Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 5 min.
Herkomst:

Een witte Kerst Een kerstverhaal van Godfried Bomans

Er was eens een man die het kerstfeest grondig wilde vieren. Hij haalde een laddertje uit de schuur en spande langs het plafond de rode papieren slingers die daarvoor garant zijn. Aan de lamp hing hij een van die rode bellen, die opgevouwen weinig lijken, maar naderhand nog aardig meevallen. Toen dekte hij de tafel. Hij had hiervoor urenlang over drie winkels verdeeld in de rij gestaan, maar het zag er dan ook goed uit. Naast elk bord stak hij ten slotte een kaarsje aan, waarvan je er tien in een doos koopt, en klapte in zijn handen. Dit was het teken om binnen te komen. Zijn vrouw en kinderen, die al die tijd in de keuken elkaar met een verlegen glimlach hadden aangekeken, kwamen bedremmeld binnen.

"Nee maar," zeiden ze, "dat had je niet moeten doen."

Maar omdat hij het toch gedaan had gingen ze blij zitten en keken elkaar warm aan.

"En nu gaan we niet alleen smullen," zei de man, " we moeten ook beseffen wat er nu eigenlijk gebeurd is."

En hij las voor hoe Maria en Jozef alle herbergen afliepen, maar nergens was er plaats. Maar het kind werd ten slotte toch geboren, zij het in een stal. En toen begonnen ze te eten, want nu mocht het, al was er dan veel ellende in de wereld.

"Kijk," zei de man "dat is nu Kerst vieren en zo hoort het eigenlijk." En daarin had hij gelijk. En zij verwonderden zich over de hardvochtigheid van al die herbergiers, maar het was ook tweeduizend jaar geleden moet je denken, zo iets kwam nu niet meer voor. En op dat ogenblik werd er gebeld. De man legde de banketstaaf die hij juist aan de mond bracht, verstoord weer op zijn bord.

"Dat is nu vervelend," zei hij, "er is ook altijd wat." Hij knoopte zijn servet los, sloeg de kruimels van zijn knie en slofte naar de voordeur.

Er stond een man op de stoep met een baard en heldere, lichte ogen. Hij vroeg of hij hier ook schuilen mocht, want het sneeuwde zo. Het was namelijk een witte Kerst, dat heb ik nog vergeten te zeggen, hoe kan ik zo dom zijn. De beide mannen keken elkaar een ogenblik zwijgend aan en toen werd de een door een grote drift bevangen. "Uitgerekend op Kerstmis," zei hij, "zijn er geen andere avonden." En hij sloeg de deur hard achter zich dicht. Maar terug in de kamer kwam er een vreemd gevoel over hem en de tulband smaakte hem niet. "Ik ga nog eens even kijken," zei hij, "er is iets gebeurd, maar ik weet niet wat." Hij liep terug naar de stoep en keek in de warrelende sneeuw. Daar zag hij de man nog juist om de hoek verdwijnen, met een jonge vrouw naast zich, die zwanger was.

Hij holde naar de hoek en tuurde de straat af, maar er was niemand meer te zien. Die twee leken wel in de sneeuw te zijn opgelost. Want het was, zoals gezegd, een witte Kerst. Toen hij weer in de kamer kwam zag hij bleek en er stonden tranen in zijn ogen. "Zeg maar even niets," zei hij, "die wind is wat schraal, het gaat wel weer over." En dat was ook zo, men moet zich over die dingen kunnen heen zetten. Het werd nog een heel prettig Kerstfeest, het was in jaren niet zo echt geweest. Het bleef sneeuwen, de hele nacht door en zelfs het kind werd opnieuw in een schuur geboren.


*   *   *

Een witte Kerst Samenvatting
Een kerstverhaal van Godfried Bomans. Eindelijk een witte Kerst! Een man heeft echt zin het kerstfeest goed te vieren en kookt een uitgebreide kerstmaaltijd voor zijn familie. Hij vertelt het verhaal van Jozef en Maria en hoe zij op zoek waren naar onderdak voor de nacht. Dan wordt er aangebeld en staat er een man voor de deur, die vraagt of hij mag schuilen... Lees het verhaal

Toelichting
De Nederlandse schrijver Godfried Bomans (1913-1971) werd geboren in Den Haag. Het gezin verhuisde naar Haarlem en later naar het landgoed Berkenrode in Heemstede. De vader van Godfried was wethouder in Haarlem, kamerlid en lid van de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Na het lyceum studeerde Godfried Bomans korte tijd rechten in Amsterdam en psychologie en wijsbegeerte in Nijmegen.

Godfried Bomans trouwde in 1944 met Gertrud Verscheure. Bomans werkte op de kunstredactie van de Volkskrant en was ook medewerker van Elseviers Weekblad. Godfried Bomans kreeg grote bekendheid door zijn televisieoptredens. In 1971 verbleef hij een week op het onbewoonde eiland Rottumerplaat voor de Vara, waar de eenzaamheid zwaar op hem drukte. Het oeuvre van Godfried Bomans kenmerkt zich door een speelse ironie. Hij had een groot gevoel voor humor en een voorkeur voor parodie. Hoewel Bomans de meest gelezen Nederlandse auteur was, twijfelden de critici aan de literaire waarde van zijn werk.

Godfried Bomans was een groot kenner van het werk van Charles Dickens. Hij speelde een belangrijke rol bij de vertaling in het Nederlands van het complete werk van Dickens, dat in de vijftiger jaren van de twintigste eeuw in pocketvorm verscheen.

Belangrijke werken van Godfried Bomans zijn: "Memoires of gedenkschriften van minister Pieter Bas" (1937), "Erik, of het klein insectenboek" (1941), "Sprookjes" (1946), "Kopstukken" (1947), "Buitelingen" (1948), "Capriolen" (1953), "Mijmeringen" (1968) en "Beminde gelovigen" (1970).

Trefwoorden


Thema

Feest / viering

Meer kerstverhalen

Verhaalsoort

Bron
"Sprookjes van Godfried Bomans" uitgegeven door Elsevier, 1956. ISBN: 90-10-04483-1

Herkomst: Nederland
Verteltijd: ca. 5 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook