Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 8 min.
Herkomst:

Nasreddin Hodja - Het mysterie van de maan Het mysterie van de maan

Toen Hodja nog geen hodja was, maar gewoon Nasreddin heette, ging hij net als alle kinderen van nu naar school. In de tijd van Hodja was dat minder vanzelfsprekend dan nu. Wie naar school gaat, leert daar schrijven en dat beschouwde men toen als een soort toverkunst. Alle dingen die je kan aanraken, een bloem, een paard, een huis en zelfs de onstoffelijke zinnen uit je mond, die kortstondig in de lucht blijven leven, kan je zomaar in zwarte tekens op papier gevangen nemen. En die tekens vertonen geen enkele gelijkenis met een écht huis of paard of bloem. Heel anders dan de stenen bloemen boven de ingang van de moskee, die er wél als echte bloemen uitzien. En toch weet de schrijver later, dat het ene teken een huis, het andere een paard en weer een ander een bloem voorstelt. Zelfs in het geval dat een ander het teken geschreven heeft, iemand die misschien allang gestorven is.

Lezen en schrijven behoefde je in de tijd van Nasreddin alléén te leren, als je arts, hoogwaardigheidsbekleder of hodja wilde worden. Als je boer werd of smid, dan kon je dat vak maar het beste bij je vader leren. Die was allang blij met een paar extra handen, zelfs al waren ze maar klein.

De vader van Nasreddin was hodja, zodat iedereen het vanzelfsprekend vond, dat hij wél naar school ging en later ook hodja zou worden.

Als je nu een Turkse school bekijkt, dan zie je een streng gebouw, lange gangen, hoge klaslokalen met in het midden de brandende kachel, muren met landkaarten en een portret van Atatürk.

Vroeger was de school niet meer dan een klein vervallen gebouwtje, dat als een oude man tegen de moskee leunde.

Men geloofde in die dagen, dat het leren beter ging als je het geheugen af en toe prikkelde met een flink pak slaag. Ouders die hun kinderen voor het eerst naar school brachten, zeiden plechtig tegen de meester: Vanaf vandaag behoort het vlees van mijn kind u toe."

De kinderen leerden snel genoeg wat dit betekende. Wie op school straf verdiende, kreeg te maken met de falakka. Je moest op je rug gaan liggen met de ontblote voeten omhoog. Met een soepel wilgetakje werd er dan op de voetzolen geslagen. Net zo lang tot zij brandden als vuur.

Er bestonden nog geen schoolbanken; in een kring zaten de kinderen op het tapijt met opgevouwen benen achter een laag boekentafeltje. Het foutloos uit het hoofd kunnen zingen van de soera's, de verzen uit het heilige boek de koran, vormde een belangrijk onderdeel van de lessen. Later kregen zij Arabische literatuur en poëzie, en zelfs sterrenkunde. Dit laatste was een moeilijk vak, dat slechts weinigen begrepen. Bij deze lessen moest Nasreddin zich erg inspannen, maar hij deed liever zijn hersens pijn dan zijn voetzolen. Meestal slaagde hij er tot grote vreugde van zijn voeten in, zich deze nodeloze kwelling te besparen.

Op een dag ging het over de maan en Nasreddin vertelde vol trots, dat hij de maan gered had. "Gisteravond," begon hij, "moest ik water halen. Ik wilde het putemmertje laten zakken, toen ik op de bodem van de put de maan zag liggen. Ik aarzelde geen moment en gooide een touw met een haak naar beneden. "Pak het goed vast en ik trek je eruit!" riep ik haar toe.

De maan was erg zwaar, ik trok en trok, maar tenslotte gaf zij mee en viel ik op mijn rug! Toen ik omhoog keek, zag ik de maan gelukkig weer aan de hemel staan. Het was een zwaar karwei geweest, maar beslist de moeite waard. De maan bedankte me en vol schaamte over haar domheid verstopte ze zich achter een voorbijgaande wolk."

Na dit verhaal vroeg de meester hem: "Nasreddin, vertel nu eens, wat is belangrijker voor ons: de zon of de maan?" - "Natuurlijk is de maan belangrijker," antwoordde Nasreddin zonder aarzelen, "de zon verschijnt overdag als het licht is, maar de maan komt 's nachts om licht te brengen in de duisternis. Pas de duisternis leert ons wat gebrek aan licht betekent en dan is er de maan die ons met haar licht van hoop vervult."

Tevreden over dit meer filosofische dan natuurkundige antwoord ging de meester verder: "Je weet dat er elke maand een nieuwe maan komt; wat gebeurt er met de oude?" - "Die breken ze in stukjes en strooien ze door het heelal, zodat we bij heldere hemel kunnen genieten van al dat getwinkel. En ons bewust worden van onze eigen nietigheid."

De meester, die toch liever zag dat ook Nasreddin zich aan de feiten hield, legde hem geduldig het verschil uit tussen wetenschap en poëzie.

Toen enkele dagen later Nasreddin zijn les weer eens niet geleerd had en hij zijn gebrek aan kennis opnieuw met een mooi verhaal wilde verhullen, besloot de meester dat Nasreddin nu toch echt de falakka verdiend had.

Nasreddin, kwaad over deze straf, zei: "Alleen dwazen geloven dat de dorst naar kennis opgewekt kan worden door slaag. Een brandend hart is vol verlangen naar wijsheid; brandende voeten verlangen slechts naar koud water."


*   *   *

Nasreddin Hodja - Het mysterie van de maan Samenvatting
Het mysterie van de maan. Dit verhaal laat zien dat de Hodja al op jonge leeftijd onnavolgbaar was in zijn logica en woordgebruik. In plaats van zijn les te leren vertelt hij verhaaltjes. Lees het verhaal

Toelichting
Nasreddin is een legendarisch figuur in Turkije en ook wel onder de moslimbevolking van de Balkan. Zijn belevenissen zijn te vergelijken met de Tijl Uilenspiegel uit het Neder/Duitse taalgebied. Nasreddin wordt vaak afgebeeld achterstevoren op een ezel.

Al tijdens zijn leven, in het dertiende eeuwse Anatolië (Centraal-Turkije), genoot hij legendarische bekendheid. Als hodja (islamitisch geestelijke) was hij een door velen gewaardeerd raadsman, óók en vooral in allerlei niet-religieuze aangelegenheden. Nasreddin Hodja was als praktisch filosoof vermaard om zijn subtiele grappen, die tot op de dag van vandaag bekend gebleven zijn. Van generatie op generatie zijn de anecdotes onder de mensen blijven leven en telkens opnieuw doorverteld.

Het volk herkende de door Hodja geschetste situatie in zijn eigen dagelijkse werkelijkheid. Grootouders vertelden de verhalen telkens opnieuw door aan hun kleinkinderen, zodanig dat het leek, alsof zij de gebeurtenissen persoonlijk meegemaakt hadden.

Trefwoorden


Thema

Meer verhalen over Hodja

Verhaalsoort

Bron
"Nasreddin Hodja: achterstevoren tóch de goede kant op" verteld en getekend door Ufuk Kobas. Aldus Uitgevers, 's-Hertogenbosch, 1987 / Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, Novib's, Gravenhage. ISBN: 90-70545-15-2.

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 8 min.
Leeftijd: vanaf 9 jaar

Lees ook