stapte een beeldschoon meisje uit, een meisje mooier dan de maan.

Hij zag het meisje in een van de staken klimmen, waarlangs de wingerdranken zich omhoog slingerden; ze plukte een forse tros sappige druiven, die ze gretig opat. Nadat de laatste druif tussen twee rijen parelende tanden was verdwenen, liet het meisje zich omlaag glijden, stapte weer in de pompoen en rolde snel weg.

De rest van de dag en ook de daarop volgende nacht kon de prins alleen aan het meisje in de pompoen denken en hij werd zo verliefd op haar als een jonge prins maar kan zijn.

Weer werd het morgen en zijn leermeester wachtte tevergeefs op hem. Bevend van verlangen en ongeduld lag de jonge prins te wachten op het dak van de hut in de wijngaard in de hoop, dat het beeldschone meisje nog eens zou komen.

Toen ze dat eindelijk deed, was hij buiten zichzelf van blijdschap. Ze was nog niet uit de pompoen gestapt en langs een staak naar boven geklommen, of de prins boog zich over de dakrand en schoof haar zijn eigen kostbare ring aan de vinger, eer ze besefte wat er gebeurde. De ring was evenwel te ruim voor haar ringvinger en daarom schoof de prins hem om haar middelvinger, waaraan hij precies paste. Daarna nam hij de ring terug. Nadat hij dit had gedaan, sprong de jongeman van het dak en rende regelrecht naar het paleis en de kamer van zijn moeder. Hij knielde voor haar neer en zei: "Lieve moeder, ik zou willen gaan trouwen, maar alleen met het meisje dat mijn ring aan haar middelvinger kan dragen. Hier is de ring."

De moeder van de prins die grote genegenheid voor haar zoon koesterde, gaf de ring aan haar oudste hofdame en zond haar met een groot gezelschap dienaren uit om de omliggende streek te doorzoeken en het meisje op te sporen, dat de ring aan haar middelvinger kon dragen.

De hofdame liep dagen aaneen van huis tot huis, maar ontdekte geen spoor van een meisje, dat de ring van de prins aan haar middelvinger kon dragen. Eindelijk kwam ze ook bij het huis ver buiten de stad, waar de oude vrouw woonde met haar pompoendochter. De dienaren bonsden op de deur en riepen luid, zoals ze dat al dagen aaneen hadden gedaan: "Woont er een meisje in dit huis?"

"Hou me niet voor de gek," zei de oude vrouw, die opendeed. "Mijn hele leven heb ik Allah gesmeekt om een kind, maar hij zond me een pompoen. Allah is almachtig en weet wat hij doet. Ik ben van die pompoen gaan houden alsof het mijn eigen dochter was en geloof maar dat ze een bron van trots en vreugde voor me is, thuis zowel als op de school, waar ze elke morgen heen rolt."

De hofdame en de dienaren schaterden van het lachen, toen ze dit hoorden en wilden beslist die bijzondere pompoen zien. De oude vrouw nodigde hen binnen en zodra ze met eigen ogen de mooie pompoen aanschouwden, die er zo doodgewoon uitzag, moesten ze zich vasthouden van het lachen en de tranen stroomden hun over de wangen. Zodra ze weer op adem waren, deelden ze de oude vrouw mee wat het doel van hun komst was en vertelden erbij, dat ze nog geen meisje hadden gevonden wie de ring paste.

Het was nog niet gezegd of er werd plotseling een tengere meisjeshand uit de pompoen naar buiten gestoken en iedereen verstarde. De hofdame was de eerste die tot zichzelf kwam. "De hand is er," zei ze. "Laten we de ring aan de middelvinger schuiven." En met verbazing zagen allen, dat de ring precies paste.

Onverwijld repte de hofdame zich naar de prins en stelde hem op de hoogte van hun verbijsterende ervaring. Nadat hij haar had aangehoord, gaf de prins bevel de pompoen ogenblikkelijk naar het paleis te halen en zodra dit was gebeurd, zei hij: "Dit is degene met wie ik zal trouwen, ik wil geen andere."

Vruchteloos smeekte zijn vorstelijke moeder hem van zijn dwaze voornemen af te zien, de prins hield voet bij stuk. En er zat niets anders op dan voorbereidingen voor de trouwpartij te treffen. Na de plechtigheid, toen het bruiloftsfeest op het hoogtepunt was, stond de kamerheer op, trok zijn zwaard en riep luid: "Kom nu uit de pompoen te voorschijn!"

Hij had het nog niet gezegd of de pompoen barstte open, zoals dat tevoren in de wijngaard was gebeurd, en er stapte een meisje uit zo verblindend schoon, dat alle aanwezigen de adem in de keel stokte. De padisjah en zijn gemalin waren met stomheid geslagen. Dezelfde avond nog werd de oude vrouw ontboden en toen ze verscheen en met eigen ogen zag hoe liefelijk het meisje was, dat in haar huis was opgegroeid en nu de bruid was van een koningszoon, voelde ze zich innig gelukkig.

Hierna bezocht de bejaarde vrouw haar dochter op gezette tijden en ze zag niet op tegen de vermoeienissen van de langdurige en veelvuldige wandelingen en die twee toonden elkaar de genegenheid, die alleen tussen ouders en kinderen kan bestaan.

De pompoenOp zekere dag toen ze als gewoonlijk op weg was naar haar dochter en nog een flink eind te lopen had, zag ze zich de weg versperd door een leeuw, die haar te kennen gaf dat hij haar wilde verscheuren, want het was zo ongeveer etenstijd voor hem.

"Zoek vandaag dan iets anders te eten, beste leeuw, als je zo vriendelijk wilt zijn," smeekte de oude vrouw. "Ik ben op weg naar mijn getrouwde dochter. Laat me haar nog eenmaal zien. Als ik terugkom, doe je maar met me wat je wilt."

De leeuw bedacht dat hij altijd een nobel dier was geweest, hij was ten slotte de koning van de dieren, en hij voldeed aan het verzoek.

De oude vrouw vervolgde haar weg, maar ver kwam ze niet. Terwijl ze langs een dichte begroeiing van struiken kwam, sprong er een wolf op haar af en zijn ogen waren van de honger met bloed doorlopen en zijn slagtanden waren bloot. De blaffende stem waarmee hij haar begroette was het enige verschil tussen hem en de leeuw, want wat hij wilde kwam op hetzelfde neer. Evenals de leeuw liet evenwel ook de broodmagere wolf met zijn hol staande ogen zich overhalen zijn maaltijd uit te stellen tot de vrouw een bezoek aan haar dochter zou hebben gebracht.

En ze liep door, maar veel verder kwam ze niet. Terwijl ze om een groot brok steen heenliep dat haar pad versperde, veranderde het rotsblok plotseling in een gruwelijke verschijning, die niemand minder was dan de woestijnduivel. Zijn wrede lach was nog angstaanjagender dan de scherpe tanden van de wolf en hij luisterde vol wantrouwen, terwijl de vrouw nog eens smeekte door te mogen lopen. Ze moest lange tijd aanhouden, eer hij haar eindelijk toestond verder te gaan.

Zo bereikte de oude vrouw dan toch haar bestemming. Drie dagen bleef ze bij haar dochter. Toen was het ogenblik aangebroken waarop ze afscheid moest nemen en de gemalin van de prins merkte, dat haar moeder gekweld werd door een zware zorg.

"Wat is er aan de hand, lieve moeder?" vroeg ze en de oude vrouw vertelde haar met een stem die trilde van angst, wat er op de heenweg was gebeurd en wat haar op de terugweg wachtte.

"Zet die angst nu maar van u af, ik zal u helpen," zei de prinses. En ze ging de pompoen halen. "Kijk - stap er maar in en rol naar huis."

Dat deed de oude vrouw en ze rolde terug langs het pad waarlangs ze was gekomen, maar ze werd op zeker ogenblik tegengehouden door de gespleten hoef van de boze geest.

"Zeg eens, ronde streepjespompoen, heb je onderweg soms een oud wijf gezien?"

"Nee, ik niet," zei de pompoen. "Ik zweer bij de soep waarin de Profeet zijn baard liet hangen en bij alle vellen van de ui, dat ik onderweg geen enkel menselijk wezen, laat staan een oud wijf heb gezien. En zou je me nu een zetje willen geven? Ik moet verder, ik heb nog een lange weg voor de boeg."

En de boze geest gaf haar een zetje met de punt van zijn gespleten hoef en de pompoen rolde dapper verder en bleef rollen tot hij werd tegengehouden door de wolf. En omdat de wolf dezelfde vraag stelde als de boze geest, lag het voor de hand dat hij hetzelfde antwoord kreeg. En ook hij gaf de pompoen een zetje met zijn bek en de pompoen rolde maar verder, pardoes in de klauwen van de leeuw. De leeuw vroeg hetzelfde als de twee anderen voor hem en de pompoen gaf hem hetzelfde antwoord.

En dat was jammer - ditmaal had de oude vrouw beter over haar antwoord moeten nadenken.

De manen van de leeuw kwamen overeind van woede bij de gedachte, dat een doodgewone pompoen hem een dienst had durven vragen. En hij had reden tot woede, want was hij niet de koning van de dieren? En in plaats van het zetje te geven, waarom de pompoen hem had verzocht, greep hij de pompoen, hief hem hoog op en smeet hem tegen een rots. De schil sprong open en o schrik, wat eruit sprong was de oude vrouw, die hem in een eindeloze woordenstroom begon uit te schelden.

De leeuw vergat zijn woede en in zijn plotselinge angst en verbijstering drong het niet eens tot hem door dat dit de oude vrouw was, waarmee hij zijn maal had willen doen. Met de staart tussen de achterpoten sprong hij weg, op de vlucht voor die scheldende stem. Hij verdween in het hoge gras langs de weg.

En de oude vrouw kwam veilig thuis en toen zij haar dochter weer bezocht, lachten de twee vrouwen hartelijk om wat haar was overkomen.


*   *   *

De pompoen Samenvatting
Een Perzisch sprookje over een beeldschoon meisje in een pompoen. Vanwege haar kinderwens krijgt een bejaarde vrouw een pompoen als dochter. De zoon van de padisjah wordt verliefd op de pompoen en achtervolgt haar. Zo ziet hij dat er in de pompoen een beeldschoon meisje verborgen zit en hij wenst met haar te trouwen... Lees het verhaal

Toelichting
Vgl. het aanpassen van de ring met het aanpassen van de glazen muiltjes van Assepoester.

Trefwoorden

Thema
  • Kinderwens (Sprookjes over echtparen die dolgraag een kindje willen)

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Perzische sprookjes" bewerkt door Margot Bakker. Uitgeverij N. Kluwer N.V., Deventer, 1972. ISBN: 9020200151

Herkomst: Perzië
Verteltijd: ca. 19 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook