Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 19 min.
Herkomst:

De helpende dieren Een sprookje uit Bali (Indonesië) over twee ontvoerde kinderen

De helpende dieren
Illustratie speciaal voor de Volksverhalen Almanak gemaakt door René Blom

Er waren eens twee kleine meisjes, Klodan en Klontjing. Het waren tweelingen. De vader van de meisjes was gestorven en nu moest hun moeder, Mèn Klodan Klontjing, iedere dag naar de pasar (markt) om oliepitten te verkopen. Klodan en Klontjing bleven dan achter om op het huis te passen.

Toen de moeder de eerste keer oliepitten ging verkopen, riep ze haar beide dochtertjes en zei: "Kinderen, ik ga nu naar de pasar. Pas goed op jezelf. Blijf in het slaaphuisje en houd de deur goed dicht. Jullie mogen pas opendoen als ik terugkom en jullie roep. Denk er om, dat je niemand anders binnenlaat!" Zo sprak Mèn Klodan Klontjing tot haar kinderen en ze vertrok om oliepitten te verkopen.

's Avonds keerde de koopvrouw naar huis terug en riep met haar vriendelijke stem: "Meisjes, Klodan en Klontjing, doe gauw open. Ik ben teruggekomen!" Klodan en Klontjing stonden op om de deur voor hun moeder te openen. Het klonk zó: "Klétjék-gedém-borang." Toen kon de moeder binnenkomen.

De volgende morgen ging ze weer naar de pasar om handel te drijven en kwam tegen dat het donker begon te worden, thuis. En net als de vorige dag riep ze haar kinderen vriendelijk toe de deur open te maken. En zo ging het nu iedere dag.

Maar op een kwade dag had een boze reuzin alles gehoord. Zonder dat Mèn Klodan Klontjing het wist, had ze geluisterd terwijl de moeder haar kinderen toeriep. De volgende dag, toen de koopvrouw weer op de markt was, ging de reuzin 's middags naar het huisje. Ze probeerde de stem van de moeder na te bootsen, maar dat lukte haar niet en ze sprak nog krom ook! Ze zei steeds een R op het eind van ieder woord: "Meisjer, Klodar en Klontjir, willer jullier der deur oper makerrrr? Ik ber ner thuirsgekomer var her verkoper var olierpitterrr!" Zo riep ze. Toen Klodan en Klontjing haar hoorden, begonnen ze te beven van angst. Dat was niet hun moeders stem. Dit was een zware stem en het klonk een beetje alsof een oude man boos schreeuwde. De zusjes deden dus niet open. Nogmaals riep de reuzin, maar de kinderen lieten haar niet binnen. Toen ging de reuzin weg.

Tegen de avond kwam moeder thuis en ze riep met haar heldere vriendelijke stem: "Meisjes, Klodan en Klontjing, maak gauw de deur voor je moeder open." Toen sprongen de meisjes vlug op en lieten haar binnen: "Klétjék-gedém-borang." Zodra de meisjes hun moeder zagen, klaagden zij hun nood. "Lieve moeder," zeiden ze, "ga even zitten om uit te rusten en luister wat er gebeurd is. We zijn zo bang geweest! Een poosje geleden was er iemand aan de deur, die ons met een harde en vreemde stem riep. Wie zou dat geweest zijn?"

"Dat was zeker de reuzin, die hier in de buurt woont. Als ze morgen weer komt, mag je vooral niet open doen! Ik kan zelf niet thuis blijven, want als ik met werken ophield, zou ik geen eten meer voor jullie hebben!"

De volgende dag ging ze dus weer naar de pasar, terwijl de kinderen thuis bleven met de deur op slot. En wat deed de reuzin? Die was druk bezig een drank te persen uit de stengels van patjar, de grote balsemien, uit de vruchten van de zuurzak en uit de bloempjes van Nona Makan Sirih, die wij 'gebroken hartjes' noemen. Ze dronk alles wat ze klaargemaakt had, achter elkaar op, tot ze een kriebelig gevoel kreeg in haar keel. Nu probeerde ze nog eens te roepen: "Moeder, moeder." En ja hoor, haar stem klonk zuiver en vriendelijk en leek wel wat op die van Mèn Klodan Klontjing. Nog eens probeerde ze het: "Moeder, moeder, meisjer... meisjer..." De stem klonk mooi, maar wat mankeerde er toch aan? Toen ontdekte ze opeens, dat ze nog steeds de R aan het eind van elk woord zei. Ze werd verschrikkelijk kwaad en ze ging meteen andere planten zoeken. Ze zorgde er wel voor, dat ze nu alleen maar planten nam, die geen R in hun naam hadden. Ze nam bloemen van de lelie, de bakung, en de bol van het chocoladebloempje en pitten van de zonnebloem. Weer ging ze persen en mengen en toen de nieuwe drank klaar was, dronk ze er een hele emmer van leeg. Ze kon het haast niet naar binnen krijgen. Opnieuw probeerde ze te roepen: "Meisjes, meisjes!" Nu klonk het goed. Zachtjes in zichzelf grinnikend liep de reuzin toen naar het slaaphuisje van de tweelingen. En zo vriendelijk als ze maar kon riep ze: "Meisjes, Klodan en Klontjing, maak eens gauw de deur voor moeder open! Ik ben juist teruggekomen van de handel in oliepitten."

Klodan en Klontjing luisterden. En omdat de stem helder en vriendelijk was, net als die van hun moeder, stonden ze allebei op en maakten de deur open: "Klétjék-gedém-borang." Maar wat schrokken ze, toen ze de reuzin met haar grote fonkelende ogen en haar gevaarlijke slagtanden zagen! Ze gaven een gil en riepen om hulp. Maar de reuzin begon hard te lachen en greep de meisjes beet, klemde ze in haar armen en droeg ze haastig naar haar huis. Daar stopte ze de arme kleintjes vlug in een kist en zette die op de vliering.

Toen het avond begon te worden, kwam Mèn Klodan Klontjing thuis. Ze zag dadelijk, dat de deur van haar huisje wijd open stond en vlug liep ze naar binnen om haar kinderen te zoeken. Ze waren er niet. Toen liep ze naar buiten en begon te roepen. Er kwam geen antwoord. Ze zocht hier, ze zocht daar, ze riep en riep opnieuw. Maar nergens was een spoor van de kinderen te vinden. Toen begreep de moeder, dat de reuzin de tweelingen had meegenomen en ze begon heel erg te snikken.

Terwijl ze zo schreiend in haar huisje zat, kwam er een varken naar haar toe en vroeg: "Mèn Klodan Klontjing, waarom huil je zo erg?"

Moeder antwoordde: "Ach, ik ben diep ongelukkig, de reuzin heeft mijn kinderen gestolen."

"Dan begrijp ik waarom je huilt, Mèn Klodan Klontjing," zei het varken. "Houd nu maar op met schreien. Ik ga meteen naar je kinderen zoeken."

"Als je dat doen wilt, heel graag," antwoordde Mèn Klodan Klontjing. "En als je ze vindt, beloon ik je met een trog vol kaf."

Toen kwam er een eend aanwaggelen en die vroeg: "Mèn Klodan Klontjing, vertel me eens, waarom huil je zo?"

Mèn Klodan Klontjing antwoordde weer: "Ach ik ben diep ongelukkig, de reuzin heeft mijn kinderen gestolen."

En de eend zei: "Mèn Klodan Klontjing, houd maar gerust op met huilen, ik zal direct naar je kinderen gaan zoeken."

"Als je dat doen wilt, heel graag," antwoordde Mèn Klodan Klontjing. "En als je de kinderen vindt, dan beloon ik je met padie."

Toen kwam er een hond aangelopen en ook hij vroeg: "Mèn Klodan Klontjing, zeg me toch waarom je zo huilt."

En weer antwoordde Mèn Klodan Klontjing: "Ach, ik ben diep ongelukkig. De reuzin heeft mijn kinderen gestolen."

En ook de hond beloofde: "Mèn Klodan Klontjing, houd dan maar op met huilen. Ik zal meteen je kinderen gaan zoeken."

"Als je dat doen wilt, heel graag. En als je de kinderen vindt, beloon ik je met een grote kluif."

Achtereenvolgens kwamen nu aanhuppelen: de groene kikker, de pad, de boomkikvors, de muis en de reuzenkikvors. Elk van de dieren vroeg vol medelijden aan Mèn Klodan Klontjing waarom ze zo erg huilde. Toen ze hoorden, dat de reuzin de tweeling had meegenomen, wilden ook zij graag meehelpen bij het zoeken. En Mèn Klodan Klontjing beloofde elk wat hij maar lekker vond.

Op het laatst kwamen ook nog de krekel, de sprinkhaan die "kékék" roept en de rode kreeft, die in haar scharen twee fakkels draagt. En ook zij beloofden te zullen helpen bij het zoeken naar Klodan en Klontjing. Zo was er een heel gezelschap in het huisje van de moeder. Er werd druk beraadslaagd wat ze zouden doen. Ze waren het al gauw met elkaar eens en toen besloten ze maar meteen op weg te gaan.

De rode kreeft met de fakkels liep voorop om de weg te wijzen en daarop volgden al de andere dieren: het varken, de eend, de hond, de veldmuis, de groene kikker, de pad, de boomkikker, de reuzenkikvors, de krekel en de sprinkhaan, die "kékék" roept. Het was net een gezelschap muzikanten, dat juist een tocht begint.

Na een poosje kwamen ze bij de buitenpoort van het erf van de reuzin. Ze begonnen meteen zich klaar te maken voor het geven van een dansvoorstelling. De groene kikker, de pad, de boomkikvors en de reuzenkikvors maakten ijverig muziek, nu de een, dan de ander. De eend leidde de melodie, zij deed de rebab na, de grote viool met één snaar. De boomkikvors hielp haar door op de trom te spelen. De groene kikker vrolijkte de muziek op met zijn kwaakgeluiden. Dat klonk een beetje als het slaan op de houten staven van een xylofoon. De reuzenkikvors stelde de grote bronzen gong voor. Hij moest voor de doffe slagen zorgen. De krekel bespeelde de fluit en de kékék-sprinkhaan zong. En het varken? Dat richtte zich op, zodat het op zijn achterpoten stond en danste en huppelde in het rond.

De reuzin zat in haar huis en hoorde dat er bij de muur, die haar erf omringde, muziek werd gemaakt. En nieuwsgierig als ze was, kwam ze naar buiten om te kijken. Daar zag ze het varken in de kring ronddansen. En ze zag al de andere dieren die zongen en geluiden maakten, zodat het klonk alsof er een gamelanorkest speelde. De reuzin sperde haar mond wijd open en schaterde het uit: "Zoiets heb ik van mijn leven nog niet meegemaakt," gierde ze. "Een varken dat danst en dieren, die een gamelanvoorstelling geven!" En ze vond het zo grappig, dat ze besloot om mee te doen. Ze begon heel hard te zingen.

Terwijl de reuzin zong, het varken danste en het gezelschap muziek maakte, sloop de kleine veldmuis weg en holde hard naar het huis van de reuzin. Ze hoorde, hoe Klodan en Klontjing snikten en huilden in de kist. Vlug knaagde ze het touw door, waarmee de kist was dichtgebonden. En daar sprong de kist open! Klodan en Klontjing kwamen te voorschijn. Toen holde de muis terug naar het muziekgezelschap, sloop naar de hond en fluisterde hem in het oor: "Hond, hond, loop vlug naar het huis van de reuzin en draag Klodan en Klontjing op je rug naar hun moeder. Maar blijf achter de huizen lopen, zodat de reuzin je niet kan zien."

Zonder afscheid te nemen liep de hond weg en toen de meisjes eenmaal op zijn rug zaten, rende hij met zijn last naar het huisje van Mèn Klodan Klontjing. Daarna holde hij weer terug. Geholpen door de veldmuis droeg hij toen al de rijkdommen van de reuzin weg. Alles bracht hij op een grote hoop bijeen en ging daar zelf de wacht bij houden. Toen zei hij tegen de muis, dat zij de kreeft moest gaan roepen. Die moest met haar toortsen het huis van de reuzin in brand steken. De muis ging ongemerkt naar de kreeft toe en vertelde haar wat ze moest doen. En zonder dat de zingende reuzin het zag, ging ook de kreeft weg. Met haar toorts stak ze het huis in brand.

Toen het eenmaal zo ver gekomen was, zei het varken, dat het moe was van het dansen en dat het wat wilde rusten. Nu voor het eerst schoot het de domme reuzin te binnen, dat ze zo maar van haar schatten was weggelopen en de deur had open gelaten. Vlug liep ze naar haar huis en daar zag ze meteen, dat de kist open was en dat Klodan en Klontjing verdwenen waren. En al haar rijkdommen waren ook weg! Toen zag ze ineens grote vlammen om zich heen. Ze wilde nog gauw wegvluchten, maar het was al te laat. Het rieten dak van de voorgalerij viel brandend neer en versperde haar de uitgang. Toen grepen de vlammen ook de reuzin zelf en ze verkoolde tot as.

De hond, de muis, de eend, het varken en al de andere dieren droegen nu de rijkdommen van de reuzin naar het huisje van Mèn Klodan Klontjing. Je begrijpt wel dat het daar een echt feest werd. De kinderen waren gelukkig terug en bovendien had Mèn Klodan Klontjing nu zoveel schatten gekregen, dat ze nooit meer naar de pasar hoefde te gaan om oliepitten te verkopen. Ze bleef nu iedere dag bij haar kinderen en samen met hun gasten, de vriendelijke dieren, brachten ze de tijd gezellig door.


*   *   *

De helpende dieren Samenvatting
Een sprookje uit Bali (Indonesië) over twee ontvoerde kinderen. Wanneer de kinderen van een arme vrouw worden gestolen door een reuzin, krijgt ze hulp van alle dieren van het bos. Die gaan gezamenlijk op pad om voor het huis van de reuzin te dansen en te zingen. Zij wordt verleid mee te doen, waardoor de kinderen kunnen ontsnappen. Ondertussen rekenen de dieren voorgoed met de reuzin af. Lees het verhaal

Toelichting
Uit Bali. Vergelijk met De wolf en de zeven geitjes van de gebroeders Grimm.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Sprookjes van Azië" verzameld en bewerkt door R.M. Dalang. C.P.J. van der Peet, Amsterdam, 1957.

Herkomst: Indonesië
Verteltijd: ca. 19 min.
Leeftijd: vanaf 9 jaar

Lees ook