TOELICHTING:Beowulf is een Oud-Engels heroïsch, episch gedicht, geschreven in de allitererende versvorm. Het is het oudste epische gedicht dat in een taal geschreven is die duidelijk een oude vorm van het huidige Engels is. Men is het niet eens over de precieze datum, maar men schat dat het manuscript uit de 10e eeuw stamt. Er is echter meer onzekerheid over de oorsprong van het gedicht zelf. Er komen enkele archaïsche woorden in het werk voor die suggereren dat het gedicht uit de 8e eeuw stamt, misschien zelfs de eerste helft ervan.
Het gedicht is over het algemeen een fictief werk, maar er komen personen in voor die mogelijk echt bestaan hebben, en gebeurtenissen die waarschijnlijk plaatsvonden tussen de jaren 450 en 600 in Denemarken en Zuid-Zweden.
Het gedicht verhaalt over de strijd van Beowulf tegen het trolachtige monster Grendel. Dit monster tiranniseert al twaalf jaar lang Heorot, de grote zaal gebouwd door Hrothgar, koning der Denen. Als Beowulf, neef van koning Hygelac der Goten, hoort van de moorden gepleegd door Grendel, schiet hij te hulp met veertien van zijn mannen. Beowulf en zijn gevolg overnachten in Heorot, en in het holst van de nacht valt Grendel aan. Ook nu weer verrast hij een van de slapende mannen, rijt hem open en verslindt hem geheel. Als hij ook Beowulf wil grijpen, weet deze hem in een gevecht te doden. Later rekent hij ook nog af met Grendel's moeder. Aan het eind van het verhaal, wanneer hij zelf reeds vijftig jaar lang koning der Goten is, moet hij het tegen een vuurspuwende worm (een draak) opnemen, die hem echter doodt. Zijn neef Wiglaf doodt de draak alsnog en wordt de nieuwe koning.
Het gedicht geeft een voorstelling van een voorchristelijke samenleving gebaseerd op oorlog, waarin de relatie tussen de koning en zijn onderdanen een zeer belangrijke rol speelt. Deze relatie bestaat hierin dat de koning zijn onderdanen beschermt in ruil voor wapens, voedsel, goud, et cetera.
De samenleving uit het gedicht heeft familiebanden tevens hoog in het vaandel staan: als een familielid gedood wordt, is het de taak van de nabestaanden om zijn dood te wreken op zijn moordenaar; dan wel door hem ook te doden, dan wel door hem te dwingen een som geld te betalen (weergeld). Als één van de misdrijven van Grendel wordt dan ook genoemd het feit dat hij niet wil onderhandelen over weergeld. Bovendien wordt de wereld van Beowulf geregeerd door de lotsbestemming. Zijn overtuiging, dat het lot hem in zijn macht heeft, is een belangrijk aspect van de handelingen van Beowulf in het gedicht, terwijl de verteller duidelijk vanuit een christelijk perspectief spreekt; opvallend is daarbij dat de verteller de heidense rituelen die hij beschrijft niet veroordeelt, maar eerder blijk geeft van medeleven met deze mensen, die niet weten van het bestaan van God.
Wetenschappers zijn het er niet over eens of Beowulf een heidense of christelijke inslag heeft. De personages uit het gedicht zijn duidelijk heidens, maar de verteller plaatst de gebeurtenissen steevast in een christelijke context, door Grendel als nazaat van Kaïn te betitelen. Sommige theorieën poneren dat Beowulf een vertaling is van een ouder Germaans verhaal, opnieuw verteld voor een christelijk publiek.
Er zijn verscheidene vertalingen gemaakt van het gedicht, de een geslaagder dan de ander. De Ierse dichter Seamus Heaney heeft een bekende vertaling geleverd.
Nederlandse vertaling van Beowulf door Jan Jonk als
proza of als
stafrijm.