TOELICHTING:De fabel van de krekel en de mier heeft ook andere schrijvers en dichters geïnspireerd. Hieronder bijvoorbeeld een versie van
Joost van den Vondel, overgenomen van de website
DBNL.
Vande Mier ende Krekel
De magre Krekel nu van s'winters kou bespronghen,
Zocht aen't kloeck Mierken heyl, tot bedelen gedrongen,
En met een heesche stem viel 'tbezich dierken aen;
Erbermt u Iuffrou Mier! en om een weynigh graen
My ongetroost niet laet, noch hongers nood bezuren,
Mijn armoe wat vervult, en opent uwe schuren.
Maer 'twacker beestien vry van kommer en ellend,
Den Krekel heeft aldus zijn traegheyd voorgewend:
Draeght nu verschulde straf, draeght nu 'tvermaledijden
Die al den zomer sleet in wellust en verblijden,
Die d'aengename tijd en zegen hebt veracht,
En slempende uwen oegst verquist en doorghebracht.
‘Het kostelijcxste pand en kleynood uytgenomen
‘Is d'altijd vliende tijd, die huyden omgekomen
‘Niet morgen weder keert: wijs is hy van beraet
‘Die s'tijds gelegentheyd beooght en gade slaet.
‘Die op geen weelde steunt, noch die, hoe hoogh gezeten,
‘D'aenstaende zwarigheyd lichtveerdigh gaet vergeten.

Jean de La Fontaine (8 juli 1621 - 13 april 1695) was een Frans schrijver en werd geboren in Château-Thierry in Champagne. Hij was een tijdlang houtvester. Zijn bekendste werken zijn zijn fabels. Hiervoor haalde hij veel inspiratie uit de klassieke oudheid, zoals Aesopus en Horatius.
Een van zijn bekendste fabels is "La cigale et la fourmi" (
De krekel en de mier) waarin een kunstzinnige krekel de hele zomer een werkende mier vermaakt met zijn gezang, waarna de mier te beroerd is om de zanger hiervoor te belonen. Hoewel La Fontaine met dit verhaal op een ironische manier de geringe waardering voor kunstenaars wilde aanklagen, werd het verhaal in later tijden meestal gebruikt als illustratie van het idee 'wie niet werkt, zal ook niet eten'.
Hij werd in 1683 lid van de Académie Française. Hij stierf in Parijs en werd begraven op de Père Lachaise begraafplaats.