Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 7 min.
Herkomst:

Hoe Hordja tot rijkdom kwam Een oud Indonesisch volksverhaal over een radja en een wonderkleed

Hordja woonde met zijn moeder en zijn zusje in het dorp Loboe Djitan. Zijn vader was gestorven en had hen in de diepste armoede achtergelaten. Terwijl zijn moeder op het veld werkte, paste hij op zijn zusje. Daarbij zong hij:
Suja suja kindje,
Huil niet, mijn zusje!
moeder is nog weggegaan
ze brengt eerst dood, dan leven aan.
Suja suja kindje.
Een voornaam man uit het dorp hoorde dat. "Wat bedoel je toch met: ze brengt eerst dood, dan leven aan?" vroeg hij. "Dat zal ik u vertellen, als u eerst mijn moeder helpt met het rijst planten, want alleen zal ze nooit klaarkomen met het hele veld," zei Hordja. De rijke man en zijn huisgenoten hielpen een dag, toen was het veld klaar. Daarop verklaarde Hordja zijn liedje: het sloeg op de rijstplantjes in het kweekbed, dat zijn moeder eerst uittrok, zodat ze dood zouden gaan, maar dan weer plantte, zodat ze in leven bleven.

De volgende dag paste hij weer op zijn zusje en zong:
Suja suja kindje,
huil niet, mijn zusje!
moeder is nog weggegaan;
vóór haar schoon de akker ligt,
achter haar groeit 't onkruid dicht
Suja suja kindje.
Toevallig hoorde een radja dat en vroeg hem naar de betekenis. "Als u me rijst en vlees geeft zal ik het u vertellen," zei Hordja. De radja ging naar zijn verblijf terug, en liet rijst en vlees naar het huis van Hordja brengen. Een paar dagen later ging Hordja naar het verblijf van de radja en hij werd daar vriendelijk binnengehaald. Hij verklaarde toen zijn liedje: zijn moeder was bezig het struikgewas weg te kappen om een akker aan te leggen; vóór zich kapte ze de struiken weg, achter haar lagen de afgekapte takken.

De dag daarop zat hij buiten met zijn zusje en zong:
Suja suja kindje
huil niet, mijn zusje!
als je groot bent koop ik je een kleed
dat oelos baloen-baloen bide heet.
Een andere radja, radja Toenas, die langs kwam vroeg hem wat dat voor een kleed was. Hij antwoordde: "Een heel bijzonder kleed. Als je het meeneemt naar een vergadering dan hoeft niemand meer takken voor schaduw te plukken, want het beschaduwt iedereen, en toch kan men het in een blaaspijp meenemen." - "Als je me zo'n kleed kunt laten zien, dan zal ik je bruidsschat betalen," zei de radja. Hordja besloot nu naar de broer van zijn moeder te gaan, die zo'n kleed bezat. Zijn moeder waarschuwde hem, dat zijn oom het niet zou willen geven, omdat het tot zijn regalia behoorde, maar hij bracht daar tegenin, dat hij het immers alleen wilde lenen. Radja Toenas gaf hem geld, en een prauw leende hij van een andere vorst. Na een maand kwam hij op het Muizeneiland aan, waar zijn oom heerste.

Hij werd er vriendelijk ontvangen, en onmiddellijk werden er voorbereidingen getroffen om hem met zijn nichtje te laten trouwen. Toen werd er een feest gehouden, waarbij de dorpsgenoten op een varken getrakteerd werden, en het huwelijk werd gesloten.

Na zeven maanden dacht Hordja aan het doel van zijn reis. Hij informeerde bij zijn vrouw naar het wonderkleed en zij vertelde hem, dat het in een blaaspijp bewaard werd. Als er een vergadering was, blies haar vader het kleed de lucht in en dan beschaduwde het kleed het halve veld. Om het weer op te bergen hoefde hij alleen maar aan de blaaspijp te zuigen.

Hij vroeg zijn vrouw nu om met hem mee naar zijn huis te gaan. Op verzoek van haar ouders wachtten zij nog een maand. Toen die tijd verstreken was, gaf zijn schoonvader hun een kanon, goud en zilvergeld en de oelos baloen-baloen bide als geschenken mee. Na een reis van drie maanden kwamen ze aan hun bestemming, waar ze de prauw aan de eigenaar terug gaven. Hordja's moeder ontving ze, en ze vierden een groot feest. Hordja kocht slaven; hij was nu een rijk man en hij had alles wat hij zich wensen kon.

Na enige tijd kwam radja Toenas naar het wonderkleed vragen. Er werd een vergadering bijeengeroepen en daar toonde Hordja wat dit kleed allemaal kon. Radja Toenas vond het zo mooi dat hij het kopen wilde, maar Hordja wilde er geen afstand van doen. Daarover was radja Toenas zo boos, dat hij besloot die Hordja te vergiftigen. Hij nodigde hem te eten: deed gif in de lever van de buffel. Zijn dochter zette Hordja echter de verkeerde schotel met vlees voor.

"Die moet je niet hebben," zei haar vader. Toen wilde ze hem een schaal met vis geven. "Nee, die bedoel ik ook niet," zei de vader weer.

"Maar in die andere schaal is het vergif, zei het meisje.

Hordja hoorde dit en doodde zijn gastheer.

Zo luidt het verhaal uit de oude tijd, van een arme, die tot rijkdom kwam.


*   *   *

Hoe Hordja tot rijkdom kwam Samenvatting
Een oud Indonesisch volksverhaal over een radja en een wonderkleed. Een arme jongen zingt cryptische wiegeliedjes voor zijn zusje. Als hij het over een wonderkleed heeft wil een radja zo'n kleed graag zien. De jongen gaat naar zijn oom en als hij terugkeert probeert de radja hem te vergiftigen om het wonderkleed af te pakken. Lees het verhaal

Toelichting
Een radja is in Indonesië een koninklijke of prinselijke heerser. De titel heeft een lange geschiedenis in het zuidoosten van Azië.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Nieuwe Indonesische Sprookjes" samengesteld door Bert Oosterhout. Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1993. ISBN: 90-389-01461

Herkomst: Indonesië
Verteltijd: ca. 7 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook