Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 11 min.
Herkomst:

Tijl Uilenspiegel als kunstschilder Een Duits volksverhaal waarin Tijl een graaf voor de gek houdt

Op zijn zwerftochten was Uilenspiegel aangeland in Hessen en daar hoorde hij, dat de graaf voornemens was, de wanden van zijn ridderzaal te laten beschilderen. Al de heldendaden van zijn voorouders wilde hij laten vereeuwigen in schone wandschilderingen. "Wel," sprak Tijl, "hoe kan het zo mooi uitkomen, ik ben toevallig kunstschilder van mijn vak; dat is net een karweitje voor mij."

En hij ging zich aanmelden bij de graaf en zei, graag bereid te zijn de gevraagde wandschilderingen te maken. De graaf vertelde hem, wat de taferelen moesten voorstellen en welke prijs hij ervoor betalen wilde. "Meneer de Graaf," zei Tijl, "dat is nou precies het werk dat ik al voor verschillende hoge heren heb verricht en ik merk, dat u royaal betaalt, dus ik neem het werk aan. En u behoeft me niet eerder te betalen, dan als het werk af is. Maar ik ontving wel graag een voorschot om verf en andere benodigdheden te kopen."

De graaf gaf een flink voorschot en Tijl kwam de volgende dag aanzetten met twee knechts, die potten verf, kwasten enz. droegen. "Ziezo, heer Graaf," sprak Tijl, "het werk begint. Maar we mogen niet gestoord worden: niemand mag de ridderzaal binnenkomen, zo lang wij nog aan het werk zijn. Ik kan er nu eenmaal niet tegen, op mijn handen te worden gekeken." De Graaf beloofde, dat niemand de kunstenaar en zijn helpers zou storen, en Tijl met z'n twee kornuiten verdwenen in de ridderzaal.

En daar namen de drie heren het er van! Zij hadden lekker eten en drinken meegebracht en deden zich daaraan flink te goed onder vrolijk gezang. Daarna gingen zij uitrusten op de zachte divans, of speelden een gezellig spelletje kaart of dobbelden een uurtje en vóór de avond viel gingen zij weg en sloten de ridderzaal zorgvuldig af en namen voor zekerheid de sleutels mee.

De volgende dag kwamen zij weer terug, allerlei geheimzinnige rollen en pakken en manden sjouwend. En ze vierden daar in die ridderzaal weer de hele dag feest en deden af en toe een dutje.

Zo ging dat wel een dag of tien door; en als de Graaf 's avonds Tijl bij het weggaan opwachtte en vroeg, hoe het met het werk stond, dan zei Tijl, dat hij heel tevreden was en maakte van de gelegenheid gebruik om nog een voorschot te vragen. Zogenaamd omdat de verf die hij gebruikte, zo kostbaar was, maar in werkelijkheid omdat al dat eten en drinken van hem en zijn kameraden aardig wat kostte.

Want de drie schavuiten vonden het nog niet mooi genoeg, dat ze de hele dag in die ridderzaal een lui en lekker leventje hadden, neen, als ze 's avonds terug kwamen in de herberg, waar ze sliepen, dan maakten ze ook daar goede sier, de herbergier had nog nooit zulke royale gaste gehad.

Eindelijk werd het de Graaf toch wel een beetje te machtig en hij vroeg Uilenspiegel, of hij nu niet eens wat van z'n werk te zien kon krijgen. "Met genoegen," zei deze. Hij liet één van zijn helpers, die een beetje tekenen kon, een poppetje op een stuk papier krabbelen, en kwamen daarmee naar buiten. "Kijkt u 'es," sprak hij met een ernstig gezicht. "Ach nee," sprak de Graaf, "dat bedoel ik niet. Maar je bent nu al een paar weken bezig en ik wou nu eindelijk wel 'es wat zien van de muurschilderingen die je maakt."

"Goed," sprak Uilenspiegel, "laten we dan afspreken, dat u vanmiddag eens komt kijken, dan zal de ene wand klaar zijn. Maar er mag niemand anders komen dan u alleen; ik heb een hele dure soort verf gebruikt, die alleen zichtbaar is voor mensen met edel bloed. Wie maar één druppeltje niet-adellijk bloed in z'n aderen heeft, die ziet van de hele beschildering niets."

's Middags werd de Graaf plechtig binnengelaten in zijn eigen ridderzaal. Op een wenk van Uilenspiegel trokken de helpers een linnen laken, dat voor één van de wanden hing, weg, en de kale muur kwam te voorschijn. "Wat zegt u er van, meneer de Graaf?" vroeg Tijl met een stalen gezicht. De Graaf zag niets, en zei: "Hm..."

Maar Tijl had voor de feestelijke gelegenheid een palet in de linkerhand en wees met een grote kwast naar de kale muur begon vol geestdrift uit te leggen: "Daar op dat prachtige witte paard zit uw betovergrootvader, in dat gouden harnas; om hem heen, op de bruine paarden, de ridders van zijn leger; en drie lui daar in de hoek, die zo somber en verdrietig kijken, dat zijn de gevangen vijanden, die zich moesten overgeven. En daar tussen de bomen door ziet u de edelvrouw met haar dames aankomen om de overwinnaar te begroeten. Hier op de voorgrond liggen de lijken van drie vijanden, die uw Heer betovergrootvader hoogst-eigenhandig in het zand deed bijten. Daar in de verte steekt het kasteel af tegen de blauwe lucht; ziet u de vlag wapperen?"

De Graaf stond maar te knikken, al zag hij niets van al het moois, dat Tijl zo vol overtuiging stond aan te wijzen. Want hij dacht: als ik zei, niets te zien, zou dat bewijzen, dat ik niet van zuivere adel was. Met een schuin oog keek hij naar het doek, dat voor de andere muur hing.

"Daar komt het tweede hoofdtafereel met uw Heer overgrootvader als voornaamste personage, uittrekkend voor de strijd tegen de Turken. Maar dat is nog lang niet af. En daar rechts, daar komt..." - "Ja, ja," zei de Graaf, die het benauwd kreeg, en hij stapte naar de deur. Uilenspiegel deed hem met veel strijkages uitgeleide, terwijl de twee helpers de andere kant uitkeken om hun lachen te verbergen. "Dus Uw Edelheid is tevreden?" vroeg Tijl vriendelijk en onderdanig. De Graaf wierp nog even een blik op de kale muur en zei: "Zeker, zeker, mijn vriend," en verdween.

Maar toen de Gravin hoorde, dat haar gemaal al de eerste wandschildering had bewonderd, begon zij te zeuren, dat zij en haar hofdames ook wel eens een kijkje mochten nemen. Tijl weigerde eerst, maar toen ook de Graaf aandrong, grotendeels omdat hij nieuwsgierig was, of anderen soms wél iets van een wandschildering zouden ontdekken, gaf Tijl toe.

De Graaf en de Gravin met hun hele gevolg kwamen binnen. Tijl vertelde weer van de bijzondere verf, die alléén gezien kon worden door mensen van zuivere adel, liet het doek wegnemen en begon weer aan zijn uitleg. Hij loog er nog tweemaal zoveel bij, als toen hij de Graaf alleen bij de neus nam. En het hele gezelschap hield z'n mond en stond maar te knikken. Maar de nar van de Graaf was ook mee naar binnen geslopen en die zei hardop: "Nou kan ik merken, dat het met mijn adel niet helemaal pluis is, want ik mag een boon zijn, als ik ook maar iets zie van een tekening of van verf."

"Stakkerd," zei Uilenspiegel lachend en de hofdames trokken vol minachting haar neusjes op voor die nar, die zo te koop liep met z'n lage afkomst. Toen het hele gezelschap de zaal verlaten had, buitelden de twee helpers van puur plezier driemaal over hun kop. Maar Tijl zei: "Jongens, als de narren de waarheid beginnen te zeggen, dan wordt het voor ons gevaarlijk. We pakken vanavond onze biezen en komen hier niet meer terug, hoor." En de volgende morgen wachtte de Graaf tevergeefs op de drie bedriegers: zij hadden Hessen verlaten.


*   *   *

Tijl Uilenspiegel als kunstschilder Samenvatting
Een Duits volksverhaal waarin Tijl een graaf voor de gek houdt. Tijl neemt de graaf van Hessen flink bij de neus door te doen alsof hij een muurschildering maakt met een zeer speciale verf, die alleen zichtbaar is voor mensen met volledig adellijk bloed. Lees het verhaal

Toelichting
Bij dit verhaal: Het motief van een notabele bij de neus nemen met een object dat alleen maar door bijzondere mensen te zien zal zijn, is direct terug te vinden in De nieuwe kleren van de keizer van Hans Christian Andersen. Vandaar de toekenning van hetzelfde AT-nummer (AT 1620 - The King's New Clothes).

Van oorsprong is Tijl Uilenspiegel een Noord-Duitse grappenmaker die in de late middeleeuwen in verschillende Hanzesteden zijn fratsen uithaalde. In de 19e eeuw publiceerde de Vlaming Charles de Coster zijn Schelmenroman Tijl Uilenspiegel, waarin de hoofdfiguur in het Vlaamse Damme geboren wordt, en opgroeit tot geus in het verzet tegen de Spaanse overheersing.

De vele korte verhalen die van Uilenspiegel in omloop zijn zullen vaak van oorsprong Duits zijn maar door simpelweg de plaatsnamen te vervlaamsen (bijvoorbeeld Damme i.p.v. Erfurt) lijkt het vanzelfsprekend dat ze uit België komen.

Trefwoorden


Feest / viering

Meer verhalen over Tijl Uilenspiegel

Verhaalsoort

Bron
"Boek van de jeugd" Uitgeverij de Arbeiderspers, Amsterdam, 1930.

Herkomst: Duitsland
Verteltijd: ca. 11 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook