Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 14 min.
Herkomst:




De heren van de wildernis Een parabel van de Kikuyu door Jomo Kenyatta

Er was eens een olifant die vriendschap sloot met een man. Toen op zekere dag een zwaar onweer losbrak ging de olifant naar zijn vriend, die een kleine hut bewoonde aan de rand van het woud, en zei tot hem: "M'n goede, beste man, mag ik alsjeblieft mijn snuit in je hut steken om hem te beschermen tegen deze verschrikkelijke stortbui?"

De man die zag hoe ongelukkig zijn vriend er aan toe was antwoordde: "Beste, brave olifant, mijn hut is erg klein, maar er is plaats genoeg voor jouw snuit en mij. Steek je snuit maar voorzichtig naar binnen." De olifant dankte zijn vriend met de woorden: "Je hebt mij een weldaad bewezen en eens zal ik je vriendelijkheid beantwoorden."

Maar wat gebeurde er toen? Zodra de olifant zijn snuit binnen de hut had, duwde hij langzaam ook zijn kop naar binnen, slingerde de man naar buiten in de regen, maakte het zich toen gemakkelijk in diens hut en zei: "Beste, brave vriend, jouw huid is dikker dan de mijne en aangezien er niet voldoende plaats is voor ons beiden kun jij je wel veroorloven in de regen te blijven terwijl ik mijn tere huid tegen de hagel bescherm."

Toen de man besefte wat zijn vriend hem had aangedaan begon hij zo hard te foeteren dat de dieren in het nabije woud op het lawaai kwamen aanlopen om te zien wat er aan de hand was. Zij drongen allemaal om hen heen om te luisteren naar de hooglopende ruzie tussen de man en zijn vriend de olifant. Temidden van deze verwarring kwam luid brullend de leeuw aanlopen en zei op luide toon: "Weten jullie allemaal niet dat ik de koning ben van de wildernis? Hoe durft er iemand de vrede van mijn konikrijk te verstoren?"

De olifant, die een der hoge ministers was in het koninkrijk der wildernis, hoorde het en zei op kalmerende toon: "Heer, er is geen sprake van verstoring van de vrede in uw koninkrijk. Ik heb slechts een kleine uiteenzetting met mijn vriend hier over het bezit van deze hut waarin ik, zoals u ziet, mij bevindt." De leeuw, die 'vrede en rust' in zijn koninkrijk wenste, antwoordde plechtstatig: "Ik geef hierbij mijn ministers opdracht een commissie van onderzoek in te stellen die deze kwestie grondig moet onderzoeken en mij dienovereenkomstig verslag zal uitbrengen."

Toen wendde hij zich tot de man en zei: "Jij hebt er goed aan gedaan vriendschap te sluiten met mijn volk en in het bijzonder met de olifant die een van mijn hooggeachte ministers is. Foeter nu niet langer zo, je hut is nog niet verloren. Wacht tot de zitting van mijn rijkscommissie, dan zal je volop gelegenheid hebben om jouw zaak te bepleiten. Ik ben er zeker van dat je tevreden zal zijn over de bevindingen van de commissie."

De man was zeer in zijn nopjes met de vriendelijke woorden van de koning der wildernis en argeloos wachtte hij tot die gelegenheid zich zou voordoen, in de vaste overtuiging dat zijn hut hem zou worden teruggegeven.

Gehoorzamend aan het bevel van zijn meester begon de olifant, tezamen met de andere ministers, ijverig de commissie van onderzoek samen te stellen. De volgende wildernisoudsten werden aangewezen om zitting te hebben in de commissie: (1) de heer Rinoceros; (2) de heer Buffel; (3) de heer Alligator; (4) zijne excellentie de Vos zal optreden als voorzitter; en (5) de heer Luipaard als secretaris van de commissie. Toen de man van de samenstelling der commissie kennis nam, protesteerde hij daartegen en vroeg of het niet nodig was in de commissie ook een lid op te nemen van zijn kant. Maar hij kreeg te horen dat zoiets onmogelijk was omdat niemand van zijn kant voldoende ontwikkeld was om de ingewikkelde wetgeving van de wildernis te begrijpen. Bovendien was er niets te vrezen, want de leden van de commissie stonden bekend om hun onpartijdigheid in rechtszaken en zij waren met de beste bedoelingen door God gekozen om de belangen te behartigen van rassen die minder doelmatig zijn uitgerust met tanden en klauwen en dat hij er van verzekerd kon zijn dat zij de kwestie met de grootste zorg zouden onderzoeken en een onpartijdig verslag zouden uitbrengen.

De commissie hield zitting om de getuigen te horen. De hoogwelgeboren heer Olifant werd het eerst opgeroepen. Hij trad met een air van gewicht naar voren, wreef zich de slagtanden met een jonge boom waarvoor mevrouw Olifant gezorgd had en zei op een toon die geen tegenspraak duldde: "Heren van de wildernis, het heeft geen zin dat ik uw kostbare tijd verspil met een relaas dat u allen ongetwijfeld bekend is. Ik heb het steeds als mijn plicht beschouwd de belangen van mijn vrienden te behartigen en dit schijnt misverstand te hebben gewekt tussen mijzelf en mijn vriend hier. Hij nodigde mij binnen om te voorkomen dat zijn hut door de zware storm zou worden weggevaagd. Aangezien de storm daar reeds vrij spel had doordat er nog ruimte over was, leek het mij noodzakelijk, in mijn vriends eigen belang de ongebruikte ruimte op meer economiche wijze te besteden door er zelf in te gaan zitten; een plicht waarvan ieder van u zich in gelijke omstandigheden ongetwijfeld met gelijke bereidheid zou hebben gekweten."

Na het aanhoren van de afdoende getuigenverklaring van zijn excellentie Olifant riep de commissie de heer Hyena en andere wildernisoudsten op die allen ondersteunden wat de heer Olifant had verklaard. Toen riepen zij de man die zijn eigen lezing van de twist begon te geven. Maar de commissie viel hem in de rede met de woorden: "Beste man, beperk je alsjeblieft tot de kern van de zaak. Wij hebben de kwestie nu reeds van verschillende onafhankelijke bronnen toegelicht gezien; wij verlangen niet anders dan dat je ons vertelt of de ongebruikte ruimte in je hut reeds door iemand anders was bezet voordat de heer Olifant daar zijn positie innam?"

De man begon te zeggen: "Nee, maar..." - Doch op dat moment verklaarde de commissie dat zij nu voldoende getuigenverklaringen had aangehoord van beide partijen en dat zij zich nu terugtrok om haar beslissing in overweging te nemen. Na een kostelijk maal dat hun werd aangeboden door zijne excellentie minister Olifant, kwamen zij tot een beslissing en gaven de volgende verklaring uit: "Naar onze mening is deze twist ontstaan door een betreurenswaardig misverstand dat zijn oorzaak vindt in het feit dat jij er achterlijke denkbeelden op na houdt. Wij zijn van oordeel dat de heer Olifant zich naar eer en geweten heeft gekweten van zijn heilige plicht jouw belangen te behartigen. Aangezien het duidelijk voor je eigen bestwil is dat de ruimte zo economisch mogelijk wordt gebruikt en jij zelf nog niet die mate van expansie hebt bereikt welke je in staat zou stellen ze in te nemen, achten wij het noodzakelijk dat het tussen beide partijen tot een schikking komt. De heer Olifant zal ook in het vervolg jouw hut bezet houden, maar wij geven jou de toestemming uit te zien naar een plek waar je een andere hut kan bouwen, die meer in overeenstemming is met jouw behoeften en wij zullen er op toezien dat je goed beschermd bent."

Aangezien hem geen andere keus stond en hij bang was dat zijn weigering hem zou overleveren aan de tanden en klauwen van de leden van de commissie, ging de man op hun voorstel in. Maar nauwelijks had hij een nieuwe hut gebouwd of de heer Rinoceros kwam met de hoorns omlaag dreigend op de man af en beval hem zijn hut te verlaten.

Opnieuw werd een koninklijke commissie ingesteld om de zaak te onderzoeken en deze kwam tot dezelfde bevindingen. Deze procedure herhaalde zich tot de heren Buffel, Luipaard, Hyena en alle overigen in nieuw hutten waren gehuisvest.

Toen nam de man het besluit dat hij er nu eens en voorgoed iets op zou vinden om zich zelf een afdoende bescherming te verschaffen aangezien hij met commissies van onderzoek niet was gebaat. Hij ging zitten en zei: "Ng'enda thi ndagaga motegi," hetgeen letterlijk betekent: "Er wandelt op deze aarde niets rond dat niet tot stilstand kan worden gebracht," of, met andere woorden, je kunt de mensen wel een poosje voor de gek houden, maar niet altijd.

Op zekere morgen, toen de hutten van de heren der wildernis alle wegrotten en bouwvallig werden, ging hij er reeds vroeg op uit om een eindje verder weg een grotere en betere hut te bouwen. Nauwelijks had de heer Rinoceros dat in de gaten of hij haastte zich naar binnen om echter tot de ontdekking te komen dat de heer Olifant daar reeds in diepe slaap was. Daarop kwam de heer Luipaard door het venster binnen, en de heren Leeuw, Vos en Buffel begaven zich door de deuropeningen naar binnen, terwijl de heer Hyena jankte om een plaatsje in de schaduw en de heer Alligator zich koesterde op het dak.

Onmiddellijk begonnen zij allen elkanders recht om binnen te dringen te betwisten en van twisten kwam het tot vechten en terwijl de grootste verwarring heerste, stak de man de hut in brand waarop deze met de heren der wildernis en al tot de grond toe afbrandde. Toen ging hij naar huis en zei: "De vrede is duur betaald, maar hij is de kosten waard," en daarna leefde hij lang en gelukkig verder.


*   *   *

De heren van de wildernis Samenvatting
Een parabel van de Kikuyu door Jomo Kenyatta. Een sarcastisch Kikuyu-verhaal uit ca. 1955 van de onafhankelijkheidsstrijder en eerste president van Kenia, Jomo Kenyatta. Lees het verhaal

Toelichting
Een parabel van de Kikuyu. Het is een vrij sarcastisch commentaar van de onafhankelijkheidsstrijder Jomo Kenyatta op de onderdrukking van zijn volk in Kenia. Aan de hand van dit verhaal kan de verhouding tussen de onderdrukte zwarte Afrikaanse bevolking en de koloniale blanke Europeanen worden geïllustreerd.

Denk ook aan de uitspraak van de oud-president van de Vernigde Staten, Lincoln: "You can fool all off the people some of the time, and some of the people all the time, but you cannot fool all the people all the time."

De Kikuyu vormen de grootste etnische groep van Kenia (ca. 22% van de bevolking). Ze wonen voornamelijk op het vruchtbare land van Midden-Kenia als boeren.

Jomo Kenyatta (1889-1978) - een stukje geschiedenis:

In 1946 werd Jomo Kenyatta leider van de Keniaanse onafhankelijkheids-beweging. Daarbinnen bestonden allerlei geheime genootschappen, waarvan het bekendste de in 1952 opgerichte Mau Mau-beweging zou worden. Deze beweging bestond geheel uit Kikuyu's en had als doel de Britse kolonisten uit Kenia te verdrijven. Zij startte in 1953 de rebellie met het doden van een kudde dieren van een blanke boer. Enkele weken later werden 21 Brits-gezinde Kikuyu's vermoord. De regering riep de noodtoestand uit, die tot 1959 van kracht bleef en begon met het opsluiten van Kikuyu's in zogenaamde "protected villages" die omringd waren door prikkeldraad en greppels met boobytraps. De opstand eindigde in 1956 met aan de kant van de Afrikanen meer dan 13.500 doden, en maar iets meer dan 100 slachtoffers aan de kant van de Europeanen. Nog eens 20.000 Kikuyu's werden gevangen genomen waarna er nog vele onder erbarmelijke toestanden stierven. Kenyatta werd al in 1953 gearresteerd als vermeende leider van de Mau Mau-beweging, iets dat hij waarschijnlijk nooit is geweest. In 1959 werd hij vrijgelaten maar meteen onder huisarrest geplaatst. In 1961 werd dat opgeheven en vanaf toen probeerde hij de kolonisten gerust te stellen, dat ze niets te vrezen zouden hebben in een onafhankelijk Kenia. Hij wilde de wereld laten zien dat twee totaal verschillende culturen vreedzaam naast elkaar konden leven. Kenyatta veranderde in de ogen van de kolonisten van een gevreesde Mau Mau-leider in een gerespecteerd staatsman. Op 12 december 1963 werd hij de eerste president van een onafhankelijk Kenia.

Trefwoorden

Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Negerverhalen" samengesteld, vertaald en ingeleid door Margrit de Sablonière. Prisma-boeken, Utrecht / Antwerpen, 1961.

Herkomst: Kenia
Verteltijd: ca. 14 min.
Leeftijd: vanaf 12 jaar

Lees ook