Kalenders
Over kalenders: inleiding
Al in zeer vroege tijden voelde men de behoefte
om dagen en periodes anders aan te geven dan met uitdrukkingen
als "over 256 dagen". Dit was vooral van belang
in religieuze toepassingen, waarbij feestdagen met een
regelmatige tussenpose terugkwamen. Nu zijn er twee
hemellichamen die met een hoge frequentie en een grote
regelmaat terugkomen, dus lag het voor de hand om deze
twee voor tijdmeting te gebruiken. Tijdmeting met behulp
van de zon was echter in vroeger tijden nog niet zo
gebruikelijk, omdat tijden in termen van jaren nog niet
veel voorkwamen.
DE MAAND
Anders was het met de maan. Het is bekend dat de
maan in ongeveer 29,5 dagen om de aarde draait en daarbij
de verschillende schijngestalten aanneemt.
Een periode als tussen twee maal nieuwe maan was voor
tijdrekening uitstekend geschikt, en de maand was toen
geboren. De tijdsduur van een maand lag niet vast, meestal
was er een priester wiens taak het was om de hemel nauwkeurig
in de gaten te houden en naar de maan te kijken; zodra
de eerste sikkel na nieuwe maan weer zichtbaar was begon
dan de nieuwe maand. Uiteraard kon het gebeuren dat
bij zwaar bewolkte hemel de eerste sikkel niet werd
gezien, maar daar werd niet echt een probleem van gemaakt.
Later ontdekte men dat gedurende ongeveer 12 maanden
de verschillende seizoenen elkaar afwisselden, en hiermee
was het jaar van 12 maanden geboren.
Nu is bekend dat een jaar een lengte van ongeveer 365
dagen heeft, en een maand ongeveer 29,5 dagen, 12 maanden
zijn dus ongeveer 11 dagen korter dan een jaar en na
3 jaar is het zonnejaar al een maand opgeschoven. Ook
dus met een jaar van 12 maanden loopt de kalender niet
parallel met de seizoenen. Een oplossing hiervoor (die
al bij de Babyloniërs voorkomt) is om regelmatig
in een jaar een extra maand in te lassen, de schrikkelmaand.
Dit inlassen gebeurde niet erg regelmatig, soms werd
in een aantal jaren achtereen geen maand ingelast, dan
weer hadden een aantal jaren achtereen wel een extra
maand. De beslissing of een maand ingelast moest worden
lag meestal bij een priester, die soms ook persoonlijke
belangen liet meespelen (een extra maand zorgde voor
een langer jaar en dus mogelijk voor een langere ambtsperiode).
Deze willekeur van invoegen, en het toch niet helemaal
kloppen is op verscheidene manieren opgelost, ik zal
hierop later nog nader ingaan.
Naast dit jaar waarbij getracht werd om een maand
ook te laten samenvallen met een omloopperiode van de
maan zijn er ook al in vroegere tijden kalenders geweest
die alleen met de zon rekening hielden. Hierbij was
het jaar wel opgedeeld in "maanden" maar deze
hadden nauwelijks meer een relatie met de werkelijke
maand. Dit kwam voor bij zowel de Egyptenaren als de
Maya's, en ook onze huidige kalender is hier een voorbeeld
van.
In de middeleeuwen en nog later werd de tijdmeting
steeds nauwkeuriger en men probeerde dan ook af en toe
de kalender aan deze verbeterde berekeningen aan te
passen. Er waren eigenlijk twee redenen waarom een kalender
zo nauwkeurig mogelijk moest zijn:
- Religieuze feesten moesten op vrij nauwkeurig bepaalde
data gevierd worden, en een lentefeest kan natuurlijk
niet in de winter gevierd worden.
- Voor de landbouw is het ook wel gemakkelijk als
gezegd kan worden dat een bepaald gewas in een bepaalde
maand gezaaid moet worden.
SCHRIKKELSECONDEN
Ook in onze tijd is men nog steeds de tijdmetingen
aan het verbeteren, en hoewel dit niet meer leidt tot
een nieuwe kalender heeft het toch wel gevolgen. Zo
beslist het Bureau Internationale de l'Heure of er schrikkelseconden
moeten worden toegevoegd of moeten vervallen.
Dit toevoegen of vervallen gebeurt dan op 1 januari
of 1 juli om 0.00 uur. De meesten onder ons zullen hiervan
echter niets merken.
Voor het omrekenen van een datum van de ene kalender
naar de andere is er een gemakkelijke referentie: de
Juliaanse dag (genoemd naar Julius Caesar). Dit is een
tijdmeting die gebruikt wordt door sterrenkundigen.
De rekening is ingevoerd in 1582 door de sterrenkundige
J. Scaliger. Het idee is eigenlijk zeer eenvoudig: nummer
elke dag vanaf een bepaald begin en maak geen onderscheid
tussen de verschillende jaren. Het begin van deze telling
is 1 januari 4713 voor Christus (nogal merkwaardig want
zo'n datum bestond toen nog niet, maar zo werken geschiedkundigen).
Een andere versie wordt ook wel gebruikt, het enige
verschil is een ander beginpunt.
BEGIN VAN DE DAG
Bij het converteren van een datum van de ene naar
een in de andere kalender is vaak ook de tijd van belang,
want het begin van de dag varieert van volk tot volk.
Wij gebruiken tegenwoordig een begin om middernacht,
maar dat is lang niet algemeen, de Joden beginnen een
dag bij zonsondergang, de Turken begonnen vroeger bij
zonsopgang, en in veel streken in India is het nog steeds
gebruik om om 12 uur 's middags te beginnen. Ook de
gewone Juliaanse dag begint om 12 uur 's middags, de
gemodificeerde versie echter om 12 uur 's nachts.
Algemene literatuur: F.K.Kinzel
Handbuch der Mathematischen und Technischen Chronologie,
das Zeitrechnungswesen der Voelker. I., II., III. Leipzig,
1906-1914. Dit is het laatst verschenen standaardwerk;
het schijnt in de vijftiger jaren in de DDR herdrukt
te zijn.
Dit artikel is geplaatst met welwillende toestemming
van Dik Winter (http://homepages.cwi.nl/~dik/).