Ode an die Freude
O Freunde, nicht diese Töne!
Sondern laßt uns angenehmere anstimmen
Und freudenvollere! (1)
Freude, schöner Götterfunken,
Tochter aus Elysium,
Wir betreten feuertrunken,
Himmlische, dein Heiligtum!
Deine Zauber binden wieder,
Was die Mode streng geteilt;
Alle Menschen werden Brüder, (2)
Wo dein sanfter Flügel weilt.
Wem der große Wurf gelungen,
Eines Freundes Freund zu sein,
Wer ein holdes Weib errungen,
Mische seinen Jubel ein!
Ja, wer auch nur eine Seele
Sein nennt auf dem Erdenrund!
Und wer's nie gekonnt, der stehle
Weinend sich aus diesem Bund.
Freude trinken alle Wesen
An den Brüsten der Natur:
Alle Guten, alle Bösen
Folgen ihrer Rosenspur.
Küsse gab sie uns, und Reben,
Einen Freund, geprüft im Tod;
Wollust ward dem Wurm gegeben,
Und der Cherub steht vor Gott!
Froh, wie seine Sonnen fliegen
Durch des Himmels prächt'gen Plan,
Laufet, Brüder, eure Bahn,
Freudig, wie ein Held zum Siegen.
Laufet, Brüder, eure Bahn.
Seid umschlungen, Millionen,
Diesen Kuß der ganzen Welt!
Brüder! Über'm Sternenzelt
Muß ein lieber Vater wohnen.
Ihr stürzt nieder, Millionen?
Ahnest du den Schöpfer, Welt?
Such' ihn über'm Sternenzelt!
Über Sternen muß er wohnen.
***
Lofdicht aan de vreugde
O vrienden, niet deze klanken!
Maar laten wij aangenamere aanheffen,
en vreugdevollere.
Vreugde, schitterende godenvonk,
dochter uit Elysium!
Wij betreden met vurige hartstocht,
hemels wezen, jouw heiligdom!
Jouw toverkrachten verbinden weer
wat gewoonte strikt verdeeld heeft,
Alle mensen worden broeders
waar jouw zachte vleugel zich welft.
Wie geslaagd is in de grote onderneming
om een vriend vriendschap te bewijzen,
Wie een lieve vrouw veroverd heeft,
laat die zijn gejuich mede laten opgaan!
Ja, wie ook maar één sterveling
de zijne kan noemen op de aardbol!
En wie dat nooit gekund heeft,
laat die stilletjes wenend verdwijnen uit dit samenzijn!
Met vreugde laven alle schepsels
zich aan de borst van de natuur,
Alle goeden en alle slechten
volgen in haar spoor van rozen. (3)
Kussen gaf zij ons en wijn,
een vriend die trouw bleef tot in de dood. (4)
Lustbeleving is de worm gegeven, (5)
en de Cherub staat voor God. (6)
Verheugd, zoals zijn zonnen zweven
door het prachtige ontwerp van de hemel,
Doorloop zo, broeders, jullie pad;
vreugdevol, zoals een held op weg naar de overwinning.
Doorloop zo, broeders, jullie pad.
Laat je omarmen, miljoenen!
Deze kus aan de hele wereld! (7)
Broeders! Boven het sterrenuitspansel
moet een lieve vader wonen.
Vallen jullie neer, miljoenen? (8)
Voel je de schepper, wereld?
Zoek hem boven het sterrenuitspansel!
Boven de sterren moet hij wonen.
(1) De eerste drie regels werden toegevoegd door Beethoven in 1823 en ontbraken in de beide versies van Schiller.
(2) Deze en de voorgaande regel werden gedicht door Schiller in 1803. In de oorspronkelijke versie uit 1785 waren deze twee regels als volgt:
Was der Mode Schwert geteilt;
Bettler werden Fürstenbrüder,
(3) Houden zich bezig met vormen van liefde.
(4) De ultieme vriendschap.
(5) De meest aardse vorm van liefde/vreugde.
(6) De meest hemelse vorm van liefde/vreugde.
(7) Deze kus geef ik, of geeft God.
(8) In aanbidding.