Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:

De bruidegom met de gouden neus Een Estlands sprookje over te hoge eisen stellen aan je partner

Er was eens een heel mooi, maar ook heel trots meisje. Er ging geen dag voorbij of er dienden zich vrijers aan die naar haar hand dongen, doch geen van hen vermocht haar te behagen, omdat ze stuk voor stuk waren uitgerust met een gewone, vlezen neus en het meisje haar zinnen had gezet op een man met een gouden neus.

Toen ze zo tijdenlang de ene vrijer na de andere de deur had moeten wijzen zonder de door haar zo fel begeerde gouden neus te vinden, vond ze het welletjes en besloot zelf de wijde wereld in te trekken om een bruidegom te zoeken.

Tevergeefs reisde ze stad en land af - ze zag de leukste neuzen, maar nergens één van goud.

Toen, op een noodlottige dag, leek ze uiteindelijk toch de gewenste bruidegom met gouden neus te hebben gevonden... Maar zoals al snel zou blijken had ze niet direct de ware Jacob getroffen: er was zwarte kunst in het spel, en er zat een onmiskenbaar luchtje aan de zaak...

Het meisje ontdekte hem in een kleine werkplaats, waar hij laarzen zat te maken. Van haar kant was het liefde op het eerste gezicht, dus wat lette haar nog om de man te strikken en zich met hem te verloven?

Ze kleedde de zaak handig in en binnen de kortste keren was het stel verloofd. Goudneus verlangde echter van zijn bruid dat zij vóór de huwelijksplechtigheid met hem langs drie kerken zou rijden die hij even aan wou doen, en de bruid, die hier geen kwaad in zag, ging zonder zich te bedenken met zijn verzoek akkoord.

Zo brak de dag van het huwelijk aan. De bruidegom liet twee zwarte hengsten voor zijn wagen spannen, hielp zijn bruid op de bok, nam zelf de teugels ter hand en joeg het span naar de eerste kerk.

Daar aangekomen stapte hij van de wagen en zei tegen zijn bruid dat ze tot hij terugkwam zolang even op de bok van de wagen moest blijven zitten wachten. Hierop richtte hij zijn schreden naar het heilig bouwwerk en verdween naar binnen.

De bruid hield zich keurig aan de afspraak en bleef zitten waar ze zat.

Haar bruidegom bleef tamelijk lang weg, maar kwam nog net voor de eerste kerkgangers arriveerden met gehaaste pas de kerk uitgestevend, sprong op de wagen en joeg het span met een noodvaart naar de tweede kerk.

Daar waren ze in een mum van tijd, en net als bij de eerste kerk liet Goudneus ook hier weer zijn bruid op de wagen zitten, terwijl hij zelf in de kerk verdween.

Vlak voor het kerkbezoek zich aandiende kwam hij weer naar buiten gesneld en joeg de wagen naar de derde kerk.

De procedure bleef onveranderd, doch ditmaal bleef hij toch wel érg lang weg.

"Wie weet wat hij in die kerken in godsnaam uitspookt?" vroeg de bruid zich af, en ze wipte van de wagen, begaf zich naar het kerkportaal en tuurde door het sleutelgat naar binnen. Maar wat ze toen zag! - haar geliefde bruidegom met de gouden neus zat daar midden in de kerk smakelijk lijken te verorberen, terwijl nota bene op dat zelfde moment de pastoor geheel opging in het zegenen der ontslapenen!

Ze holde naar de wagen terug en wachtte daar braaf op haar vreemde Goudneus. Toen deze even later naar buiten kwam gebeend en op de bok was gesprongen reed het paar, gereed voor het huwelijk, naar huis.

Onderweg vroeg de bruid haar toekomstige gemaal op de man af waarom hij zo nodig die drie kerken had moeten bezoeken. Goudneus antwoordde haar dat hier niets anders achter stak dan dat hij, alvorens in het huwelijk te treden, nog enkele diensten had willen bijwonen.

De bruid kon het verschrikkelijke geheim, waar ze door haar ongehoorzaamheid toevallig achter gekomen was, nu niet langer voor zich houden, en vertelde hem van a tot z wat ze door het sleutelgat van de derde kerk gezien had.

Toen de boze geest - want helemaal normaal was deze jongen natuurlijk niet - dit hoorde, raakte hij zó buiten zichzelf van razernij over het feit dat zijn bruid hem niet gehoorzaamd had, dat hij haar met een door merg en been gaand gebrul de keel dichtkneep.

Aldus nam het leven van dit trotse meisje een voortijdig einde.


*   *   *

De bruidegom met de gouden neus Samenvatting
Een Estlands sprookje over te hoge eisen stellen aan je partner. Een mooi en trots meisje wil letterlijk het neusje van de zalm als bruidegom: hij moet een gouden neus hebben. Wanneer ze er eindelijk een heeft gevonden, is hij niet de ware Jacob, want hij blijkt duivelse kunsten te beoefenen. Het loopt dan ook niet goed af met het veeleisende meisje. Lees het verhaal

Toelichting
Oorspronkelijk verschenen in een omvangrijke Duitse bundel uit 1922 van August von Löwis of Menar.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Sprookjes uit Finland en Estland" bijeengebracht door August van Löwis of Menar. A. W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1979. ISBN: 90-229-3311-3

Herkomst: Estland
Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook