Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 17 min.
Herkomst:




Shakuntala Een hindoe-mythe over de moeder van Bharata

ShakuntalaOp zekere dag ging de machtige vorst Dushyanta op jacht met een groot gevolg van mannen te paard en mannen te voet, van strijdwagens en olifanten. En nadat hij in een wild en onherbergzaam woud vele dieren had gedood, kwam hij aan een lieflijk bos vol zingende vogels en zacht gezoem van bijen; daartussen klonk het gezang en het gebed van welonderwezen brahmanen. Dushyanta liet zijn gevolg halt houden en sprak: "Ik wil de machtige asceet Kanva bezoeken. Blijf hier tot ik terugkom."

Toen legde de koning de tekens van zijn waardigheid af en trad hij de kluis van de heilige binnen. En omdat hij niemand zag, begon hij de naam van Kanva te roepen. Luid weerklonk zijn stem door de stille kluis. Daarop verscheen er een meisje, mooi als de godin Shri, maar gekleed in boomschors als een asceet. Zodra het zwartogige meisje koning Dushyanta zag, heette ze hem welkom en ze ontving hem met veel eerbewijzen. Ze bood hem een zetel aan en water om zijn voeten te baden. Daarna vroeg ze hem hoe hij het maakte en wat hij wenste. Daarop antwoordde de koning haar: "Ik ben gekomen om de heilige Kanva mijn eerbied te betuigen. Zeg me, lieflijk meisje, waar hij is."

Het meisje antwoordde dat de eerbiedwaardige Kanva uitgegaan was om vruchten te zoeken, maar dat hij spoedig zou terugkeren.

Toen de koning zag hoe mooi ze was, hoe lieflijk haar glimlach, hoe slank haar gestalte, vroeg hij haar: "Wie ben je, schuchtere maagd? Wie is je vader? Hoe ben je in dit woud terechtgekomen? Bij de eerste blik, bekoorlijk meisje, heb je mijn hart in verwarring gebracht. Vertel me alles."

Glimlachend antwoordde het meisje met zoete stem: "Ik ben, o machtige koning Dushyanta, de dochter van de deugdzame, wijze en eerbiedwaardige asceet Kanva."

Groot was de verbazing van koning Dushyanta en hij riep: "Het is toch niet mogelijk dat die grote heilige zijn gelofte van kuisheid ontrouw zou zijn geworden! Hoe kun je dan zijn dochter zijn?"

Daarop antwoordde dat verstandverwarrende meisje met donkere ogen: "Ik zal het u verklaren. Toevallig heb ik eens mijn vader de omstandigheden van mijn geboorte horen vertellen aan een andere heilige. Ik zal u het verhaal vertellen in zijn eigen woorden.
Er was eens een asceet, Vishvamitra, die zich zulke zware zelfkwellingen oplegde, dat het de duizendogige god Indra in de hemel verontrustte. Hij vreesde dat Vishvamitra met de opgestapelde kracht van zijn ascese hem misschien ooit van zijn hoge troon zou stoten. Daarom riep hij een nimf met ranke leest bij zich en zei haar: 'Breng die machtige asceet in verzoeking en maak zo al zijn zelfkastijding nutteloos. Lok hem weg van zijn boetedoening, verlok hem met je jeugd en je schoonheid, je lach en je woord.'
Maar de nimf was bang om naar die woeste en fanatieke asceet te gaan en ze vroeg als helpers de Windgod en de Liefdegod. Huppelend naderde ze de asceet, die verdiept was in zware zelfkwellingen. Toen roofde plotseling de Windgod haar kleed, dat blank was als de maan. Dit gebeurde vóór de ogen van Vishvamitra en begeerte beving het hart in zijn ruige borst.

Lang bleven ze samen, onder de ogen van de Liefdegod. Toen de nimf een kind ontvangen had van de asceet, die wel op een laaiend vuur leek, vertrok zij naar een vallei van de hoge Himalaya. En daar werd haar dochtertje geboren. Ze legde het pasgeboren kindje op de oever van een rivier en ging heen. En toen enkele gieren het daar zagen liggen in het woud, waar geen menselijk wezen woonde, maar waar leeuwen en tijgers in overvloed huisden, gingen ze om het kindje heen zitten om het te beschermen.

Nu was ik gewend om op die plaats mijn rituele wassingen te verrichten en ik vond daar het kind in de barre eenzaamheid. Ik heb haar naar mijn kluis gebracht en ik heb haar opgevoed als een dochter. En omdat zij door shakunta's, de gieren van de Himalaya, bewaakt was, heb ik haar Shakuntala genoemd.
Dit is het verhaal dat mijn vader aan die andere heilige man vertelde. Mijn echte vader ken ik niet, maar ik beschouw Kanva als mijn vader."

Toen sprak koning Dushyanta: "Wees mijn vrouw! Wat wil je? Bloemen en kleren, gouden oorringen en parels? Ja, mijn hele koninkrijk hoort je toe. Kom, schuchtere maagd, sluit met mij een Gandharva-huwelijk, het heilige huwelijk zonder formaliteiten."

Daarop antwoordde Shakuntala: "Vorst, mijn vader is uitgegaan om vruchten te zoeken. Wacht toch een ogenblik, dan zal hij mij aan u geven."

Maar Dushyanta trappelde als een olifant in de paartijd en riep: "Ik wil dat je dadelijk mijn vrouw bent. Ik besta alleen voor jou. Geef toch zelf jezelf. Het Gandharva-huwelijk is een eerbaar huwelijk, de beste vorm voor een man uit de krijgerskaste. Aarzel niet! Ik verlang zo vurig naar jou, en jij naar mij; laten we het Gandharva-huwelijk sluiten!"

Daarop antwoordde Shakuntala, het onberispelijke meisje met de donkere ogen: "Als dit echt een vorm is die door de religie wordt toegestaan, als ik echt over mezelf mag beschikken, luister dan naar mijn voorwaarden en beloof dat u zich zult houden aan wat ik hier zonder getuigen vragen zal. De zoon die ik van u zal ontvangen, moet uw troonopvolger worden. Als u me dat beloven wilt, Dushyanta, dan stem ik toe in onze vereniging."

Zonder zich te bedenken gaf de edele koning haar dadelijk zijn woord en het huwelijk werd meteen voltrokken. En toen de vorst wegging van het meisje met de sierlijke stap, herhaalde hij steeds maar dat hij zijn gevolg zou sturen om haar af te halen en haar naar de hoofdstad te brengen.

Nauwelijks was de koning weggegaan, of de asceet Kanva keerde terug naar de kluis. Uit schaamte liep Shakuntala hem niet tegemoet, zoals ze gewoonlijk deed. Maar de heilige man wist alles, want hij had het gezien met zijn geestesoog. En vriendelijk zei hij haar: "Lief kind, wat je vandaag zonder mijn toestemming in het geheim gedaan hebt, heeft geen schade toegebracht aan je deugd. En de zoon die je zult baren, zal heersen over de hele wereld, tot aan de oevers van de zee. En zijn legers zullen optrekken tegen de vijand en ze zullen onoverwinnelijk zijn."

Toen waste Shakuntala de voeten van haar vermoeide pleegvader. Drie jaar later schonk ze het leven aan een welgeschapen jongetje. Na nog drie jaar was het gegroeid tot een krachtige knaap met tanden als parels en met de merktekens van toekomstige voorspoed en geluk in de palm van zijn hand. Toen hij zes was, bestond er geen dier dat hij niet bedwingen kon. Leeuwen en tijgers, buffels en olifanten ving hij en bond hij vast aan de bomen.

Toen vond de asceet Kanva dat de tijd gekomen was om hem als troonopvolger te laten erkennen en hij zei tegen zijn leerlingen: "Voer Shakuntala, de vrouw met de mooie wenkbrauwen, van deze kluis naar de woning van haar man. Vrouwen mogen niet te lang blijven wonen bij hun vader. Zo'n verblijf is rampzalig voor hun reputatie, hun gedrag en hun deugdzaamheid."

En zo vertrok Shakuntala dan met haar zoon uit het woud waar koning Dushyanta haar eens had liefgehad. Toen ze in Hastinapura, die wondermooie stad, was aangekomen, werd ze vóór de koning gebracht. Ze betuigde de vorst haar hulde en zei daarop: "Hier is uw zoon, o koning! Erken hem als uw troonopvolger. Vervul nu de belofte die u me gedaan hebt, toen u mij genomen hebt in de hut van de asceet Kanva."

Hoewel de koning zich nu alles herinnerde, zei hij: "Ik herinner mij niets van al wat je daar zegt. Wie ben je, ontaarde vrouw, vermomd in een ascetenkleed van berkenbast? Ik heb niets met jou te maken!"

Een ogenblik stond de onberispelijke Shakuntala daar als een dode boomstronk. De smart verdoofde en verlamde haar. Maar toen werden haar ogen koperkleurig van woede en haar lippen begonnen te trillen. Terwijl ze brandende blikken op de koning wierp, sprak ze woedend tot haar heer: "Verlaag u niet tot leugentaal, stier onder de mannen! Beseft u niet dat de Alwetende in uw hart woont? Hij kent alle zonden, en nu zondigt u in zijn tegenwoordigheid. Zon en maan, water en vuur, dag en nacht, en Yama, de god van de dood, allen zijn getuigen van onze daden. Ik ben u altijd trouw gebleven. Hoort u me niet? Ik sta toch niet te schreeuwen in een wildernis? Wel ben ik onuitgenodigd naar u gekomen, maar daarom verdien ik nog geen minachting. Een vrouw is voor een man het kostbaarste bezit. Ze is een heilige akker, want zelfs asceten kunnen zonder een vrouw geen enkel levend wezen scheppen. Als een vrouw heengaat vóór haar man, dan wacht ze in het dodenrijk op hem, maar gaat hij eerst, dan volgt ze hem op de voet. Welk geluk is groter dan dat van een vader, als zijn zoon naar hem toeloopt en de armen rond zijn hals slaat? Laat dan dit kind u omhelzen. Het is de vrucht van uw lendenen, het is uw tweede ik. Zie uzelf in uw zoon, zoals u uw beeltenis ziet in het water van een helder meer. Wat heb ik toch misdaan, dat ik als kind verstoten werd door mijn ouders en nu verstoten word door u! Als u me verstoot, dan zal ik teruggaan naar de asceet Kanva. Maar dit kind verstoten, uw eigen zoon die ik drie jaar in mijn moederschoot gedragen heb, daartoe hebt u het recht niet."

Daarop antwoordde Dushyanta: "Ik kan me niet herinneren, Shakuntala, dat ik bij jou een kind verwekt heb. Vrouwen vertellen veelal leugens en jij bent bovendien de dochter van een wellustige nimf. Wie zou je woorden geloven?"

Terwijl ze van ergernis haar mondhoeken likte, antwoordde de donkerogige Shakuntala: "Ik ben van hogere afkomst dan u. U bent een mosterdzaadje, ik de hoge Himalaya. Ik zal heengaan, want het is niet goed in uw gezelschap te zijn. Maar weet, Dushyanta, dat mijn zoon zal heersen over de hele aarde tot aan de vier zeeën, wanneer u heengegaan zult zijn."

Na die woorden verliet ze het paleis. Maar nauwelijks was ze vertrokken, of er klonk een donderende stem uit de hoge hemel: "Erken je zoon, Dushyanta, en beledig Shakuntala niet langer. Jij bent de vader!"

Toen vroeg Dushyanta vol vreugde aan zijn priesters, ministers, leraars en bedrijvige dienaars: "Hebben jullie die woorden uit de hemel gehoord? Ikzelf wist wel dat hij mijn zoon was. Maar als ik hem alleen op gezag van Shakuntala's woorden als zoon had erkend, dan zou mijn volk wantrouwig gebleven zijn."

Hij omarmde daarop zijn zoon en kuste hem op het voorhoofd. Shakuntala met de amandelvormige ogen liet hij terughalen en hij vergaf haar alle harde woorden die ze gesproken had. Hij gaf zijn geliefde vrouw eten en drinken en reukwerk. En aan al de brahmanen deelde hij rijke giften uit.

De jongen kreeg de naam Bharata en werd als troonopvolger erkend. Met zijn strijdwagen doorkruiste hij alle landen van de wereld en het geratel van zijn wagenwielen vervulde de aarde tot aan de stranden van de vier zeeën.

En uit hem is het grote geslacht gesproten, het geslacht dat naar hem genoemd wordt: de Bharatadynastie.


*   *   *

Shakuntala Samenvatting
Een hindoe-mythe over de moeder van Bharata. De vorst Dushyanta ontmoet de pleegdochter van de asceet Kanva en is op slag verliefd. Hij stelt een huwelijk met haar voor, maar zij wil alleen maar trouwen als de zoon die geboren wordt zijn opvolger wordt. Dushyanta gaat akkoord en de zoon die geboren wordt, Bharata, wordt de voorvader van het Bharatageslacht, de familie die centraal staat in de Mahabharata. Lees het verhaal

Toelichting
Een Gandharva-huwelijk is een huwelijk zonder voorafgaande (juridische) formaliteiten.

Dit verhaal komt uit de Mahabharata ('Het grote Bharatageslacht'), het omvangrijkste werk uit de wereldliteratuur, bijna 200 000 versregels. Het epos verhaalt de noodlottige vete tussen twee takken van de Bharatadynastie, een vete die uitloopt op de bijna totale ondergang van dat geslacht. Die strijd moet gesitueerd worden op het einde van de 9de eeuw v. Christus en het epos is waarschijnlijk ontstaan in het noordoosten van India.

Voor de genealogie van de helden die een rol spelen in het eigenlijke epos, is dit verhaal over de afstamming van een verre voorvader opgenomen. Later is dit verhaal door de dichter Kalidasa voor het toneel bewerkt; het werd het belangrijkste en meest geliefde werk uit de Indische toneelliteratuur.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Mahabharata" door Krishna Dvaipayana Vyasa. Vertaald en bewerkt door H. Verbruggen. Mirananda, Den Haag, 1991. ISBN: 90-6271-815-9

Herkomst: India
Verteltijd: ca. 17 min.
Leeftijd: vanaf 12 jaar

Lees ook