Volksverhalen Almanak

De betoverde ezel Een heksenverhaal uit de Kempen (Noord-Brabant)

Ergens in de Kempen woonde eens een jongen die dolverliefd was op een mooie boerendochter. Hij deed er alles aan om het meisje voor zich te winnen en groot was zijn geluk toen dat eindelijk lukte. Elke avond bezocht hij haar en dan brachten zij uren door in velden en in hooibergen waar ze elkaar hartstochtelijk beminden. Elke avond ja, behalve op vrijdagavond. Dat had de moeder van het meisje streng verboden. De jongen hield zich daar natuurlijk aan, al kostte het hem veel moeite.

Toen hij op een vrijdagavond in de kroeg zat, werd hij door zijn vrienden gepest. "Ze heeft vast nóg een vrijer," zei een van hen spottend. "En haar moeder weet daarvan. Die geheime minnaar komt natuurlijk ‘s vrijdags en dan kan ze jou niet gebruiken."

Beledigd stond de jongen op. Dat zou hij eens even gaan onderzoeken. Stel dat het waar was, hij kon het zich niet voorstellen. In het donker liep hij naar het huis van zijn geliefde en hij sloop de keuken binnen om zich achter het fornuis te verbergen. Hij zat daar nog maar net, toen moeder en dochter binnenkwamen. Tot verbazing van de jongen begonnen de twee vrouwen zich uit te kleden. Zouden ze een bad nemen?

Maar nee, de moeder smeerde het meisje en zichzelf in met zalf. Daarna opende ze de deur, pakte een bezemsteel en ging erop zitten. De dochter nam achter haar plaats.

"Over heg en steg, boven alles uit, nergens aan!" prevelde de moeder en weg vlogen ze.

De jongen moest even bekomen van de schrik, maar toen pakte hij de pot met zalf. "Wat zij kunnen, kan ik ook," zei hij in zichzelf. Hij zocht een bezem, kleedde zich uit en smeerde zich in. Toen nam hij plaats op de bezemsteel en herhaalde de spreuk. En daar vloog hij weg, over weilanden en bossen, over het dorp en over de stad. In vliegende vaart ging het, alsof hij door een stormwind werd voortgedreven.

Al spoedig begon de bezem te dalen en hij landde op een heideveld, waar mensen rond een vuur dansten. Ze waren allemaal naakt, net als hij. En niet alleen mensen dansten er, maar ook een heleboel zwarte katten, die miauwden en krijsten. Eén van de dansers was het liefje van de jongen. Ze zag hem staan en trok hem de heksenkring binnen. Met hem in haar armen danste ze wild in het rond. Steeds wilder en vuriger werd de dans, tot de jongen uitgeput neerviel.

Het meisje zocht haar moeder op en zei: "Wat zullen we met hem doen, hij mag ons geheim niet verraden."

De moeder dacht even na."Ik zal hem in een ezel veranderen, want hij gedroeg zich als een ezel door hier te komen." Ze liep op de jongen af, strekte haar handen boven hem uit en mompelde een spreuk.

De jongen begon te stuiptrekken, zijn huid werd behaard en zijn armen en benen veranderden in ezelspoten. Zijn oren werden langer, zijn gezicht kreeg de vorm van een ezelskop. Toen hij wilde praten, kwam er niets dan een stom gebalk uit zijn mond. Rondom hem werd luid gelachen en de heksen trokken hem aan zijn staart en oren. De jongen zette het op een lopen, weg wilde hij van die duivelse kring.

Dagenlang sjokte hij rond en at alleen gras. Een molenaar zag hem lopen en wreef in zijn handen. "Zo’n hulp kan ik wel gebruiken," zei hij. "Tegen de tijd dat zijn baas hem mist, heeft hij al mijn zakken meel al versjouwd. Dan hoef ik dat niet zelf te doen."

Zo bleef de jongen bij de molenaar, want niemand kwam om hem vragen. De molenaar liet hem hard werken en gaf hem weinig te eten.

Op een dag toen hij weer aan het sjouwen was, zag hij op de weg langs de molen twee vrouwen lopen. De ezel herkende hen direct, het waren zijn vriendinnetje en haar moeder. Ze droegen tassen vol spullen op de rug. Zouden ze gaan verhuizen naar een ander dorp? De ezel begon klaaglijk te balken. Het meisje liep op hem toe en herkende de jongen. Ze kreeg medelijden met hem, want ze had echt van hem gehouden en dit lot verdiende haar vrijer toch niet.

"Ach moeder, in deze staat kunnen we hem toch niet laten," zei ze. "Kunnen we hem iets geven dat hem weer tot mens maakt?"

De moeder schudde het hoofd. "Dat zal niet gaan," zei ze. "Het enige middel dat hem kan helpen, is een lauwerkrans die door een jong meisje wordt gedragen tijdens een processie. Als hij die opeet, krijgt hij zijn oude gedaante weer terug."

Het meisje streelde de ezel zacht over de kop, kuste hem en vervolgde haar weg.

De ezel had de opmerking van de moeder laten bezinken. En toen hij de molenaar met een klant hoorde praten over een processie die op de eerstvolgende zondag in het dorp zou worden gehouden, meende hij dat zijn kans gekomen was.

Die zondag was de ezel vroeg wakker. Hij kauwde net zolang op de riem waarmee hij vastzat, tot die brak. Toen ging hij op een drafje naar het dorp. Hij verschool zich in de tuin van de pastorie en wachtte af. Al snel verzamelde zich een hoop volk bij de kerk en om twaalf uur kwam de processie de kerk uit. Voorop liepen meisjes met lauwerkransen in het haar. De ezel stormde naar voren, duwde ruw wat dorpelingen opzij en griste het eerste het beste meisje de krans van het hoofd. Voor iemand kon ingrijpen, verslond hij de krans. Prompt veranderde hij weer in de persoon die hij vroeger was. Er viel een stilte over het kerkplein en toen barstte een luid gelach los. Want de jongen stond daar naakt, net zoals hij op die onzalige avond naakt op de bezemsteel was gaan zitten. Rood van schaamte rende hij weg en hij heeft zich in dat dorp nooit meer laten zien.


*   *   *

De betoverde ezel Samenvatting
Een heksenverhaal uit de Kempen (Noord-Brabant). Een jongen is verliefd op een meisje. Hij ziet haar elke avond, behalve op vrijdag. Hij ontdekt dat zijn vriendin en haar moeder heksen zijn die elke vrijdagavond met andere heksen samenkomen op de heide. Als hij gesnapt wordt, veranderen de heksen hem in een ezel. Er is maar een manier om de betovering te verbreken... Lees het verhaal

Toelichting
Oorspronkelijk verschenen in "Spokerijen in de Kempen" door Johan Biemans (Zaltbommel, 1973).

De eerste en beroemdste betoverde ezel vinden we al in 'De Gouden Ezel' van de virtuoze Romeinse Afrikaan Apuleius van Madauros (2e eeuw na Christus). In het boek wordt een zekere Lucius door eigen schuld in een ezel veranderd. In die gedaante beleeft hij allerlei avonturen. Hij komt in handen van rovers, arme sloebers en soldaten en eindigt als attractie in het theater, waar hij in het openbaar de liefde moet gaan bedrijven met een misdadigster... Pas aan het slot, na vele verhalen en binnenverhalen, zoals het geliefde sprookje van Amor en Psyche, daagt er redding voor Lucius. Dankzij de godin Isis wordt hij weer mens en tenslotte treedt hij in haar dienst als priester.

Vergelijk ook: Het ezeltje en De groente-ezel.

Trefwoorden


Thema