Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:




De schepping van de wereld Een Chinees scheppingsverhaal over het ontstaan van de aarde

In het begin der tijden bestond de aarde met zijn bergen, zeeën en rivieren nog niet. Er was ook geen uitspansel, waaraan overdag de zon straalde en 's nachts de maan blonk en de sterren schitterden. Zonder vaste vormen zweefde de oerstof door een reusachtige bol, de chaos. Toen deze bol openbrak, kwam P'an Koe eruit tevoorschijn.

Hij scheidde de zwaardere delen van de bol van de lichtere. Zo ontstonden aarde en hemel. P'an Koe stond met beide voeten op de aarde en liet de hemel op zijn hoofd rusten. Hemel en aarde werden steeds groter, maar ook de afstand tussen beiden nam elke dag met drie meter toe. Dit duurde achttienduizend jaren, en in al die tijd groeide P'an Koe mee. Toen kwam de beweging tot stilstand en was het grote werk volbracht. P'an Koe strekte zich op de aarde uit en stierf.

Uit zijn adem ontstonden de wolken en de wind. Uit zijn stem kwam de donder voort. Uit zijn linkeroog groeide de zon en uit zijn rechter de maan. De haren van zijn hoofd werden sterren en planeten. Uit zijn lichaamsharen kwamen planten en bloemen voort. Uit de welvingen van zijn lichaam ontstonden bergen en uit zijn beenderen rotsen en stenen. Uit zijn tanden werden metalen gevormd. Zijn beenmerg stolde tot jade en zijn zaad tot parels. Uit het zweet dat zijn lichaam bedekte, nadat hij al die duizenden jaren het uitspansel had moeten stutten, ontstond de regen die de aarde vruchtbaarheid schonk. Uit zijn bloed ontstonden de rivieren en uit zijn aderen de wegen die zich in alle richtingen over het land verspreidden. Zo heeft alles op deze wereld zijn ontstaan aan P'an Koe te danken.

Maar de aarde was nog woest en verlaten. Moe Koea, die een drakenlichaam had met een menselijk hoofd, wilde de aarde bewoond zien door levende wezens. Met haar klauwen vormde zij mensen uit gele aarde. In plaats van een drakenlijf, gaf zij hen een menselijk lichaam met handen en voeten. Alleen het hoofd vormde zij als dat van haar zelf.

De eerste mensen die zij zorgvuldig gevormd had, waren volmaakt. Het werden edelen en rijken. Maar toen zij vermoeid van het werk raakte, doopte zij een touw in de klei en liet er stukken van afdruipen. Dat werden kreupelen en armen, zieken en gebrekkigen. Toen Moe Koea merkte dat het een eindeloos werk zou zijn om steeds nieuwe mensen te vormen, bracht zij een man en een vrouw tezamen en leerde hen zich te vermenigvuldigen. Hierna was haar werk volbracht en zouden de mensen in vrede en rust met elkaar kunnen leven.

Maar er ontstond een grote strijd tussen Koeng Koeng, de Watergeest en Tsjoe Joeng, de Vuurgeest. In het begin leek Koeng Koeng te winnen, maar uiteindelijk was hij niet tegen de kracht van het vuur opgewassen. Hij moest inderhaast vluchten en daarbij stootte hij zijn hoofd tegen de berg Roe Tsjoe S'an, de pilaar waar de westelijke hemel op rustte. De gehele wereld begon te wankelen en er ontstonden grote gaten in het uitspansel. De aarde helde in het westen naar boven en in het oosten naar beneden. In het westen ontstonden grote kloven en spleten, terwijl het water van alle rivieren naar het oosten stroomde, zodat hier een grote oceaan ontstond.

Intussen raasde het vuur over de aarde voort en verbrandde alle mensen en dieren die het op zijn weg ontmoette. Moe Koea, die het menselijk geslacht geschapen had, kon niet langer aanzien dat haar schepselen zo moesten lijden. Zij doofde het vuur en herstelde de gaten aan het firmament door ze met grote stenen op te vullen. Daarna doodde zij een reusachtige schildpad en maakte van zijn vier poten pilaren die zij aan de uiteinden van de vier windrichtingen plaatste. Hierop zou de hemel voortaan stevig rusten en ook de aarde kon op haar plaats blijven.


*   *   *

De schepping van de wereld Samenvatting
Een Chinees scheppingsverhaal over het ontstaan van de aarde. Uit een ei, de chaos, komt P'an Koe tevoorschijn en ontstaan aarde en hemel. Deze verwijderen zich steeds verder van elkaar en P'an Koe groeit mee. Hij wordt een reus en als hij sterft komen uit zijn lichaamsdelen alle dingen op aarde voort. Lees het verhaal

Toelichting
Chinese scheppingsmythen zijn vaak fragmentarisch overgeleverd. Dit is een van de bekendste scheppingsverhalen uit China.

P'an Koe (ook wel Pangu of P'an-ku) is de meest opvallende figuur in de Chinese beschrijving van de schepping. Hij heet ontsproten te zijn uit de beide natuurbeginselen yin en yang, die - na hem op een onverklaarbare manier te hebben gebaard - hem de taak gaven de chaos vorm te geven en de hemel en de aarde te maken. Hij deed dit door het heelal uit de chaos te beitelen.

Er zijn enkele overleveringen waarin hij de schepper van het heelal wordt genoemd - de voorvader van hemel en aarde en alles wat leeft en beweegt en adem heeft - maar het is onduidelijk of dit geen vreemde invloeden zijn die zich vermengd hebben met de oorspronkelijke Chinese mythe.

P'an betekent 'eierschaal' en Koe wil zeggen 'bevestigen' of 'stevig' - wat slaat op de geboorte van P'an Koe vanuit de chaos en op zijn opdracht de wereld eens en voor altijd een vaste vorm te geven.

P'an Koe wordt voorgesteld als een man van gedrongen gestalte, een dwergachtig figuur, gekleed in een berevel of bedekt met wat bladeren. Hij heeft twee horens op zijn hoofd, in zijn rechterhand een hamer en in zijn linkerhand een beitel. De enige werktuigen die hij bij zijn grote taak gebruikte. Hij werd ook wel eens bijgestaan door vier bovennatuurlijke wezens: de eenhoorn, de feniks, de schildpad en de draak. Zijn taak nam achttienduizend jaren in beslag. In die tijd vormde hij de zon, de maan, de sterren, de hemel en de aarde. Zelf werd hij elke dag groter, hij groeide per dag zo'n zes voet totdat hij na het voltooien van zijn werk stierf, opdat zijn werk leven mocht. Zijn hoofd werd de bergen, zijn adem de wind en de wolken, zijn stem de donder, zijn ledematen de vier windstreken van de aarde, zijn bloed de rivieren, zijn vlees de bodem, zijn baard de sterrenbeelden, zijn huid en zijn haar de kruiden en de bomen, zijn tanden, beenderen en merg de metalen, rotsen en edelgesteente en zijn zweet de regen. Het ongedierte, de insecten die over zijn huid kropen, werden de menselijke wezens.

De boeddhisten vertellen een iets ander verhaal, maar dit is slechts een andere versie van de taoïstische mythe en heeft niets te maken met de boeddhistische visie op de schepping.

Zie ook: en.wikipedia.org

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Chinese sagen en verhalen" door M.A. Prick van Wely. Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1978. ISBN: 90-228-33445

Herkomst: China
Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook