Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 17 min.
Herkomst:

De heilige kersenboom Een boeddhistisch sprookje bij het Japanse kersenbloesem feest

In de provincie Mimasaka* ligt de stad Kagami en op de heilige tempelgrond staat al honderden jaren een heiligdom dat gewijd is aan Musubi-no-Kami**, de God van Liefde en Huwelijk. Vlakbij stond ooit een prachtige oude kersenboom die Kanzakura - 'Heilige Kers' - werd genoemd en het was vanwege deze boom dat het heiligdom werd gebouwd.

De heilige kersenboom
Lang geleden, toen de stad Kagami nog een dorp was, was de koopman Sodayu een van zijn belangrijkste inwoners. Sodayu was een man van het soort dat we in bijna alle Japanse steden tegenkomen. Hij deed zelf niet veel, maar profiteerde van het werk van anderen en vergaarde zo zijn rijkdommen. Hij kocht en verkocht de gewassen van de boeren, maakte grote winsten en werd nog voor zijn veertigste een vermogend man.

Sodayu had geen vrouw meer, maar nog wel een lieve dochter van zeventien jaar die Hanano heette. En Sodayu vond dat het tijd werd om naar een geschikte huwelijkskandidaat voor haar uit te kijken. Daarom riep hij zijn dochter bij zich en zei: "De tijd is gekomen, mijn lieve kind, om een geschikte man voor je te vinden. Als ik hem gevonden heb, vertrouw ik erop, dat jij met mijn keuze akkoord gaat, want het is je plicht om met hem te trouwen."

Natuurlijk boog Hanano ter instemming voor haar vader en bevestigde zo dat zij zou doen zoals hij wenste. Maar tegelijkertijd vertrouwde ze haar dienstmeid Yuka toe dat ze liever niet getrouwd wilde zijn met een man waar ze niet van hield. "Wat moet ik doen? Wat zou je adviseren, mijn beste Yuka? Help me en bedenk hoe ik een man krijg waar ik ook van kan houden. Hij moet knap zijn en niet ouder dan tweeëntwintig jaar."

Yuka antwoordde dat het niet makkelijk was haar goede raad te geven, maar ze wist misschien iets. En dus zei ze: "U kunt naar de tempel gaan, naar het heiligdom van Musubi-no-Kami, de God van Liefde en Huwelijk. Bid hem dat de man die uw vader voor u uitkiest knap is en voldoet aan uw wensen. Men zegt namelijk dat je de man van je dromen krijgt wanneer je eenentwintig dagen achtereen bij dit heiligdom bidt."

Hanano was verrukt en vergezeld door haar dienstmeid Yuka ging ze die middag bij het heiligdom van Musubi-no-Kami bidden. En dag na dag ging ze er heen en toen de eenentwintigste en laatste dag was aangebroken, verliet ze samen met Yuka de tempel. Ze passeerden de grote kersenboom 'Kanzakura' of 'Heilige Kers' en toen zagen ze naast de stam een jongeman van ongeveer twintig of eenentwintig jaar staan. Hij was knap en had een prachtig blank gezicht en betoverende ogen. In zijn hand hield hij een tak met kersenbloesem. Hij lachte vriendelijk naar Hanano en zij lachte naar hem; en toen - al buigend en glimlachend - stapte hij naar voren en overhandigde haar de bloesemtak. Hanano moest er van blozen, maar nam de bloemen aan. De jongeling boog nog een keer en liep toen weg. Ook Hanano en haar dienstmeid gingen weg. Het meisje voelde vlinders in haar buik en was erg blij, want ze wist dat deze jongeman door de God van Liefde en Huwelijk gezonden was als antwoord op haar gebeden. "Het moet wel zo zijn," zei ze tegen Yuka. "Dit is de eenentwintigste dag en daarmee heb ik voldaan aan de reeks gebeden waarover jij sprak. Wat een geluk! Is hij niet knap? Ik denk niet dat ik ooit een mooiere jongen gezien heb of zal zien. Ik had alleen gehoopt dat hij niet zo snel was weggegaan." Dit en nog veel meer vertelde Hanano op weg naar huis aan haar dienstmeid en toen ze daar aankwamen ging ze meteen naar haar kamer en zette ze de kersenbloesem in een vaas.

"Yuka!" riep ze voor de twintigste keer op rij, "zou je voor mij op pad willen gaan om te kijken of je alles te weten kan komen over deze jongeman? Maar zeg niks tegen mijn vader, want het is mogelijk niet de man die hij voor mij heeft uitgekozen. O, ik kan echt niet van iemand anders houden, nooit niet, en als hij niet de keuze van mijn vader is, dan moet ik heimelijk van hem houden. Ga nu, beste Yuka. Zoek uit wat je kan ontdekken en bewijs je trouw en je zal mij dierbaarder zijn dan ooit." En de trouwe dienstmeid ging op het verzoek van de jongedame op pad.

Yuka kon niets te weten komen over de jongeman die ze gezien hadden onder de 'Heilige Kers', maar ze ontdekte wel dat er een andere jongeman in het dorp was, die erg verliefd was geworden op het meisje. En toen die jongeman gehoord had dat Hanano's vader op zoek was naar een geschikte huwelijkskandidaat, wilde hij zich de volgende dag zelf aanbieden. Zijn naam was Tokunosuke. Hij was van redelijke komaf en bezat enige rijkdom, maar zijn uiterlijk was op geen enkele manier vergelijkbaar met de jongeman die de bloesemtak aan Hanano had gegeven. Toen Yuka dit ontdekt had, keerde ze naar huis terug en bracht Hanano verslag uit.

De volgende ochtend - bij het krieken van de dag - ging Tokunosuke op bezoek bij de vader van Hanano. Het meisje werd geroepen om thee te brengen en toen zag ze de jongeman. Tokunosuke was uiterst vormelijk en beleefd voor haar en zij voor hem. En spoedig nadat hij weg was, vertelde haar vader aan Hanano dat hij de jongeman was die hij uitgekozen had voor haar om mee te trouwen. "Hij is begerenswaardig op elke manier," voegde hij eraan toe. "Hij heeft geld. Zijn vader is een vriend van mij en hij houdt al geruime tijd heimelijk van je. Je kan je niets beters wensen."

Hanano antwoordde niet, maar barstte in huilen uit en verliet de kamer. Toen riep haar vader haar dienstmeid Yuka. "Ik heb een uitermate geschikte huwelijkskandidaat voor mijn dochter gevonden," zei Sodayu, "maar in plaats van blij en dankbaar te zijn, is mijn dochter huilend de kamer uitgevlucht. Kan jij dat misschien uitleggen? Jij moet haar geheimen kennen. Heeft ze een minnaar waar ik niets van weet?"

Yuka schrok van de woede van Hanano's vader en het leek haar dat het vertellen van de waarheid de belangen van Hanano in dit geval het beste zouden dienen. En dus vertelde ze het verhaal naar waarheid. Sodayu bedankte haar en hij riep opnieuw zijn dochter bij zich en hij zei haar dat ze ofwel haar minnaar bekend moest maken of anders moest trouwen met Tokunosuke. De volgende morgen kwam Tokunosuke Hanano vragen of ze met hem wilde trouwen, maar het meisje vertelde hem met tranen in haar ogen dat ze niet van hem kon houden, omdat ze van iemand anders hield van wie ze de naam niet eens kende. "Dit is raar," dacht Tokunosuke bij zichzelf. "Het is bijna beledigend voor mij dat ze van een man houdt van wie ze de naam niet eens kent!" En - diep buigend - verliet hij het huis, vastbesloten uit te zoeken wie zijn naamloze rivaal was, zelfs als hij zichzelf zou moeten vermommen en Hanano moest achtervolgen om er achter te komen.

Zoals gewoonlijk gingen Hanano en Yuka diezelfde middag nog naar de tempel om te bidden en toen ze weggingen troffen ze weer de knappe jongeman onder de kersenboom aan. En opnieuw kwam hij op hen af en overhandigde glimlachend aan Hanano een tak vol met kersenbloesem. Maar ook deze keer werden er geen woorden gewisseld en het was duidelijk voor Tokunosuke (die zich achter een aantal stenen lantarens verscholen had) dat zij elkaar nog niet lang kenden.

Al snel bogen het meisje en de jongeman naar elkaar en toen liepen Hanano en haar dienstmeid van de tempel weg, terwijl de jongeling onder de kersenboom hen nakeek.

Tokunosuke was verschrikkelijk jaloers geworden. Hij kwam uit zijn schuilplaats en bejegende de jongeling onder de kersenboom op een grove en ruwe manier. "Wie ben jij, jij ondeugd? Geef me je naam en adres onmiddellijk! En vertel me hoe je het waagt de mooie Hanano San te verleiden en verliefd op je te laten worden!" Hij stond op het punt zijn rivaal bij de arm te pakken, toen deze plotseling een stap achteruit deed. En nog voor Tokunosuke hem kon pakken, blies een windvlaag alle roze bloesem van de kersenboom. De bloesem viel zo snel en dicht, dat Tokunosuke een aantal seconden totaal verblind werd. Toen hij weer kon zien, was de knappe jongeman verdwenen. Maar er kwam een vreemd kreunend geluid vanuit de kersenboom, terwijl een van de priesters van de tempel woedend op hem af kwam en riep: "Hé! Jij heidense schoft! Hoe haal je het in je hoofd hier geweld te gebruiken? Weet je niet dat deze kersenboom hier al meer dan honderd jaar staat? Hij is heilig, en in hem zit een heilige geest, die soms als jongeling eruit komt. En jij probeerde hem in elkaar te slaan met je heidense en vieze handen! Scheer je weg, zeg ik, en waag het niet ooit nog eens hier terug te komen!"

Tokunosuke ging niet in discussie. Hij pakte zijn biezen en ging er vandoor, en hij rende onmiddellijk naar het huis van Sodayu en vertelde hem wat hij had gezien, en wat hem zelf was overkomen. Hij hield niets voor hem achter en herhaalde zelfs de scheldwoorden van de priester. "Misschien stemt uw dochter er nu mee in met mij te trouwen," zei hij tenslotte. "Ze kan toch niet met een heilige geest trouwen!"

Hanano werd geroepen en toen haar het verhaal was verteld, was ze erg ontdaan door het feit dat aan degene aan wie ze haar hart had gegeven een boomgeest bleek te zijn. "Wat een zonde heb ik begaan," huilde ze, "verliefd te worden op een god?" En ze haastte zich naar het heiligdom om vergeving te vragen. Lang en oprecht bad ze dat haar zonde haar vergeven zou worden. Ze besloot de rest van haar leven te wijden aan de tempel, en aangezien ze weigerde te trouwen, kreeg ze de instemming van haar vader. Toen vroeg ze toestemming om in de tempel te gaan wonen en een van de verzorgster te worden. Ze scheerde haar hoofd kaal, trok een wit linnen kleed en een karmozijnrode broek aan, wat aangaf dat ze niet langer meer gebonden was aan de wereld. Hanano bleef voor de rest van haar leven in de tempel, veegde de vloer en bad dagelijks.

De tempel staat er nog steeds en de kersenboom die er tegenwoordig staat is gepland nadat er van de vorige niets meer over was dan een stronk.

* Mimasaka is een oude provincie van Japan en ligt in het zuidwesten van Honshu, het grootste eiland van het land. Mimasaka valt tegenwoordig onder de prefectuur Okayama en wordt geheel door land omgeven.

** Musubi-no-Kami is de Japanse god van de liefde en het huwelijk. Het is alom bekend dat hij aan jonge meisjes verschijnt in de vorm van een knappe jongeman, die uit een kersenboom tevoorschijn komt. De tak van kersenbloesem is een teken van toekomstige liefde. Het heiligdom is daadwerkelijk nog altijd te vinden in Kagami.


*   *   *

De heilige kersenboom Samenvatting
Een boeddhistisch sprookje bij het Japanse kersenbloesem feest. Een jong Japans meisje bereikt de leeftijd waarop ze moet trouwen. Haar vader is van plan een geschikte echtgenoot voor haar te zoeken, maar het meisje wil wel iemand trouwen waar ze van houdt. Ze gaat naar de tempel van de God van Huwelijk en Liefde om te bidden voor de juiste kandidaat. Daar komt ze een knappe jongeman tegen op wie ze verliefd wordt. Het is echter niet de keuze van haar vader... Lees het verhaal

Toelichting
De kersenbloesem staat in Japan voor de lente, het nieuwe begin en ontluikende liefde. Jaarlijks - wanneer eind maart de kersenboom in bloei staat - wordt het feest Hanami Matsuri (Kersenbloesem Feest) gevierd.

Vergelijk met De ziel van de treurwilg.

Trefwoorden


Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
Niet eerder gepubliceerd. Oorspronkelijk verschenen in "Ancient Tales and Folklore of Japan" door Richard Gordon Smith, London, 1918.

Herkomst: Japan
Verteltijd: ca. 17 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook