Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 9 min.
Herkomst:




Soesano en de draak met acht koppen Een Japanse legende over de god van het onweer

Heel lang geleden leefde er een klein gezin in een groot huis op de heuvels van de provincie Izoemo. Het gezin bestond uit vader, moeder en dochter. De ouders waren al erg oud en aan hun gezicht kon men zien dat zij in hun leven veel verdriet hadden gekend.

Op een mooie zomerdag zat het drietal voor het huis; ieder in zijn eigen gedachten verzonken. Toen zagen zij een vreemdeling naar boven komen. Hij viel op door zijn krachtige gestalte en zijn rijke kledij. Een groot zwaard, waarvan de schede met edelstenen was bezet, hing aan zijn zijde. Zo'n voorname heer had men hier in deze streek nog nooit gezien. Daarom stond de vader meteen op, maakte een diepe buiging en zei, toen de vreemdeling naar zijn naam gevraagd had: "Uw onderdanige dienaar noemt zich Asinoeki. Ik ben een afstammeling van de god van de Grote Berg. Mijn vrouw heet Tenazoeki en de naam van mijn dochter is prinses Koenisada."

"Wel," zei de voorname heer, "waarom ben je zo bedroefd, Asinoeki?"

"Dat is geen wonder," antwoordde de grijsaard, "wanneer u bedenkt dat over enkele dagen onze achtste dochter door de draak met acht koppen zal worden weggenomen."

"Vertel eens iets over die draak," zei de vreemdeling, "misschien kan ik je wel helpen."

"Die draak is zo geweldig groot dat hij met zijn lichaam acht heuvels en acht valleien kan bedekken. Zijn ogen zijn zo rood als rijpe kersen en uit elk van zijn muilen blaast hij een vuurstraal. Ik heb al zeven dochters aan hem moeten offeren, en wanneer ik mijn jongste ook nog moet verliezen, heeft het leven voor mij geen waarde meer," snikte de oude man.

"Hij komt hier elk jaar tegen het begin van de herfst," vulde zijn vrouw aan. "Het lijkt dan wel of er een grote berg nadert, bedekt met donkergroen mos en met grote pijnbomen. De aarde beeft onder zijn zware poten."

"Ik weet nu wel genoeg," zei de vreemdeling, "en ik vraag maar één ding: laat mij met jullie dochter trouwen."

De beide oudjes keken elkaar verwonderd aan. Zo'n vraag hadden zij allerminst verwacht. Het gezicht van hun dochter klaarde meteen op, en haar hart begon sneller te kloppen, want vanaf het moment dat zij de jongeman had gezien, was zij in liefde voor hem ontvlamd.

"Voor wij op uw verzoek kunnen ingaan," zei Asinoeki beleefd, "zal het ons een eer zijn uw naam te mogen vernemen."

"Ik ben Soesano, de god van het Onweer en een broeder van de Zonnegodin. Om een of andere reden ben ik uit de hemel verdreven en op aarde neergedaald. Geloof mij, ik ben de enige die het meisje uit de klauwen van het monster kan bevrijden, maar alleen, wanneer u uw toestemming tot het huwelijk geeft."

De ouders wisselden enkele fluisterende woorden met elkaar, en toen sprak de oude man met bevende stem: "Het zal ons een groot genoegen zijn u onze enige dochter aan te bieden."

Koenisada boog zedig het hoofd en sloeg haar ogen neer. Soesano legde zijn hand op de schouder van het meisje, sprak een toverformule uit, en veranderde haar in een schitterende kam, die met vele tanden was uitgerust.

"Het is maar een tijdelijke verandering die uw dochter moet ondergaan," sprak hij. "Wanneer ik de draak verslagen heb, zal ik haar haar eigen gestalte weer teruggeven. Volg nu mijn raad op! Laat de vier deuren en vier ramen van jullie huis wijd openstaan. Plaats voor elke deur en elk raam een groot vat dat geheel gevuld moet zijn met de sterkste sake. Wanneer het monster nadert, verberg jullie dan in de schuur naast het huis en wacht tot alles voorbij is."

De ouders deden wat de god hen had opgedragen. Zij goten hun hele voorraad sake in de acht vaten en toen zij in de verte het gedreun en gerommel van de naderende draak hoorden, verborgen zij zich in de schuur.

Terwijl Soesano over het lemmet van zijn zwaard streek en daarbij toverwoorden uitsprak, bereidde hij zich al mediterend voor op de grote strijd.

In de verte zag men zestien rode lichten gloeien en daaronder spoot telkens een vuurstraal naar buiten. De draak naderde met een snelheid die men van zo'n groot gevaarte niet zou verwachten. De bomen knapten als rietstengels onder zijn geweldige poten en zijn adem was als het fluiten van de wind. Het monster zocht zijn prooi, maar tegelijkertijd snoof hij begerig de geur van de sake op. Toen hij het huis was genaderd, stak hij tegelijkertijd zijn acht koppen in de vaten. Hij dronk en dronk tot er geen druppel sake meer over was. Hij dronk zo snel en zo veel dat hij meteen dronken was en insliep. Toen kwam Soesano naar voren, trok zijn zwaard en stiet het tot aan het gevest in de linkerflank van de draak. Als een fontein spoot het bloed eruit. Het monster gromde wel en bewoog zich even, maar sliep toch door.

Toen stootte Soesano zijn zwaard in de rechterflank van het dier, en er kwam zoveel bloed naar buiten dat de grond in de hele omgeving rood gekleurd werd.

Het monster gaf geen enkel teken van leven meer. Het licht van zijn ogen was gedoofd en er kwamen geen vlammen meer uit zijn acht koppen. Maar om helemaal zeker te zijn, stiet Soesano nog eens met zijn zwaard in het midden van het drakenlichaam en sneed het daarna open als een rijpe meloen. De god reinigde zijn zwaard in het beekje dat langs het huis stroomde. Daarna hief hij het met beide handen ten hemel en wijdde het aan Amaterasoe, de zonnegodin. Hij hoopte nu dat zij hem zijn wandaden, die hij in de hemel begaan had zou vergeven. En als antwoord hierop begon de zon, die zich een tijdje verborgen had gehouden, eensklaps te schijnen.

Soesano veranderde de kam weer in de lieftallige Koenisada en omhelsde haar.

"Vader, moeder!" riep het meisje in de richting van het schuurtje, "kom naar buiten; wij zijn gered! Soesano heeft de draak met acht koppen verslagen!"

De ouders kwamen naar buiten en dankten de onweersgod met tranen in de ogen. Daarna namen zij afscheid van het jonge paar dat nu zijn intrek nam in het paleis van Soega, dat altijd door acht wolken voor nieuwsgierige blikken wordt verborgen.


*   *   *

Soesano en de draak met acht koppen Samenvatting
Een Japanse legende over de god van het onweer. Een man en vrouw moeten telkens hun dochter offeren aan een achtkoppige draak. Wanneer hun achtste dochter aan de beurt is, komt er een vreemdeling langs die voorstelt om met hun dochter te trouwen. Het blijkt de God van het Onweer te zijn en hij is de enige die in staat is de draak te doden. Lees het verhaal

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Japanse sagen en verhalen" door M.A. Prick van Wely. Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1979. ISBN: 90-228-3346-1

Herkomst: Japan
Verteltijd: ca. 9 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook