Leesidee: Jantje van Sluis Sage afkomstig uit de gemeente SluisDoelgroep Groep 7 - 8 van het basisonderwijs. Thema Toeval Samenvatting De kunstenaar Jacob van Huse maakte in 1424 een houten beeld. Dat werd in de klokkentoren van het Belfort van Sluis in Zeeuws Vlaanderen geplaatst. Het beeld stelt een mannetje met een hamer voor, dat ieder halfuur op de klokken slaat. Tijdens de tachtigjarige oorlog veroverde Prins Maurits en 1604 Sluis op de Spanjaarden. Die lieten het er niet bij zitten en belegerde de stad in 1606. De Spanjaarden die zich om de stad verspreid hadden, wilden op een nacht de aanval inzetten. Ze hadden met elkaar afgesproken aan te vallen op het moment dat het klokkenmannetje op de klokken zou slaan. De klokkensteller, Jantje van Sluis, was voor het eerst in al de jaren dat hij klokkensteller was, even naar de kermis gegaan. Daar dronk hij een biertje, en nog een en nog... Hij liet zijn zoon en neef maar de klok opwinden. Ze deden het te stevig waardoor het mechanisme dienst weigerde en de klok niet sloeg. De Spanjaarden dachten dat ze verraden waren, dat het een valstrik was. Er volgde nog wel een aanval, maar de verwarring was te groot en de aanval mislukte. Zo werd Jantje van Sluis een held. Het beeldje 'Jantje van Sluis' is er nog altijd. In de tweede wereldoorlog werd de klokkentoren verwoest, maar het beeldje van klokkenmannetje overleefde het en werd in de herbouwde toren terug gezet. Lesopzet Toeval is een filosofisch thema. Je zoekt iets en daardoor vind je bij toeval iets anders. Of: je wilt/moet iets, maar belandt ergens anders waardoor een bepaalde gebeurtenis anders verloopt dan voorzien was of normaal gesproken verlopen zou zijn. Jantje van Sluis wordt toevallig een held. Sterker: Jantje wordt een held terwijl hij zijn plicht verzaakt door bier te gaan drinken! Was hij gehoorzaam gebleven en had hij braaf de klokken ingesteld, was Sluis onder de voet gelopen door de Spanjaarden. a. De leerkracht vraagt de leerlingen of ze een toevallige gebeurtenis hebben meegemaakt. Kent iemand een verhaal dat over toeval gaat? b. Toeval zit vaak in kleine gebeurtenissen. Je kunt onderweg zijn naar iemand. Die blijkt niet thuis. Je keert terug. Bah, je bent er helemaal voor niets naar toe gegaan. Dan kom je toevallig iemand anders tegen en hebt een erg leuke middag. c. Komen toevallige dingen gewoon voor, of moet je er eerst in geloven? Bestaan er mensen die niet in toeval geloven? Wat geloven deze mensen dan? - Het leven is voorbestemd, het is de hand van God, het lot bepaald. d. Digitale fotografie. De groep kan een experiment doen. De leerkracht geeft een duidelijke opdracht om van een object een foto te maken. Bijvoorbeeld een boom. Of een portret van een medeleerling. Of een object als wipkip, klimrek, bank. De leerkracht spreekt af dat de foto buiten genomen wordt en het onderwerp op afstand staat. Let op: Wat docent er nog niet bij zegt is dat de foto die op ruime afstand van het onderwerp genomen wordt - niet inzoomen! - tijdens opdracht twee de volgende functie gaat vervullen: e. We hebben nu een foto. Die wordt ingeladen in de pc. Wat was je onderwerp? Maar nu: wat staat bij toeval in het beeld? Een vogel. Een langsrijdende brommer. Een kind. Een voorbij fietsende vrouw. Een bejaarde achter een rollator. f. Bespreek wat je bij toeval hebt gefotografeerd. Doelstelling Filosofie, verwondering. Filosoferen leidt tot verwondering. Wat vanzelfsprekend of gewoon leek, blijkt ingewikkelder, gekker, ongewoner te zijn. De wereld is wonderlijk. Jezelf, elkaar en anderen verwonderen leert je een open en brede blik op de wereld om je heen te ontwikkelen. Door het leren van vragen te stellen, die te formuleren en opnieuw te formuleren nadat anderen gereageerd hebben. Leren onderzoeken van gedachtes en hiermee experimenteren. Er zijn geen taboes, want door vrij te associëren kun je 'toevallig' op iets nieuws komen. Begrippen-/woordenlijst Belfort: middeleeuwse toren die gebouwd is aan of bij een stadhuis of een markthal. Daarin waren de stadsklokken opgehangen. Een gemeente telde helemaal mee met een Belfort. Het belfort van Sluis is het enige in Nederland. De meeste Belfort staan in België en Noord Frankrijk. Seigneur: Een heer, een feodale (grootgrondbezitter) edelman. Valbruggen: Een brug die een kasteel of plaats met een gracht eromheen verbindt met het land. Een valbrug kan verticaal staan zodat het kasteel of de plaats is afgesloten voor de buitenwereld. Dat gaat niet met een tegengewicht zoals bij een ophaalbrug, maar met kabels die opgerold worden. Springbus: Een kegelvormige spring- of klapbus, een explosief om poorten te laten springen. In die tijd noemde men een springbus Petarde. Mede mogelijk gemaakt door de gemeente Sluis. ![]() |
|
||||||||||
