Volksverhalen Almanak

Een Salomonsoordeel van Boeddha Een boeddhistische jataka over een kinderdievegge

Een vrouw ging met haar zoontje voor een wasbeurt naar de lotusvijver van een wijze*. Ze baadde het kind en nadat ze het op een doek gezet en zijn gezichtje gewassen had, daalde ze van de oever af om zelf een bad te nemen. Op dat ogenblik liet een yakkhini** haar oog op de baby vallen en begerig om hem te verslinden nam ze de vermomming van een vrouw aan en vroeg: "Vriendin, wat een mooie jongen! Is het uw kind?"

"Ja, moedertje," zei zij.

"Ik zal hem te drinken geven," zei de yakkhini.

"Doe dat," zei de moeder.

De yakkhini nam het kind op en speelde er een poosje mee; tot ze aanstalten maakte er met hem vandoor te gaan. De ander bemerkte het en holde er achteraan. Ze haalde de yakkhini in.

"Waar breng je mijn kind heen?" vroeg ze.

De yakkhini zei: "Hoe is er voor jou een kind uit de lucht komen vallen? Dit is mijn kind!"

Zo ruzie makende passeerden ze de huisdeur van de wijze. Deze hoorde het gekrakeel. Hij liet de vrouwen roepen en vroeg wat er gaande was. Toen hij de reden van het geschil had vernomen, merkte hij dat de ene een yakkhini was, doordat ze niet met haar oogleden knipperde en door de rode kleur van haar ogen. Hij zei: "Zullen jullie je houden aan mijn uitspraak?" Dat beloofden ze.

Daarop tekende hij een krijtlijn en legde het jongetje op het midden daarvan. De yakkhini moest het kind bij de handjes beetpakken en de moeder bij de voetjes. "Trek er beiden aan en probeer het naar je toe te halen. Wie erin slaagt het kind naar zich toe te trekken, van die is het," zei hij. En zij beiden trokken. Maar toen er aan hem getrokken werd, kreeg de baby het te kwaad en zette een keel op. De moeder liet haar zoontje los met een gevoel of haar hart brak, en stond te huilen.

Daarop vroeg de wijze aan de omstanders: "Is de moeder weekhartig tegenover haar kind of zij die niet de moeder is?"

"Het hart van de moeder is zacht gestemd, wijze."

"Is dan de moeder zij die aan het kind blijft staan trekken, of degene die het kind heeft losgelaten?"

"Zij die het heeft losgelaten, wijze."

"En deze vrouw, kennen jullie die als een kinderdievegge?"

"Nee, wijze."

"Het is dan ook een yakkhini. Zij nam het kind mee om het op te eten."

"Hoe weet u dat, wijze?"

"Doordat ze niet met de oogleden knippert en rode ogen heeft en ook doordat ze geen schaduw afwerpt en door haar onbevreesdheid en haar meedogenloosheid."

Daarop vroeg hij haar: "Wie ben jij?"

"Ik ben een yakkhini, heer," gaf zij toe.

"En waarom roofde je dit jongetje?"

"Om het op te eten, heer," bekende ze.

"Jij verblinde dwaas! Doordat je vroeger kwaad hebt gedaan, ben je geboren als yakkhini. Nu doe je opnieuw kwaad! O! Wat een verblinde dwaas ben jij!"

Zo veegde hij haar de mantel uit. Hij onderrichtte haar in de vijf regels van goed gedrag en liet haar gaan. De moeder van het jongetje wenste de wijze een lang leven toe en zong zijn lof. Daarna ging ze heen met haar kind.

* De wijze is de Bodhisattva, een vroegere gedaante van de historische Boeddha.
** Yakkhini, vrouwelijk van yakkha, een mensenetende demon.


*   *   *

Een Salomonsoordeel van Boeddha Samenvatting
Een boeddhistische jataka over een kinderdievegge. Een vrouw wast haar zoontje in een vijver, maar een boze vrouwelijk demon ontvoert hem en beweert dat het haar kind is. Wanneer ze langs het huis van een wijze (een bodhisattva) komen, laat hij de beide vrouwen een proef ondergaan om te zien wie de echte moeder is. Een moeder zal haar kind namelijk nooit pijn doen... Lees het verhaal

Toelichting
Een boeddhistische versie van het verhaal dat we ook in de christelijke bijbel vinden: het Salomonsoordeel (1 Koningen 3, 16-27). Twee vrouwen die strijden om het moederschap van een kind vinden we ook in de Surinaamse Indianenverhalen De moeders van Habuli en Twee moeders.

Dit verhaal komt uit de boeddhistische Pali-canon; de boeddhistische 'bijbel' waarin de leer van de Boeddha geschreven staat. Dit canon is zeven keer zo omvangrijk als onze bijbel. Het geheel wordt 'tipitaka' genoemd ('drie korven'). Het eerste 'pitaka' (korf) handelt in hoofdzaak over de kloosterdiscipline; het tweede over de 'dharma' (de Leer), die gepresenteerd wordt in leerreden; het derde bevat psychologische en filosofische vertogen, waarin een systematische analyse van de 'dharma' wordt gegeven.

De tweede 'pitaka' (het 'suttapitaka' - sutta = leer) bestaat uit vijf verzamelingen. Tot één daarvan behoren de zogenaamde 'jataka's'. 'Jataka' betekent letterlijk 'geboorteverhaal'. Formeel verhaalt elk jataka een episode uit een vroeger leven van de Boeddha, toen deze nog de Bodhisattva was. Een Bodhisattva is een wezen dat is voorbestemd om een Boeddha te worden. Bodhisattva is in dit verhaal (en alle andere jataka's) de benaming voor een vroegere gedaante van de historische Boeddha, die geleefd heeft in de zesde eeuw voor Christus en in het noordoosten van India geboren werd als prins Siddhartha Gautama. Dit verhaal is een deel uit 'jataka' nummer 546, Maha-Ummagga-Jataka (in totaal zijn er 547). Zie ook De haat van de hater, Het timmermanszwijntje, Het verlies van verdriet en De aap en de krokodil.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Ongrijpbaar is de Ganges; verhalen uit het Pali" vertaald en ingeleid door Tonny Scherft. Meulenhoff, Amsterdam, 1981, De Oosterse Bibliotheek, deel 18.

Herkomst: India
Verteltijd: ca. 5 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook