TOELICHTING:Naar: J. P. Wiersma: 'Friese Volkssprookjes', Uitg. W. de Haan, Utrecht, 1948, p. 71-81.
Het sprookje van de twee reizigers is over de hele wereld bekend en volgt een vast patroon. Het gaat steeds over twee broers of twee vrienden, die onderweg ruzie krijgen. De een steekt de ander zijn ogen uit, maar de blinde kan al spoedig weer zien. De jaloerse makker laat de ander een aantal moeilijke opdrachten uitvoeren, die de ander met hulp van de dieren weet te vervullen.
Zie ook:
De twee reisgezellen.
| TYPERING: | Een Fries sprookje over een schoenmaker en een kleermaker |
| SOORT: | Volkssprookje |
| HERKOMST: | Friesland |
| LEEFTIJD: | Voor kinderen vanaf 9 jaar en ouder |
| VERTELTIJD: | ca. 21 min. |
| AT-NUMMER: | AT 0613 - The Two Travelers AT 0554 - The Grateful Animals ⇒ De twee reisgezellen ⇒ De witte slang ⇒ Het zeehaasje ⇒ De twee reisgezellen |
| TREFWOORDEN: | schoenmaker, kleermaker, reiziger, koning, ooievaar, brood, friesland |
| BRON: | "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Reizen. Verhalen over avontuurlijke reizen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" verschenen bij Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1991. |
| |