Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 10 min.
Herkomst:

Een heel stout jongetje Een Sinterklaasverhaal over een jongetje dat in de zak gaat

Een heel stout jongetjeEr was eens een heel stout jongetje. Dat jongetje was ook wel eens aardig, maar hij kon het niet nalaten om kattenkwaad uit te halen. Hoeveel ruiten hij al niet met voetballen op straat had gebroken - daar zou je een heel glazen paleis van kunnen maken. En hoeveel potten jam hij al niet had leeggelikt - daar zou je een hele jamfabriek mee kunnen beginnen. En hij klom altijd in bomen en scheurde altijd zijn kleren en op school strooide hij niespoeder in de brillenkoker van de meester en hij was nooit op tijd voor het eten thuis en 's morgens kreeg je 'm zijn bed niet uit en hij deed alles wat jongetjes niet mogen doen.

En het ergste was, dat hij zo'n brutale mond had. Als je tegen hem zei: dat hij toch eigenlijk een heel stout jongetje was, dan haalde hij zijn schouders op en antwoordde: "Nou, en wat zou dat? Je hebt stoute jongetjes en Brave Hendriken. Laat mij dan maar een stout jongetje zijn." En als je dan zei dat het toch niet nodig was om zó héél verschrikkelijk erg ontzettend ongelooflijk stout te zijn, dan stak hij alleen zijn tong maar uit en trok een lange neus tegen je.

Zijn vader en moeder vonden het natuurlijk niet leuk dat hij zo stout was. Zijn vader moest steeds maar gebroken ruiten betalen en zijn moeder nieuwe potten jam kopen. Nu was dat niet zo heel verschrikkelijk, omdat vader een Directeur was van Iets en dus veel geld verdiende, maar toch wilden ze graag dat hun jongetje eens een klein beetje minder stout zou worden. Toen de Sinterklaastijd naderde, zeiden ze dus tegen het jongetje: "Kun je nu eindelijk niet eens wat zoeter zijn? Je weet heel goed dat Sint Nicolaas verleden jaar ook al zo verdrietig over je was... Hij zei toen dat je dit jaar beter je best moest doen, want anders zou hij je misschien wel in de zak laten stoppen!"

"Poeh," zei het jongetje, "ik laat me toch niet bang maken, hoor!" En hij holde hard de straat op en schopte tegen een keisteen, die daardoor natuurlijk juist door de spiegelruit van de banketbakker vloog. Het jongetje kreeg geen enkele avond iets in zijn schoen. Maar hij zei dat hij dat niet erg vond, want er waren zoveel zoete jongetjes die bang voor hem waren, dat ze al hun snoepgoed met hem deelden. En toen kwam Sinterklaasavond.

Vader en moeder en het jongetje zaten te wachten tot Sint Nicolaas zou komen. Want komen zou hij zeker. Hij kwam toch overal! En ja hoor, opeens werd er hard gebeld. Vader ging opendoen en Sint Nicolaas en Zwarte Piet kwamen de kamer binnen.

"Even kijken," zei Sint Nicolaas terwijl hij zijn bril opzette en in het Grote Boek keek, "ah, juist, nu weet ik het weer, hier woont dat hele stoute jongetje. Zozo..." en hij keek over zijn brillenglazen naar het jongetje. Het stoute jongetje keek brutaal terug, maar zijn tong durfde hij toch niet uit te steken.

"Piet," vervolgde Sint Nicolaas tegen Zwarte Piet, "dit jongetje is onverbeterlijk. Wat ik niet allemaal over hem gehoord heb, sinds ik weer in Nederland ben!"

"Dus geen cadeautje, Sinterklaas?" vroeg Zwarte Piet.

"Cadeautje?" vroeg Sint Nicolaas. "Hoe haal je 't in je hoofd, Piet. Is het niet juist," vroeg hij toen aan Vader en Moeder, "dat dit jongetje dit jaar nóg meer ruiten heeft gebroken en nóg meer potten jam heeft leeggelikt dan verleden jaar? En dat hij de schoenen van zijn schoolmeester, die de arme man uitgetrokken had omdat zijn voeten zo'n pijn deden, zomaar heeft verstopt, zodat de meester op zijn sokken naar huis moest? En... ach, ik kan wel blijven doorgaan."

"Het spijt ons," knikten vader en moeder, "het is allemaal waar."

"En heb jij geen spijt?" vroeg Sint Nicolaas aan het jongetje.

"Je hebt stoute jongetjes en Brave Hendriken," zei het jongetje, "en ik wil geen Brave Hendrik zijn."

"Nog steeds even brutaal," zei Sint Nicolaas. "Piet, stop hem in de zak!" Het jongetje probeerde nog weg te lopen, maar Zwarte Piet pakte hem meteen beet en stopte hem in de zak. "Zo, dan gaan we maar weer," zei Sint Nicolaas. "Maar ons jongetje dan?" vroegen vader en moeder. Sint Nicolaas en Zwarte Piet waren echter de kamer en het huis al uit.

Nu moet je weten dat Sint Nicolaas stoute kinderen nooit heel lang in de zak laat zitten. Na een half uurtje of zo vindt hij het wel genoeg, dan doet hij de zak open en laat de kinderen beterschap beloven, voor hij ze naar huis stuurt. En dikwijls geeft hij ze dan nog een cadeautje ook. Maar toevallig was het jongetje één van de laatste kinderen die hij had bezocht. En de volgende dag ging hij terug naar Spanje, want hij had haast dit jaar.

Pas toen ze weer thuis in Spanje waren, zei Sint Nicolaas tegen zijn knecht: "Zeg, Piet, herinner ik me dat nou goed? Hadden wij niet een heel stout jongetje in de zak gestopt?"

"Ja, baas," zei Piet.

"Maar hebben we dat jongetje ook weer uit die zak gehaald?"

"Nee, baas, dat ben ik helemaal vergeten," zei Piet.

"O, domme Piet, we laten kinderen toch nooit lang in zo'n zak zitten." En Sint Nicolaas maakte haastig de zak open - en ja hoor, daar lag het stoute jongetje... heerlijk te slapen.

"Word eens wakker! En kom er maar gauw uit!" zei Sint Nicolaas. Het jongetje werd wakker en zei: "Zijn we dan al in Spanje? O ja, ik voel het, het is hier veel warmer. En hangen hier de sinaasappelen nu echt aan de bomen?" En het jongetje sprong de zak uit en begon te dansen van plezier omdat hij in Spanje was.

Sint Nicolaas ging op een stoel zitten, streek een keer of tien door zijn baard en zuchtte: "Wat moeten we nu met zó'n jongetje beginnen, Piet. Hoe moet je zó'n jongetje nu bestraffen. We zullen hem maar gauw met een vliegtuig naar huis sturen."

"O, nee, Sint Nicolaas!" riep het jongetje. "Mag ik alstublieft een weekje blijven? Het is hier zo lekker warm en ik heb zo'n trek in sinaasappelen!"

"Zo'n stout jongetje als jij? O nee," zei Sint Nicolaas.

"Dan zal ik heus en echt nóóit meer zo'n stout jongetje zijn. Wel een beetje stout, een heel klein beetje stout, maar meer ook niet. Ik beloof het."

"Hum," zei Sint Nicolaas. "Tja, als je dat echt belooft... Vooruit dan maar." Hij liet Zwarte Piet een telegram naar de vader en moeder van het jongetje sturen en het jongetje mocht een hele week bij Sint Nicolaas logeren en zijn witte schimmel verzorgen en net zoveel sinaasappelen eten als hij maar lustte. En toen het jongetje weer in Nederland terug was, werd hij werkelijk een aardig, helemaal niet zo stout jongetje. En als de andere jongens hem vroegen wat hij voor zijn Sinterklaas gekregen had, dan zei hij: "Het mooiste cadeau dat je denken kunt. Ik heb een hele week lang bij Sint Nicolaas zélf gelogeerd. Wat zeg je me daarvan?"


*   *   *

Een heel stout jongetje Samenvatting
Een Sinterklaasverhaal over een jongetje dat in de zak gaat. Een jongetje dat meestal stout is, krijgt op 5 december bezoek van Sinterklaas. Wanneer de Goedheiligman in het Grote Boek kijkt zit er niks anders op: geen cadeautjes voor de jongen en hij moet in de zak mee naar Spanje. Lees het verhaal

Trefwoorden


Thema

Meer Sinterklaasverhalen

Verhaalsoort

Bron
"Daar wordt aan de deur geklopt. Verhalen voor Sint Nicolaas, liedjes en recepten" door Ineke Verschuren. Uitgeverij Christofoor, Zeist, 2000. ISBN: 90-6238-734-9

Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 6 jaar

Lees ook