Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 7 min.
Herkomst:




De helft van de beloning Een Tibetaans volksverhaal over stokslagen delen met de paleiswacht

In Tibet leefde eens een koning, die dolgraag vis at. Bij elk van zijn maaltijden moest minstens één visgerecht zijn en zonder vis at hij geen rijst. In een bepaald jaar bleef de regen in Tibet uit, een enorme droogte teisterde het land. De rivieren vielen droog en zo verdwenen ook langzamerhand de vissen. Ze vielen allemaal ten offer aan deze verschrikkelijke droogte.

De koning werd steeds mismoediger en niets smaakte hem meer. In het hele land werd bekendgemaakt dat hem, die vis naar het paleis kon brengen, een rijke beloning zou wachten.

Van heel ver kwam er tenslotte een boer, die een grote vis gevangen had die hij de koning wilde aanbieden. De paleiswacht stond met een grote speer voor de poort. "Halt, wie is daar? Waar wil je heen?"

"Ik ben een boer en wil naar de koning."

"Wat moet je daar?"

"Ik heb een geschenk voor de koning in mijn tas, een grote vis."

De wachtpost, die een hebberige knaap was, dacht aan de grote beloning en zei: "Goed boer, laat die vis maar hier. Ik geef hem wel voor je af."

"Nee, nee, dat doe ik liever zelf; ik heb een lange reis achter de rug en wil niet zo maar bij de deur afgescheept worden,"

"Wil je die vis ook niet verkopen? Ik geef je er een goede prijs voor!"

"Nee, nee, ik verkoop hem aan niemand. Ik wil deze vis persoonlijk aan de koning als geschenk overhandigen."

De wachtpost bemerkte wel dat de boer niet over te halen was en daarom probeerde hij het met dreigementen: "Boertje, ik laat je niet door, tenzij je me de helft van de beloning geeft, die je van de koning krijgt."

De boer dacht hier even over na en zei toen: "Nou goed dan, je kunt de helft krijgen!"

"Zweer het hier en nu," zei de wachtpost wantrouwig, "zodat je me niet kunt bedriegen!"

"Ik zweer het," zei de boer op ferme en besliste toon.

De wachtpost grijnsde over zijn hele gezicht en liet de boer doorlopen naar het paleis.

De boer maakte een lichte buiging en zei: "Als ik van de koning de beloning ontvang, moet ik wel weten met wie ik deze zal delen. Hoe heet je, waarde vriend?"

"Iedereen kent mij," zei de wachtpost, "men noemt mij de Eenogige Brombeer."

De koning was buiten zichzelf van vreugde toen hij de vis zag en vroeg de boer direct wat hij zich als beloning wenste.

"Ik zou graag duizend stokslagen hebben!" zei de boer. "Dat meen je toch niet?" antwoordde de koning, en begon hartelijk te lachen. De boer vertrok echter geen spier en volhardde bij zijn zonderlinge wens. De koning dacht dat de boer niet goed wijs was en beval zijn mensen hem maar heel zachte klappen te geven.

De boer werd op de grond neergelegd en de hovelingen telden de stokslagen op zijn achterwerk; ze sloegen echter heel zachtjes, zodat hij er nauwelijks iets van voelde. Bij de vijfhonderdste klap sprong de boer op en riep: "Genoeg, ik heb mijn deel gekregen!"

Nu hielden ze hem allemaal voor een dwaas en de koning vroeg onder gelach van de hovelingen: "Wie moet dan het andere deel krijgen?"

"De Eenogige Brombeer," antwoordde de boer en vertelde de koning en zijn personeel wat er zich bij zijn aankomst bij de poort had afgespeeld.

En met een ernstig gezicht voegde hij eraan toe: "Ik heb hem gezworen dat hij de andere helft van de beloning zou krijgen; betaal deze dus in mijn bijzijn uit!" Bij dit verhaal was de koning het lachen vergaan, hij was rood geworden van woede en beval de Eenogige Brombeer direct bij hem te brengen.

Voor de poort had de Eenogige Brombeer intussen vrolijk heen en weer gelopen en had bij zichzelf overlegd wat hij met zijn deel van de beloning zou gaan doen. Hij wreef zich steeds maar in de handen als hij aan de domme boer dacht. Toen men hem had laten roepen, ging hij stralend van blijdschap voor de koning staan. Maar wat was dat? De koning keek hem somber en boos aan en beval de hovelingen hem vast te binden en hem vijfhonderd harde slagen met een stevige stok te geven.

Toen hij verbaasd en geschrokken naar de oorzaak van het koninklijke strafgericht wilde vragen, snauwde de koning hem toe: "Je hebt om de helft van de beloning van de boer gevraagd, die zul je nu ook krijgen, precies de helft!"

De Eenogige Brombeer kronkelde al spoedig van de pijn, maar er werden hem precies vijfhonderd stokslagen op zijn achterwerk toegediend.

Toen hij de beloning ontvangen had, zei de koning tegen hem: "Zo, en nu bedank je de boer hier voor jouw helft, die hij voor je heeft overgelaten."

De Eenogige Brombeer moest voor de slagen bedanken en hield onder het gelach van het hele hof jammerend zijn achterwerk vast, terwijl de boer vrolijk afscheid nam van het hof.


*   *   *

De helft van de beloning Samenvatting
Een Tibetaans volksverhaal over stokslagen delen met de paleiswacht. Wanneer een boertje de koning van Tibet vis komt brengen, houdt de paleiswacht hem tegen. Alleen als het boertje de beloning die de koning hem zal geven eerlijk met de paleiswacht deelt, zal hij hem doorlaten. Hij belooft het en vraagt aan de koning 1000 stokslagen als beloning... Lees het verhaal

Toelichting
Het verdelen van de stokslagen is in Oosterse verhalen bekend en komt in verschillende verhalen van "1001 Nacht" voor. Vergelijk ook het verhaal De goede ruil van de gebroeders Grimm.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Chinese volkssprookjes" uitgegeven door Elmar, Rijswijk, 1990. ISBN: 90-6120-8343

Herkomst: Tibet
Verteltijd: ca. 7 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook