Wereld Feesten Almanak


Oprichting van de Republiek
Datum:
jaarlijks op 28 oktober


Oprichting van de Republiek

Datum: vrijdag 28 oktober 2016
Land / gebied: Tsjechië
Soort: Constitutioneel, Nationale feestdag
Tsjechi Onafhankelijkheidsdag. Nationale feestdag.

Tsjecho-Slowakije ontstond in 1918 na het ineenstorten van het Oostenrijk-Hongaarse Rijk. De nieuwe federatieve staat was het resultaat van het zogenaamde Pittsburgh Akkoord, dat was gesloten tussen Tsjechische en Slowaakse ballingen in de Verenigde Staten. Het bezat 70 procent van de industriële capaciteit van het voormalige rijk en tijdens het interbellum wist het als enige land in Oost-Europa de parlementaire democratie te handhaven. Binnen de Tsjecho-Slowaakse samenleving bestonden desalniettemin van meet af aan spanningen. Deze werden enerzijds veroorzaakt door de moeizame incorporatie van een grote Duitse minderheid en kleinere Poolse en Hongaarse minderheden. Anderzijds ontstond er frictie tussen de Tsjechen en de Slowaken door de grotere economische ontwikkeling van Tsjechië. De depressie in de jaren dertig trof met name Slowakije waardoor de spanningen toenamen en de separatistische sentimenten werden versterkt.

In 1938 bezette Nazi-Duitsland het voornamelijk door etnische Duitsers bevolkte Sudetenland. Hiervoor had het expliciete goedkeuring van de Westerse democratieën gekregen met het verdrag van München. Een jaar later volgde de rest van Tsjechië. Slowakije werd een "zelfstandig" Duits protectoraat. In 1945 werden Tsjechië en Slowakije bevrijd door de Sovjetunie. Het overgrote deel van de Duitse minderheid werd nog hetzelfde jaar aan de hand van de "Benes-decreten " verdreven. Het "verraad van München" door het Westen en de grote offers van de communistische Sovjetunie in de strijd tegen de nazi's leverden de Communistisch e Partij van Tsjecho-Slowakije (CPCS) massale steun op onder de bevolking. Dit vertaalde zich in een overwinning tijdens de eerste naoorlogse verkiezingen in 1946. De leider van de CPCS, Klemens Gottwald, werd benoemd als premier. Aan de democratie werd echter al snel een einde gemaakt. In 1948 werd alle oppositie tegen de CPCS uitgeschakeld en werd Tsjecho-Slowakije een satellietstaat van de Sovjetunie.

Begin jaren '60 werd het land getroffen door een economische crisis. Dit leidde tot een roep om vergaande hervormingen. De partijleiding aanvaardde dit aanvankelijk niet, maar in januari 1968 werd een hervormingsgezinde partijleiding gevormd onder Alexander Dub?ek. Dub?ek introduceerde de doctrine van het "socialisme met een menselijk gezicht." Aan de censuur kwam grotendeels een einde en de burgerlijke vrijheden werden hersteld. Aan deze "Praagse Lente" werd in augustus 1968 een einde gemaakt door een inval van de Sovjetunie en haar bondgenoten. Dub?ek werd opgevolgd door Gustav Husak, die de hervormingen terugdraaide en de almacht van het communistische regime herstelde. Er bleef slechts een kleine maar invloedrijke beweging van dissidenten over, met Vaclav Havel als belangrijkste vertegenwoordiger.

De positie van het communistische bewind kwam, na de ineenstorting van het communistische regime in de DDR in 1989, onder grote druk te staan. Na massale demonstraties en een algemene staking besloot de partijleiding onderhandelingen te openen met de dissidenten onder leiding van Havel. Dit resulteerde in de benoeming van een "Government of National Understanding," waarin niet-communisten de meerderheid vormden. Dub?ek werd gerehabiliteerd en benoemd tot Voorzitter van de Federale Vergadering. Vaclav Havel verving President Husak. Gezien het vredige verloop van deze politieke omwenteling wordt er wel gesproken over de Fluwelen Revolutie.

In de jaren na de omwenteling belemmerde de verdeeldheid in de Federale Vergadering en de voortdurende spanningen tussen Tsjechen en Slowaken een effectief bestuur. De republiek werd daarom na een stemming in het parlement op 25 november 1992 gescheiden. Op 1 januari 1993 waren de zelfstandige republieken Tsjechië en Slowakije een feit.

De Tsjechische Republiek zette een duidelijke pro-Westerse koers in en begon aansluiting te zoeken bij westerse organisaties en instellingen. In 1999 trad het samen met Polen en Hongarije toe tot de NAVO. Op 1 mei 2004 trad Tsjechië met nog 9 andere landen toe tot de Europese Unie (EU).

Tsjechië is een parlementaire democratie. De grondwet dateert uit1992. Het parlement bestaat uit een Senaat en een Huis van Afgevaardigden, die gezamenlijk de president kiezen. De bevoegdheden van de president zijn beperkt. Hij mag zijn veto uitspreken over wetsvoorstellen en mag na verkiezingen de beoogde premier voordragen. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de benoeming van ministers en de voorzitter van de Centrale Bank en heeft hij de bevoegdheid tot het verlenen van gratie.

De leden van beide kamers van het parlement worden rechtstreeks gekozen. Leden van het Huis van Afgevaardigden worden gekozen voor een periode van vier jaar in een stelsel van proportionele vertegenwoordiging, waarbij een kiesdrempel van 5% bestaat. Senatoren worden gekozen voor een periode van zes jaar door middel van het "first-past-the-post" systeem.

De grondwet benadrukt de onafhankelijkheid van het gerechtelijk apparaat. Het Constitutioneel Hof is de hoogste autoriteit in grondwettelijke zaken en bestaat uit 15 rechters die op voordracht van de president door de senaat worden benoemd.

Sinds november 2000 heeft Tsjechië een nieuwe gekozen bestuurslaag, bestaande uit veertien regio's. De districten zijn per 1 januari 2002 opgeheven

Zie ook

Meer informatie (externe link)


Een feestdag in Tsjechië.