Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 3 min.
Herkomst:




Luisje en vlootje

Er waren eens een luisje en een vlootje. Ze hadden samen een huishoudinkje opgezet en brouwden bier in een eierschaal. Toen het bier kookte in de dop, viel het luisje er in en verbrandde. Daar begon het vlootje luid te schreien. En het kamerdeurtje zei: "Maar vlootje, waarom huil je zo?" - "Omdat 't luisje verbrand is!" Toen ging het deurtje piepen. Het bezempje dat in de hoek stond, zei: "Waarom piep je zo, deurtje?" - "Zou ik niet piepen?
Luisje is verbrand,
Vlootje schreit!"
Opeens begon het bezempje verschrikkelijk hard te vegen. Daar kwam een wagentje aan en zei: "Waarom veeg je zo, bezempje?" - "Zou ik niet vegen?
Luisje is verbrand,
Vlootje schreit,
Deurtje krijt!"
Toen zei het wagentje: "Dan ga ik heel hard rijden" en het begon heel hard te rijden over de weg. Toen zei een keuteltje dat op de weg lag, waar het wagentje langs reed: "Wat rijd jij hard, wagentje?" - "Zou ik niet jagen?
Luisje is verbrand,
Vlootje schreit,
Deurtje krijt,
Bezempje vaagt,
Wagentje jaagt."
En toen zei het keuteltje: "Dan zal ik heel hard verbranden" en het begon met een helle vlam te branden. Er stond een boompje naast de weg waar het keuteltje lag, dat zei: "Keuteltje, waarom brand je?" - "Zou ik niet branden?
Luisje is verbrand,
Vlootje schreit,
Deurtje krijt,
Bezempje vaagt,
Wagentje jaagt,
Keuteltje vlamt."
Toen zei het boompje: "dan ga ik me schudden," en 't begon zich zo te schudden, dat alle blaadjes afvielen. Dat zag een meisje, dat aankwam met een waterkruikje, en zij riep: "Boompje! wat schud je je!" - "Zou ik mij niet schudden?
Luisje is verbrand,
Vlootje schreit,
Deurtje krijt,
Bezempje vaagt,
Wagentje jaagt,
Keuteltje vlamt,
Dat het verbrandt!"
En toen zei het meisje: "Dan gooi ik het waterkruikje stuk!" Toen zei het bronnetje, waar het water uit welde: "Meisje, waarom breek je het waterkruikje?" - "Zou ik het waterkruikje niet breken?
Luisje is verbrand,
Vlootje schreit,
Deurtje krijt,
Bezempje vaagt,
Wagentje jaagt,
Keuteltje vlamt,
Dat het verbrandt,
En het boompje gaat aan 't schudden."
"Zo," zei het bronnetje, "en ga ik heel hard stromen," en het begon verschrikkelijk hard te stromen. En in het water is tenslotte alles weggespoeld, het meisje, het boompje, het keuteltje, het wagentje, het bezempje, het deurtje, het vlootje - alles en alles!


*   *   *

Luisje en vlootje Samenvatting
Een luis en een vlo brouwen bier in een eierdop, maar wanneer de luis erin valt en sterft, begint de vlo heel hard te huilen. Zoals in een echt kettingsprookje gebruiken allerlei voorwerpen dat huilen als aanleiding om zelf iets te doen, totdat... Lees het verhaal

Toelichting
Een voorbeeld van een stapelverhaal ofwel kettingsprookje, een verhaalsoort dat we in alle delen van de wereld tegenkomen. Onderstaand de oer-versie van dit verhaal, dat in 1808 te Kassel door Wilhelm Grimm werd neergeschreven naar een monderlinge vertelling van Dorothea Wild, geboren Huber.
Het luisje en het vlootje

Een luisje en een vlooitje, die leefden samen in een huishouding en brouwden bier in een eierdop. Toen viel het luisje erin en verbrandde zich. Toen begon het vlooitje luid te schreeuwen. Toen sprak de kleine kamerdeur: "Waarom schreeuw je zo, vlooitje?" - "Omdat luisje zich verbrand heeft." Toen begon het deurtje te knarsen. Toen sprak een bezempje in de hal van het huis: "Waarom knars je, deurtje?" - "Moet ik niet knarsen? Luisje heeft zich verbrand, vlooitje schreeuwt." Toen begon de kleine bezem verschrikkelijk hard te vegen. Er komt een wagentje voorbij: "Waarom veeg je, bezempje?" - "Moet ik niet vegen? Luisje heeft zich verbrand, vlooitje schreeuwt, deurtje knarst." Daarop zegt het wagentje: "Dan ga ik verschrikkelijk hard rennen." En rent verschrikkelijk hard. Daarop zegt een hoopje mest, waaraan het voorbijkomt: "Waarom ren je, wagentje?" - "Moet ik niet rennen? Luisje heeft zich verbrand, vlooitje schreeuwt, deurtje knarst, bezempje veegt." Daarop zegt het hoopje mest: "Dan ga ik beginnen branden." En brandt verschrikkelijk. Er stond een boompje dat zegt: "Hoopje mest, waarom brand je?" - "Moet ik niet branden? Luisje heeft zich verbrand, vlooitje schreeuwt, deurtje knarst, bezempje veegt, wagentje rent." Daarop zegt het boompje: "Dan ga ik me schudden," en schudde al zijn loof af. Daarop zegt een meisje met een waterkruikje: "Boompje, waarom schud je je?" - "Moet ik me niet schudden? Luisje heeft zich verbrand, vlooitje schreeuwt, deurtje knarst, bezempje veegt, wagentje rent, hoopje mest brandt." Daarop zegt het meisje: "Dan ga ik mijn waterkruikje stukbreken," en brak haar waterkruikje stuk. Daarop zegt het bronnetje: "Meisje, waarom breek je je waterkruikje stuk?" - "Moet ik mijn waterkruikje niet stukbreken? Luisje heeft zich verbrand, vlooitje schreeuwt, deurtje knarst, bezempje veegt, wagentje rent, hoopje mest brandt, boompje schudt zich" - "Ach!" zei het bronnetje, "dan ga ik beginnen stromen," en begon zo verschrikkelijk te stromen, dat alles verdronken is: het meisje, het boompje, het hoopje mest, het wagentje, het bezempje, het deurtje, het vlooitje, het luisje, allemaal.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Oorspronkelijke titel

Engelse titel

Bron
"De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel. Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.

Herkomst: Duitsland
Verteltijd: ca. 3 min.
Leeftijd: vanaf 6 jaar

Lees ook