|
|
Informatie over: De eenhoorn gaat zijn eigen weg
TOELICHTING: De oudste bewaard gebleven beschrijving van een eenhoorn werd rond 400 na Christus opgetekend door Ctesias, een Griekse arts, die had gereisd met de koning van Perzië. Hij schreef dat er in India snelle wilde ezels bestonden met een wit lichaam, donkerrode kop en een spitse hoorn midden op het voorhoofd. Deze hoorn was ongeveer een halve meter lang, aan de basis wit, in het midden zwart en bovenaan helderrood. Een beker die gemaakt was van die hoorn zou de drinker beschermen tegen elke soort vergif. In de Middeleeuwen, vooral in West-Europa, resulteerde het geloof dat de hoorn gebruikt kon worden tegen vergif in een levendige handel in veronderstelde hoorns van dit dier. De meeste hiervan waren waarschijnlijk slagtanden van een zeezoogdier, de narwal. In 1605 werd een hoorn verkocht voor 12.000 goudstukken.
Dit verhaal kwam voor het eerst voor in een bestiarium - een boek met feiten en fabels over bestaande en imaginaire beesten. Vanaf ongeveer de derde eeuw waren bestiaria bij de christenen populair. Dit verhaal is naverteld uit The Lore of the Unicom van Odell Shepard, 1930.
Door de eeuwen heen hebben schrijvers en vooral kunstenaars het uiterlijk van de eenhoorn veranderd. Hij is helemaal wit geworden en lijkt meer op een geit en minder op een paard. De hoorn is langer geworden, veranderd in zwart, vervolgens in wit en heeft een spiraalvormige winding gekregen.
|
De Nationale Sprookjesbon. Elke week GRATIS een verhaal ⇒
|
De Volksverhalen Almanak is met uiterste zorg gemaakt. De redactie is echter niet aansprakelijk voor eventuele fouten in de teksten. Als u onvolkomenheden aantreft in de inhoud of het gebruik van de website, dan kunt u dat melden bij de redactie. Ook kunt u ons altijd voorzien van aanvullingen en opmerkingen.
|
|