Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 13 min.
Herkomst:

De geschiedenis van de schrokop Een Mongools sprookje over hebzucht en bedrog

In vroegere tijden leefde er eens een schrokop. Hij bezat een kreupele, rode, oude knol. Dat was zijn rijpaard. Aan het zadel had hij vier ingemaakte dierenpoten gebonden en daar voegde hij nog een ketel uit de Krim aan toe. Zo reed hij weg. Hij reed en reed, tot hij een jongeman tegenkwam met wie hij een praatje maakte.

"Mijn jongen, hoe gaat het met je? Ken je mij wel, jongen?"

"Ja, ik ken je wel."

"Wie ben ik dan?"

"Schrokop met de kreupele, rode, oude knol!"

"Ja, dat klopt."

De oude man gaf de jongen een van de vier ingemaakte poten. Nu had hij er nog maar drie over. Deze gaf hij aan drie andere jongemannen. Toen had hij alleen nog maar zijn ketel uit de Krim over. Zo reed hij verder. Een jongeman kwam hem tegemoet en hij maakte weer een praatje: "Jongeman, ken je mij?"

"Ja hoor, ik ken je wel."

"Hoe heet ik dan?"

"Schrokop!"

De oude schrokop gaf zijn ketel uit de Krim aan de jongeman en reed verder. Onderweg vond hij een bot. Hij haalde er zijn neus mee open, liet zijn bloed stromen en smeerde dit op het bot. Daarna bond hij het bot aan zijn zadel en reed verder. Zo kwam hij op een plek waar veel joerten stonden. In een van de tenten ging hij naar binnen. Er werd net een grote ketel vol vlees gekookt. "Waar kom jij vandaan, schrokop?" vroeg men hem. "Ik kom van huis," antwoordde de oude man. "Jongelui, ik wil eigenlijk vlees koken om te eten, hebben jullie een lege ketel voor me?" Daarop bood de heer des huizes aan: "Schrokop, kook je vlees maar samen met dat van ons in deze ketel." - "Als jouw vlees dat van mij opvreet," zei de oude man, "geef je me dan jouw vlees?" - "Ja, dan krijg je mijn vlees," luidde het antwoord.

De oude man ging naar buiten, pakte zijn met bloed besmeerde bot en stopte het in de ketel waarin het vlees werd gekookt. Toen de heer des huizes later het vlees uit de ketel haalde, kwam het bot van de oude man zonder enig vlees eraan mee naar boven. Schrokop zei: "Nu heeft jouw vlees het mijne opgevreten!"

"Neem dan al mijn vlees maar mee," antwoordde de ander en hij deed het in een zak. De oude man bond de zak aan het zadel van zijn paard en vertrok.

Onderweg kwam hij een jongeman op een paard tegen. "Waar ga je heen?" vroeg de schrokop hem. De jongeman antwoordde dat hij op weg was naar de plek met de vele joerten om een schaap te kopen. "Wat wil je dan doen met dat schaap?"

"Dat wil ik slachten en koken en aan mijn familie geven."

"Ik heb hier gekookt vlees, neem dat maar!" zei de oude man.

"Wat wil je daarvoor hebben?"

"Ik geef het je in ruil voor een levend schaap."

"Dat is goed," antwoordde de jongen. Hij nam de oude man mee en gaf hem een levend schaap. Daarop reed de oude schrokop verder en verder tot hij bij het vallen van de avond de tent van een rijk man bereikte. Bij een grote omheinde schapenweide die bij de tent hoorde, steeg de oude man af. Hij nam het zadel van zijn paard en bond de poten van het dier bij elkaar. Daarna bond hij zijn schaap aan het paard, maakte een bed van het zadel en ging liggen. Toen hij daar zo lag, kwam de eigenaar van de grote schapenweide naar hem toe. "Schrokop, waar kom jij vandaan?"

"Van huis kom ik."

"Zet je schaap toch bij onze schapen in de schaapskooi en overnacht bij ons."

"Als jouw schapen mijn schaap opvreten, geef je mij dan je hele kudde?" vroeg de oude man. En de ander antwoordde: "Ja, in dat geval geef ik je mijn hele kudde."

Daarop bracht de oude man zijn schaap bij de andere schapen. "Kom nu bij ons in de tent, oudje, en ga slapen," zei men. De oude schrokop nam zijn zadel mee naar de joerte en viel erop in slaap. Hij stond echter in het holst van de nacht op, ging naar de schaapskooi, slachtte zijn schaap en smeerde het bloed rond de ogen van alle andere schapen. Zijn eigen schaap sneed hij in mootjes die hij tussen de andere schapen strooide. Daarna ging hij weer naar binnen om verder te slapen.

De volgende ochtend, toen iedereen was opgestaan, dreef de heer des huizes zijn schapen uit de schaapskooi. Alle schapen hadden bloed om hun bek en het schaap van de oude man ontbrak. "Dacht ik het niet!" riep de oude schrokop. "Ik was al bang dat die van jou de mijne zouden opvreten! Hun bekken zijn rood van het bloed! Wat moet ik nu beginnen?"

"Huil maar niet, oudje, hier, je krijgt honderd schapen van mij," zei de ander. Toen de schrokop met honderd schapen zijn weg vervolgde, kwam hij een groepje van vijf, zes mensen tegen die een dode oude vrouw op een wagen met zich meevoerden. "Hoe gaat het, jongelui?" zei de oude man. "Wat is dat, wat daar op die wagen ligt?"

"Een dode oude vrouw," antwoordden ze hem.

"Willen jullie deze dode oude vrouw ruilen voor honderd schapen?" vroeg de schrokop. Zo raakte hij zijn schapen kwijt en kreeg hij het lijk. Hij zette het voor zich in het zadel en reed verder.

Voor een tentendorp steeg hij af, sloeg twee stokken in de grond en zette de oude vrouw zo neer, dat ze met haar handen de twee stokken vasthield. Daarop liep hij naar een van de tenten. "Geef me wat te drinken, ik heb dorst gekregen," zei hij. Een vrouw, de vrouw des huizes, stond op, schonk koemis voor hem in uit de melkbrandewijnzak en liet de drank door een van de kinderen aanreiken. Toen de oude man zijn tweede kom met koemis kreeg, maakte hij aanstalten ermee naar buiten te gaan. "Waar ga je heen, oudje?" vroeg de vrouw. "Ik ga naar mijn oude vrouw. Ze is ziek en heeft onderweg ook dorst gekregen."

"Ach, mijn zoon en dochter zullen haar hier brengen."

"Ze kan niet lopen en ze kan zich niet bewegen. Geef je mij je dochter en je zoon als ik mijn oude vrouw niet levend terugzie?"

"Ja hoor," zei de moeder.

Het meisje en de jongen gingen naar buiten en kwamen bij de oude vrouw. "Oudje, oudje, je moet met ons meegaan naar onze moeder om iets te drinken, heeft ze gezegd." De oude vrouw reageerde niet. "Oudje, je moet met ons mee!" Het meisje en de jongen namen haar de stokken uit handen, zodat ze voorover op de grond viel. Met de oude vrouw op hun schouders kwamen de kinderen de tent binnen. Ze legden haar neer. "Ik was al bang dat het haar dood zou worden, en toch heb je je kinderen naar haar toe gestuurd," jammerde de oude man. "Ze hebben haar de twee stokken uit haar handen genomen en daardoor is ze gevallen en gestorven!" Hij jammerde en huilde zo verschrikkelijk dat de vrouw des huizes zei: "Oudje, daarom hoef je niet zoveel verdriet te hebben. Hier, neem mijn twee kinderen dan maar mee." Daarop zette de oude man het meisje voor zich op het zadel en de jongen achter zich en zo reed hij weg.

Enige tijd later stegen ze af bij een hoge boom. De oude man liet de jongen naar de top van de boom klimmen. Het meisje moest zich verstoppen in een gat dat hij onder de wortels van de boom groef. Toen hij beide kinderen aldus had verborgen, reed hij verder op zijn oude knol.

Van een plek waar vele kudden paarden rondzwierven, dreef hij een grote groep paarden naar de boom. Daar nam hij het zadel van zijn eigen paard, maakte er een bed van en ging liggen.

Enige tijd later kwamen twee jongemannen aanrijden.

"Schrokop, waarom heb je deze kudde paarden hier gebracht?" vroegen ze hem.

"Deze kudde paarden behoort niet aan jullie, hij behoort aan mij!" zei de schrokop. Daarop antwoordden de jongemannen: "Maar dit is de kudde van onze khan!"

"Moet ik dan aan hemel en aarde vragen of ik heb gelogen?"

"Ja, doe dat maar!"

Toen ging de oude man onder de boom staan en riep: "Hemel, hemel, van wie is deze kudde paarden?" Daarop antwoordde de jongen in de top van de boom: "Van wie anders dan van de schrokop!" Vervolgens keek de oude man naar de grond en vroeg: "Aarde, aarde, van wie is deze kudde paarden?" Het meisje antwoordde: "Van wie anders dan van de schrokop!" Toen zei de oude man: "Hebben jullie gehoord wat de hemel en de aarde hebben gezegd?"

"We hebben het gehoord," antwoordden de beide jongemannen. Ze stegen weer op hun paarden en ze keerden naar huis terug.

De oude man zette een krakkemikkige tent op, melkte zijn merries, brouwde er koemis van en dronk deze op. Toen hij dronken was ingeslapen, namen de jongen en het meisje hun kans waar. Ze goten de schrokop hete droesem in zijn keel, zodat hij ter plekke overleed. Daarop keerden de jongen en het meisje naar huis terug en leefden daar in vrede en welvaart.


*   *   *

De geschiedenis van de schrokop Samenvatting
Een Mongools sprookje over hebzucht en bedrog. Telkens lukt het een schrokop om op goedkope en handige wijze zijn zin te krijgen, totdat hij dronken wordt en de kinderen die hij ontvoerd heeft hem doden. Lees het verhaal

Toelichting
Een joert is een uit diverse schaarhekken opgebouwde en door hoepelvormige dakstangen - die uitstralen vanaf een rond rookgat in het midden - bekroonde ronde tent van de Mongolen, die met grote stukken vilt worden bekleed. Hoe rijker en voornamer de familie is, hoe witter en nieuwer het vilt. De vilten bekelding wordt aan de buitenkant door tentbanden tegen het geraamte op zijn plaats gehouden. Hoe groter de stukken vilt, hoe minder banden er nodig zijn.

Vergelijk dit verhaal met Hoe Aldar-Kose trouwde uit Kazachstan.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Mongoolse sprookjes" verzameld door Walther Heissig. Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 2000. Oorspronkelijke uitgave: Mongolische Märchen. ISBN: 90-389-1111-4

Herkomst: Mongolië
Verteltijd: ca. 13 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook