Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 8 min.
Herkomst:

Zomaar een dag in de Ramadan Een Turks verhaal over het begin van de Ramadan

Ik word midden in de nacht wakker door de man met de trommel. Het geroffel van de trom gonst in mijn buik. Ik vind het een beetje eng en kruip helemaal onder mijn dekbed.

Maar dan hoor ik het gerammel van potten en pannen in de keuken en de stem van mijn moeder en mijn oudste zus. Plotseling weet ik het weer. Het is vandaag de eerste dag van de Ramadan. De lekkere geur van börek (bladerdeeg gevuld met kaas of gehakt) en chorba (soep) met mint en gebakken uien lokken mij uit bed.

De man met de trommel komt nu de heuvel op en zijn harde geroffel vult onze straat. Met zijn luide stem zingt hij rijmpjes en liedjes over de Ramadan: "Word wakker mensen, word wakker, want vandaag is het vastentijd!" Dan eten en drinken we niet tot de zon weer ondergaat. Het is drie uur in de nacht.

De heuvels langs de Bosporus zijn bezaaid met duizend lichtjes die uit de huizen stralen. Iedereen is wakker, net zoals wij. Het grote kleed wordt op de grond uitgespreid. Mijn kleine zusje en ik kruipen er knus met onze knieën onder. De lage ronde tafel wordt beladen met heerlijke gerechten, witte kaas, olijven, tomaten, donkere kersenjam, honing. De hele familie zit rond de tafel: mijn vader, mijn oma, mijn twee zussen en ik. Mijn moeder bedient iedereen.

Er wordt geklopt. Daar komen mijn oom en tante binnen. De een heeft een baby op de arm, de ander een grote ronde schaal die net uit de oven komt, met cake met nootjes erop. Hij is in vierkante blokjes gesneden. "Bismillah (in de naam van God)," zegt mijn vader en dan begint de zahur, het vroege ontbijt in de vastentijd.

Als alles is opgegeten worden mijn zusje en ik een beetje doezelig en we kruipen samen op de bank onder het rode dekbed. Dan beginnen de hanen te kraaien. Het is nu Imsak, ongeveer anderhalf uur voor zonsopgang, het moment dat de moslims moeten stoppen met eten en drinken. Niet lang daarna klinkt vanaf de minaret van de moskee de Azaan, de oproep tot gebed. Dan doen de grote mensen hun rituele wassing en bidden het ochtendgebed. Daarna gaan we nog een beetje slapen tot het tijd is om naar school te gaan.

Ik doe mijn zwarte schort voor met het witte kanten boordje. Vandaag hoef ik geen Beslem mee, een tasje waar mijn middageten en wat lekkers in zit voor op school. Kinderen mogen proberen te vasten tot het middaggebed.

Als we die middag uit school komen, wacht onze oma al op ons met thee en broodjes. "Mash-allah (goed zo)," zegt ze. "Maar gaan jullie niet op straat eten. Kom eens hier en luister naar wat er eens gebeurde:

Een kind van een vuuraanbidder ging de straat op met een stuk brood in zijn hand. Toen zijn vader dit zag, trok hij onmiddellijk het kind aan de arm naar binnen en zei: 'Je zou je moeten schamen! De moslims zijn aan het vasten, omdat het Ramadan. Voor ons, vuuraanbidders, is het heel grof om onder de neus van deze vastende mensen te gaan eten. Blijf daarom binnen tot je brood op is.' Nu ging deze vuuraanbidder, zoals iedereen, op een dag dood. De moslims van de stad zagen hem die nacht in een droom in het hoogste paradijs en verbaasd vroegen ze hem: 'Hoe kan dat nu? In je leven was je een vuuraanbidder en een afgodendienaar en nu ben je in het hoogste paradijs?' - 'Wat jullie zeggen is waar,' zei de vuuraanbidder, 'maar op het ogenblik van mijn dood gaf God opdracht aan Azra-iel, de engel des doods: Breng de ziel van mijn dienaar naar mij terug, niet als de ziel van een ongelovige, maar als die van een gelovige, want deze man respecteerde de Ramadan en zijn moslimburen. En toen,' vertelde de vuuraanbidder, 'op het ogenblik dat mijn ziel uit mijn lichaam ging, zei ik: er is geen andere god dan God en Mohammed is zijn profeet. Zo gingen de deuren van het paradijs voor mij open.'"

Langzaam zakt de zon naar beneden langs de hemel, de lucht is prachtig gekleurd met zachte tinten.

Mijn vader rijdt zijn bestelbusje achteruit het steile straatje af. Mijn neefje en ik mogen meerijden. We gaan naar de bakker in de hoofdstraat om er twee kartonnen dozen vol met piedes te kopen: platte, ronde broden, die de bakker alleen in de Ramadan bakt. Op de terugweg ruikt het in de auto heerlijk naar vers gebakken brood. We delen het uit aan onze buren. De kinderen drukken het warme brood tegen zich aan en hollen naar binnen.

In de avondschemering haasten de grote meisjes zich met hun witte hoofddoeken en hun gebloemde pofbroeken, lachend en roepend - trapje op, trapje af - naar de huizen van de buren om pannetjes en schalen met voedsel, afgedekt met kanten servetten, te brengen.

Het is een paar minuten voor iftar, het ogenblik dat de zon achter de horizon verdwijnt en het vasten wordt verbroken. De meeste mensen staan nu buiten. Winkels worden haastig gesloten, want iedereen wil naar huis. Vanaf de minaret van de moskee klinkt weer de azaan, de oproep tot gebed, het teken dat deze Ramadan-dag voorbij is. We drinken melk en eten een dadel om het vasten te verbreken. Dan gaan we aan tafel, want na een dag vasten wordt er eerst gegeten en dan gebeden. Later op de avond gaan we naar de moskee voor het avondgebed en de Taraa-wie gebeden, die speciaal voor de Ramadan zijn.


*   *   *

Zomaar een dag in de Ramadan Samenvatting
Een Turks verhaal over het begin van de Ramadan. Dit ervaringsverhaal is niet makkelijk te vertellen, maar kan na voorgelezen te zijn wel inspireren tot het vertellen over eigen ervaringen van leerlingen tijdens de Ramadan. Lees het verhaal

Toelichting
Literatuur Turkije. Zie ook: Kariem en Ali doen ook mee

Trefwoorden


Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland, Bundel: Feestverhalen uit verschillende tradities" verschenen bij Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1990. ISBN: 90-6069-717-0

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 8 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook