Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 16 min.
Herkomst:




De soldaat en de witte berk Een sprookje waarin een soldaat de betovering van een meisje verbreekt

Wie weet, wat de bomen elkaar allemaal te vertellen hebben, als ze in de avondschemering ruisen. Als ze elkaar vertellen, wat ze onlangs gezien en gehoord hebben, dan gaat het gesprek vast en zeker over de dappere soldaat, die teruggekeerd was uit de dienst. Hij was er twaalf jaar geweest, had een paar littekens opgelopen, ontving van de veldheren zijn soldij en werd naar huis gestuurd. Natuurlijk is een ieder blij, als hij weer naar huis mag, maar waar moest de arme soldaat heen, die geen thuis meer had?

Toen hij in dienst was, waren zijn vader en moeder namelijk gestorven, het huis was gesloopt en zijn broers waren de wijde wereld ingetrokken. En daarom had de soldaat geen reden om zich te haasten. Hij slenterde langs de straat, een wandelstok in zijn hand, zijn knapzak over zijn schouder en op zijn hoofd droeg hij zijn oude soldatenmuts. Hij zwierf van stad naar stad en van het ene dorp naar het andere, tot er op een dag een koets, die door zes paarden werd getrokken, naast hem stopte.

Een heer met een zwarte jas en een zwarte hoed stapte van de koets en vroeg: "Waar ga je naar toe, soldaat?"

"Waar de wind me brengt, edele heer," antwoordde de soldaat.

"Zou je niet bij mij in dienst willen komen?" vroeg de man in het zwart.

"Dat ligt er aan, wat ik moet doen," antwoordde de soldaat.

"Geen zwaar werk," zei de man in het zwart. "Ik moet over zeven zeeën naar het huwelijk van mijn dochter en nu heb ik iemand nodig, die voor mijn drie valken kan zorgen. Voor één dag werken krijg je een dukaat."

"Zoveel kreeg ik niet eens voor een heel jaar in het leger," zei de soldaat en knikte. "Afgesproken, edele heer!"

En de heer in het zwart beval: "Kom, stap in de koets."

Nauwelijks had de soldaat het zich een beetje gemakkelijk gemaakt, of daar gingen de paarden er als de wind vandoor. Na een poosje kwamen ze bij de binnenplaats van een schitterend kasteel aan. De man in het zwart bracht hem naar binnen, toonde hem waar hij alles kon vinden en zei: "Iedere middag strijken er drie valken op de binnenplaats neer. Je moet ze elk een stuk vlees toegooien. Dat is alles wat je te doen hebt. Daarna kun je het kasteel gaan bekijken. Alleen in de tuin achter het kasteel mag je niet komen. Als je dat toch doet, zal het slecht met je aflopen, heb je dat begrepen?"

"Begrepen," antwoordde de soldaat, zoals het een goed soldaat betaamt. Maar voor hij er nog iets aan toe kon voegen, voor hij nog iets kon vragen, zat de heer alweer in zijn koets en gingen de paarden er als de wind vandoor, om kort daarna achter de kromming van de weg te verdwijnen. Op het kasteel ging het de soldaat niet slecht. Iedere middag kwamen de drie valken aanvliegen en als hij ze gevoederd had en zelf gegeten had, wandelde hij door het kasteel en bekeek de ene kamer na de andere. Het waren er zoveel, dat hij dacht ze in een maand tijd niet allemaal te kunnen zien. De hele maand liep de soldaat van het ene vertrek naar het andere en dacht helemaal niet aan de tuin achter het kasteel. Maar toen hij op de laatste dag in de laatste kamer van het kasteel bij het raam stond en naar buiten keek, zag hij een prachtige tuin, met in het midden een berk, die nog mooier was. Nauwelijks had hij dit gezien of hij rende de trappen af, liep over de binnenplaats van het kasteel en stond al voor de berk. Ze was helemaal wit en groen en zag eruit als een bruid met een huwelijkskrans op het hoofd.

Nauwelijks stond de soldaat voor haar, of de berk begon te ruisen, alsof ze hem iets wilde zeggen. De soldaat keek ernaar, de soldaat luisterde, maar waarom de witte berk ruiste, wat de witte berk hem wilde zeggen, dat begreep hij niet. Hij schudde zijn hoofd, haalde zijn schouders op en liep in gedachten verzonken naar het kasteel terug. Maar het liet hem niet met rust en daarom ging hij de tweede dag weer de tuin in. Nauwelijks had de berk hem gezien, of ze begon weer verdrietig te ruisen en de soldaat was er zeker van, dat ze hem iets wilde vertellen. Maar waarom de berk zo ruiste, wat ze hem wilde vertellen, dat verstond hij weer niet. Tenslotte schudde hij zijn hoofd, haalde zijn schouders op en liep in gedachten verzonken terug naar het kasteel.

Op de derde dag ging het precies hetzelfde. Nauwelijks was de soldaat in de tuin verschenen, of de berk begon nog verdrietiger te ruisen, zodat de soldaat het niet langer kon aanzien: "Waarom ruis je zo treurig," vroeg hij, "zeg wat je wilt."

En toen antwoordde de witte berk met een mensenstem: "Help me, soldaat, help me en je zult vier mensenlevens redden."

De dappere soldaat wist niet of hij waakte of droomde. "Maar wat moet ik doen om je te helpen, witte berk?"

En de witte berk antwoordde met een mensenstem: "In het bos achter het kasteel woont een heilige man. Ga naar hem toe en vraag, waar hij drie nachten lang van gedroomd heeft. Daarna moet je het hier naar toe brengen, heb je dat begrepen?"

"Begrepen, witte berk," antwoordde de soldaat, zoals het een goed soldaat betaamt. En nog dezelfde dag ging hij het bos in. In het bos stond een hut en in deze hut woonde al een eeuwigheid een heilige man.

"Wat zoek je hier, soldaat?" begroette de oude man hem.

"U, heilige man," zei hij. "Waar hebt u drie nachten lang van gedroomd?"

"Waar ik drie nachten lang van gedroomd heb?" vroeg de oude man verbaasd. "Al drie nachten lang spreekt er een witte berk tot mij en vraagt of ze mijn boek mag hebben. Hier heb je het."

En hij gaf zijn boek, waarin hij iedere dag las, aan de soldaat. Hier stond alles in, wat er gebeurd was en wat er nog zou gebeuren. De soldaat nam het boek en rende naar de tuin. Nauwelijks was hij in de tuin of de berk ruiste: "Een vierde gedeelte van je werk is gedaan, soldaat, maar dit was het minst moeilijke. Als je me werkelijk wilt helpen, als je werkelijk vier mensenlevens wilt redden, dan moet je me drie nachten lang uit het boek voorlezen. En je mag er niet mee ophouden, wat er ook met jou of om je heen gebeurt. Heb je dat begrepen?"

"Begrepen," antwoordde de soldaat flink, zoals het een goed soldaat betaamt. Toen sleepte hij alles wat hij nodig had naar de witte berk: een tafel, om het boek op te leggen, een stoel om op te zitten en drie nachtkaarsen, zodat hij genoeg licht had om te lezen.

Intussen was het donker geworden en de soldaat begon te lezen. Nauwelijks had hij de eerste bladzijde omgeslagen, of daar vlogen duizenden uilen en nachtvlinders op hem af. Hij had de tweede bladzijde nog niet gelezen, of er kwamen duizenden vleermuizen die schreeuwden en krijsten, met hun vleugels sloegen en om zijn hoofd vlogen, zodat je er bang van werd.

Een ander zou zo geschrokken zijn dat hij weg zou lopen, maar de soldaat schrok niet en las met vaste stem verder. Pas toen het licht begon te worden, keek hij van het boek op en zag, dat de berk voor de helft een meisje was geworden, zo mooi als de morgen. Ze zei: "Bedankt, soldaat, de helft van je werk is voltooid, maar dit was nog niet zo moeilijk. Het ergste komt nog. Als je me werkelijk wilt helpen, als je werkelijk vier mensenlevens wilt redden, moet je me nog twee nachten uit het boek voorlezen. Heb je dat begrepen?"

"Begrepen," antwoordde de soldaat flink, zoals het een goed soldaat betaamt. Hij kon nauwelijks op zijn benen staan, maar toch kwam hij 's avonds de tuin weer in en toen de nacht begon zat hij klaar om te lezen. Nauwelijks had hij een bladzijde gelezen, of er kropen duizenden slangen en ander ongedierte naar hem toe en de tweede bladzijde was nog niet uit, of er stormde een grote massa insecten op hem af die sisten, beten en hem overal staken.

Een ander had al lang de benen genomen, maar de soldaat was niet geschrokken en las met vaste stem verder. Pas toen het licht begon te worden keek hij op en zag hoe uit de witte berk een meisje, zo mooi als de dag, tot aan haar knieën te voorschijn kwam. Het meisje zei: "Bedankt, soldaat, driekwart van je werk is volbracht, maar het moeilijkste komt nog. Als je me werkelijk wilt helpen, moet je nog een nacht volhouden, heb je dat begrepen?"

"Begrepen," antwoordde de soldaat, zoals het een goed soldaat betaamt, maar hij kon niet meer op zijn benen staan. Toch kwam hij de derde nacht weer. Nauwelijks was het donker geworden, of hij zat al aan de tafel te lezen. Hij had de eerste bladzijde nog niet gelezen, of er kwamen duizenden vossen en wolven op hem af. Ze vielen hem aan, beten en krabden hem tot hij bloedde. Een ander had al lang de aftocht geblazen, maar de soldaat hield ook nu vol en las met vaste stem verder, tot hij het boek uit had.

Toen hij 's morgens opkeek zag hij in plaats van de berk een meisje, zo mooi als de zon. Ze nam hem bij de hand, kuste hem liefdevol en zei: "Bedankt, soldaat, je werk is voltooid. Je hebt vier mensen gered: mij en mijn broers. Daar komen ze aanvliegen!"

En ja hoor, boven de tuin krijsten drie valken, die de soldaat een maand lang gevoederd had. Ze streken neer, maar ze hadden de grond nog niet geraakt of daar stonden drie flinke jongemannen, de drie zonen van de tegenwoordige tsaar. Ze waren op zoek gegaan naar hun mooie zusje, die door een kwade heks was ontvoerd, maar toen ze haar in de witte berk hadden gevonden veranderde de boze heks hen in drie valken. De dappere soldaat had de betovering verbroken. En toen de boze heks de volgende dag van de bruiloft van zijn dochter terugkwam, vond hij het kasteel verlaten.

De prinses van de witte berk was met haar drie broers al lang bij de burcht van haar vader aangekomen. De oude tsaar en zijn vrouw konden hun ogen niet geloven. Ze hadden steeds gedacht, dat hun kinderen gestorven waren en plotseling stonden ze voor hen en de lieve prinses bracht een gewezen soldaat mee. "Hier is mijn redder en bruidegom," zei ze en de lieve tsaar en zijn vrouw omhelsden de soldaat, als was het hun eigen zoon. En voor de week voorbij was, werd er op de burcht een groots huwelijk gevierd. De bruidegom was de gewezen soldaat en de bruid de enige dochter van de tsaar. Toen de prinses op haar huwelijksdag het kasteel van de tsaar uitkwam, zag zij er in haar bruidsjapon uit als de mooiste witte berk.


*   *   *

De soldaat en de witte berk Samenvatting
Een sprookje waarin een soldaat de betovering van een meisje verbreekt. Een soldaat komt een heer met zwarte jas tegen die hem vraagt voor hem te werken als hij op reis is. Het enige wat hij hoeft te doen is dagelijks drie valken voeren, mits hij niet in de tuin van de man komt. In de tuin blijkt een berk te staan waarin een meisje schuil gaat. De soldaat moet enge dingen doorstaan om haar te onttoveren. Aan het eind blijken de drie valken de broers van het berkenmeisje. Lees het verhaal

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"De betoverde tuin" door Marie Mrstikova. Nederlandse vertaling van Els Nuijen. Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, 1978. ISBN: 90-251-0297-2

Verteltijd: ca. 16 min.
Leeftijd: vanaf 9 jaar

Lees ook