Volksverhalen Almanak

Zij kwam uit Kayseri Een Turks volksverhaal over getrouwd zijn met een slimme vrouw

De slimmeriken komen gewoonlijk uit Kayseri. Deze stad, waar op de oude Romeinse wallen talloze ooievaars hun nesten hebben gebouwd, ligt aan de voet van een grote vulkaan in Centraal-Anatolië. Tien tegen één dat de geslaagde en de ijverige handwerkers die zich een behoorlijk bestaan hebben weten op te bouwen, het levenslicht aanschouwden in Kayseri.

"Aha, uit Kayseri!" roept een rechtgeaarde Turk vol begrip uit bij het vernemen van deze plaats van iemands herkomst. Bij zichzelf denkt hij dan: "Tjonge, dat is oppassen geblazen. Wie uit Kayseri komt, is een ander altijd te slim af."

Dit is de legende van de man die naar Kayseri trok en met een vrouw uit die stad trouwde. Zij bewoonden een boerderijtje, niet ver van haar geboorteplaats, en leefden eenvoudig en gelukkig. Tot de rampzalige dag aanbrak dat de man zich met een schok realiseerde dat de ouderdom niet ver meer verwijderd was.

Het echtpaar had vlijtig gewerkt. Het was hun voor de wind gegaan. Dat was het nu juist. Al die arbeid had zijn sporen achtergelaten bij de vrouw, die Leyla heette. Moest hij, Ali, daar nu tot zijn laatste snik tegenaan kijken? Na een tijdje van brommen, mopperen en met niets meer tevreden zijn, barstte hij driemaal los in de formule die hem tot een vrij man maakte.

"Ik zal gaan," zei Leyla gedwee. "Eigenlijk zou ik zwijgend moeten vertrekken, want volgens onze Koran - Allah is groot en Mohammed is Zijn Profeet - is de man heer der schepping en de vrouw aan hem onvoorwaardelijk onderdanig. Wat hij doet, is dus wél gedaan. Ik heb je vier zoons gebaard, Ali, op je land gewerkt, de beste pilav uit de buurt voor je gekookt, met mijn handen mest en stro tot koeken gekneed, die je huisje 's winters verwarmden, de wol gesponnen van je schapen en er sokken voor je van gebreid. Ik heb een tapijt geknoopt om de koude vloer te bedekken, zodat je altijd warme voeten zoudt hebben. Het zijn dingen die overigens niets ter zake doen. Ik begrijp het allemaal wel. Mijn haren zijn grijs. Mijn huid is rimpelig. Jij wordt ook een dagje ouder en je wilt je jeugd trachten te herwinnen door een jonge vrouw te nemen. Het zij zo. Het ga je goed, heer Ali. Allah behoede je." Tijdens dit gesprek had Ali haar niet aangekeken. Hij had haar natuurlijk de mond moeten snoeren. Het past een vrouw niet haar eigen voortreffelijkheden te etaleren. Het was trouwens allemaal waar wat Leyla zei. Dertig jaar huwelijk is echter een lange tijd. Het was toch maar een feit dat ze als vrouw had afgedaan. Gelukkig maakte ze verder geen spektakel. Hij zag haar, gezeten op haar ezel, op een sukkeldrafje langs de stoffige weg in de verte verdwijnen. Ze keek niet eenmaal om.

Leyla ham voorlopig haar intrek bij haar oudste zoon in de stad Kayseri. Osman was schoenlapper van beroep en had een vrouw en drie kinderen. Bij zo'n familie, al is het huis klein, kan er altijd nog wel iemand bij als dat zo uitkomt. Leyla had voorgesteld dat zij telkens bij een andere zoon zou wonen voor een poosje. Na Osman was het Hassans beurt haar te huisvesten. Hij verkocht semits. Elke dag trok hij er met een grote mand, gevuld met stapels gebakken deegringen - bestrooid met sesamzaad - balancerend op zijn hoofd, op uit. De derde zoon, Mevlut, was kleermaker. De jongste, Nihat, was student en zou eens een hodja zijn, als Allah het wilde.

De vrouwen van de drie oudste zoons waren goede, eerlijke meisjes, die Leyla zelf had uitgezocht, zoals dat gebruikelijk is.

De broers ontmoetten elkaar geregeld in het koffiehuis. Daar waren ze mannen onder elkaar en konden dus ongestoord praten, of zomaar niksen.

Leyla was een beste moeder voor hen geweest en was dat nog. Een ervaren, zuinige huisvrouw, die niets ooit te veel was of te zwaar viel. Iemand met een prettig humeur. Nooit gezeur of gekanker. Hun vader was eigenlij kook niet kwaad. Hij kon een enkele keer wel eens driftig wezen, maar hij was vroom en verzuimde nooit de vereiste gebeden. Hij hield zich ieder jaar streng aan de Ramadan, waar een ander onder het mom van zwakte nog wel eens de hand mee wilde lichten als het vasten van zonsopgang tot zonsondergang te zwaar viel.

De vader zou wel weer eens wat jongs over de vloer willen hebben, meenden ze. Hij was amper vijftig en - sterk en gezond als hij was - had hij nog zeker een jaar of tien voor de boeg. Met alle gevolgen van dien. Want zo'n jonge vrouw zou hem ongetwijfeld kinderen schenken. En dat gaf later moeilijkheden met de verdeling van het land en de verdere bezittingen als de ziel van hun vader - Allah schenke hem een lang leven - eenmaal naar het paradijs, waarheen alle goede mannen gaan, zou zijn opgestegen.

Goede zoons behoren een steun voor hun vader te zijn. Op een vrijdag, nadat ze alle vier in de moskee hun Gods dienstplichten hadden vervuld, begaven ze zich op weg naar het huis van hun vader. Deze zat op een bankje voor zijn woning en staarde ietwat" mistroostig voor zich uit. Tot nu toe was hij er nog niet in geslaagd een jonge vrouw te vinden wier vader niet al te veel geld verlangde.

Osman begon, want hij was de oudste. "Papa," zei hij, "wat is het hier heerlijk rustig zo buiten het geroezemoes van de stad. Het koren rijpt, de oogst zal overvloedig wezen dit jaar als gevolg van de milde lenteregens." - "Als Allah het wil!" zei de vader eerbiedig, om het boze oog te neutraliseren, dat altijd op de loer ligt om roet in het eten te gooien. Hassan zei iets vriendelijks over de schapen, Mevlut over het leggen van de kippen en Nihat over de geverfde wol die aan een lijn te drogen hing. Wie zou die wel weven?

Osman merkte op dat hét toch niet juist was dat een man in de kracht van zijn leven alleen bleef. Vader Ali was het daarmee eens. Hij knikte bedachtzaam, terwijl hij op een zonnepit kauwde en nadenkend een schilletje uitspuwde.

"Niet om het een of ander," meesmuilde Osman, "maar ik weet toevallig een vrouw, een mooi jong ding, met een heel lief karakter en erg meegaand. Uiteraard heb ik haar niet zelf gezien. De tante van het meisje, die haar schoeisel bij mij laat verstellen, heeft mij van haar verteld. Het nichtje is een goed opgevoede wees en heeft de huwbare leeftijd bereikt. Zij is zeer aantrekkelijk. Daarom zou haar tante haar graag zien vertrekken. Ik geloof niet dat buitensporig veel geld voor haar geëist zal worden. Door al die bijkomstigheden is het vrouwtje zo te zeggen een occasion."

Hassan vertelde dat hij een glimp van het meisje had opgevangen toen hij met zijn koopwaar langs haar huis kwam. Ze schudde juist een stofdoek buiten het raam uit. Op het moment dat ze hem gewaar werd, had ze gauw de sluier voor haar gezicht getrokken, waaruit bleek dat ze goede manieren had en ingetogen was.

Mevlut kende de oom, die wel eens een kostuum bij hem liet aanmeten. Het was een heer die af en toe in geldnood verkeerde. Nu zich de gelegenheid van een goede partij voordeed, zou hij deze zeker met beide handen aangrijpen om het nichtje van zijn vrouw uit te huwelijken. "Als u ons toestemming geeft, papa, zouden wij er werk van kunnen maken," stelde Osman voor. Vader Ali had er wel oren naar. Wat een goede zoons had hij toch, die de wensen van een oudere man kenden nog vóór hij ze in feite onder woorden had gebracht. Allah had hem rijk gezegend. Het moest er dan maar van komen. De zoons zouden bij de oom van het meisje bemiddelen. Over en weer werd men het ten lange leste over de prijs eens. Deze lag wel hoger dan de bruidegom zich had voorgesteld. Nu de onderhandelingen eenmaal begonnen waren, moesten ze toch liever niet onderbroken worden. Anders verliep onnodig veel tijd. De bruidsdag werd dus vastgesteld.

Ali voelde zich weer jong worden. Hij ging naar het Turkse bad en liet zich daar al het stof uit zijn huid masseren. Bij de barbier liet hij zijn grijze haren en snorrenbaard knippen. Hij nam een friction van rozenwater om lekker te ruiken. Op de bruiloftsdag werd het meisje tot hem geleid. Prachtig zag zij eruit in het mooie bruidstoilet. Een kleurige, gestreept satijnen harembroek, een zwart fluwelen, met gouden lovertjes geborduurd vest en over haar hoofd een dichte, met gouden muntjes versierde sluier, die haar gezicht geheel verborg, zoals het betaamt. Dit zou hem pas getoond worden na de huwelijksinzegening, als hij met haar alleen was en haar tot zijn vrouw zou maken. Van onder het witte doek van de sluier dartelden twee rode glanzende vlechten. Dat zag er veelbelovend uit. Misschien was ze wel een Circassische van oorsprong. Die hebben vaak rode haren en zijn bovendien erg blank van huid.

De priester kwam en sprak de formule die het paar in de echt verbond. Ali wilde nu zo gauw mogelijk alleen zijn met zijn bruid. Hij deelde royaal geld rond en zei tegen familieleden, vrienden en kennissen dat ze op zijn kosten konden gaan feestvieren, maar dat hij wegens drukke bezigheden niet van de partij zou zijn.

Alleen met zijn bruid, lichtte hij met trillende vingers de sluier op. In zijn hart was hij eigenlijk bang en dacht: "Wat ben ik begonnen? Zo'n jonge vrouw zal wellicht van allerlei gaan eisen als compensatie voor mijn grijze haren. Zal zij zo goed voor mij zorgen als mijn oude Leyla dit deed?" De sluier gleed omlaag. Ali's borstelige wenkbrauwen rezen zo hoog als maar mogelijk was.

De bruid had inderdaad prachtige rode haren. Een paar wijze ogen straalden hem tegen. Niet uit een glad meisjesgezichtje, waarin het leven nog geen geschiedenis gegraveerd had. Zij lachte hem toe. Niet met een gaaf gebit. Hij wist niet wat hij voelen moest. Een vreselijke verontwaardiging, of… Het laatste overweldigde hem ten slotte. "Twee vragen slechts," zei hij een hele poos later. "Hoe komt je haar zo rood en wie heeft de bruidsschat opgestreken?"

Ze nam een van haar vlechten ter hand en zei: "Henna! En wat je tweede vraag aangaat, Ali..." Ze raapte de sluier op en bevingerde grinnikend de gouden muntjes die ze meebracht ten huwelijk.


*   *   *

Zij kwam uit Kayseri Samenvatting
Een Turks volksverhaal over getrouwd zijn met een slimme vrouw. Het is algemeen bekend dat de mensen uit Kayseri (in Centraal Anatolië) geroemd worden om hun slimheid. In deze legende is een man getrouwd met een vrouw uit de stad der slimmeriken. Wanneer hij - na 30 jaar huwelijk - zijn vrouw te oud vindt worden en van haar wil scheiden om op zoek te gaan naar een jong blaadje, ondervindt hij aan den lijve hoe slim zij is... Lees het verhaal

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Turkse sprookjes en legenden. Türk Dostlarima Sevgilerimle" opnieuw verteld door F.A.L. Kreiken-Pape. Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1969.

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 15 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook