Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 7 min.
Herkomst:

Wat door de duivels in Segovia tot stand werd gebracht

Segovia in Oud-Kastilië is heel oud. Volgens de overlevering moet het al in de roemrijke Iberische, Romeinse en middeleeuwse tijdperken van een overweldigende schoonheid zijn geweest, en ook nu nog getuigen torens en muren van de vergane glorie uit vroeger eeuwen.

Maar ook toen hadden de mensen het niet altijd even gemakkelijk. Over een van hen, een eenvoudig dienstmeisje, gaat het volgende verhaal.

Maria diende bij een edelman, die zijn paleis op een rotsheuvel had. Hoewel het een vriendelijk heer was, die haar nooit een kwaad woord toevoegde, was Maria moe en ongelukkig.

Ze moest namelijk het water uit de bron op de marktplaats in kuipen naar buiten slepen, en omdat het niet alleen zwaar werk was, maar ook een lastige weg, die ze enkele malen per dag moest afleggen, was ze altijd vermoeid en uitgeput.

Op een zondag - het liep al tegen de avond - stuurde men Maria weer naar de bron om water te halen. En omdat ze een flink meisje was, nam ze de kuip en ging. Maar toen ze de deur achter zich had gesloten, begon ze haar nood te klagen. Juist deze avond wilde ze met een ander meisje uitgaan, en in plaats daarvan...

"Bij God, ik zou mijn ziel aan de duivel willen verkopen, als ik maar van dat ellendige watersiepen af was," zuchtte ze hardop.

"Werkelijk? Pas maar op, dat ik je niet aan je woord hou, mooi meisje!"

Een vreemde heer in purperrode kleding en hoge laarzen stond^plotseling voor haar. Op zijn hoed had hij een veer.

De goedgeklede vreemdeling lachte haar vriendelijk toe, en misschien daardoor overmoedig geworden, antwoordde Maria lachend:

"Waarom niet? Wanneer je dat voor het eerste hanegekraai voor elkaar krijgt, teken ik ervoor, zelfs met mijn bloed, als dat nodig mocht zijn!"

De vreemdeling lachte, schitterde vurig met zijn ogen en plotseling, vraag niet hoe, toverde hij perkament en een scherpe penneschacht te voorschijn.

"Nu, laten we het eens proberen," zei hij en pakte haar hand. "Maar ik ben bang, dat het wel een beetje pijn zal doen."

"Ach kom, zo kleinzerig ben ik niet," lachte ze. "Ik ben alleen benieuwd, hoe je je belofte zult nakomen."

En zonder na te denken, stak ze met de penneschacht in haar linkerhand, en zette onmiddellijk daarop haar handtekening op het haar aangereikte perkament.

Maar voordat ze had kunnen lezen wat ze met haar eigen bloed had ondertekend, rukte de vreemdeling het perkament uit haar hand en riep enige onverstaanbare woorden naar de hemel.

De aarde begon te rommelen en te beven!

Vlammen kronkelden zich plotseling uit de aarde omhoog, en in hun schijnsel zag Maria een groot aantal duivels die uit de hel op de aarde neerdaalden.

De hemel raasde en tierde, helle bliksemstralen flitsten aan de hemel en donder en hevige windstoten wisselden elkaar af. De hel was werkelijk op de aarde losgebarsten!

Het arme meisje viel met gevouwen handen op de knieën en, voordat ze van angst het bewustzijn verloor, berouwde ze vurig, zich hiermee te hebben ingelaten.

De duivels zaten intussen niet stil!

De eerste ploeg haalde stenen en sleepte rotsblokken aan, de tweede roerde de mortel en de derde bouwde hoge zuilen, waaraan ze bruggewelven en bogen verbonden.

Ze bouwden echter geen brug, maar een aquaduct, dat ze aanlegden tot het paleis waar Maria diende.

Hoog boven Segovia begon het duivelswerk zich af te tekenen, en naarmate de nacht haar einde naderde, naderde ook het satansprodukt zijn voltooiing.

De duivels werkten en bouwden uit alle macht, en toen het eerste daglicht aan de hemel gloorde, moest alleen nog de allerlaatste steen gehaald en ingezet worden.

De hellevorst zelf nam deze taak ter hand en sleepte de steen boven uit de bergen naar het bouwwerk.

Misschien waren het nog maar een paar passen, die hem van de voltooiing scheidden, misschien ook meer, toen plotseling het eerste hanegekraai te horen was - en tegelijk barstte een angstaanjagend gedonder los.

De hellevorst slingerde woedend de steen weg, voor hij en zijn metgezellen door de aarde werden verzwolgen.

De storm ging liggen en een licht morgenbriesje waaide over de stad.

Op een der zuilen opende Maria de ogen. Daar zag ze plotseling het met haar bloed ondertekende en verzegelde perkament naast zich liggen. Ze aarzelde niet, rukte het naar zich toe en scheurde het in kleine snippers, die door de wind werden meegevoerd. Ze sloot haar ogen, in de veronderstelling dat op hetzelfde ogenblik ook het hele bouwwerk in de lucht zou vliegen...

Maar het aquaduct stond rotsvast, zo vast, dat het nog altijd in Segovia te zien is.

Nog diezelfde dag moeten er metselaars zijn gekomen, die de steen, door satan weggeslingerd, erin hebben gezet.

En daarmee was er een einde gekomen aan het zware en moeizame watersiepen, niet alleen voor Maria, maar voor alle andere dienstmeisjes die in latere tijden hier in Segovia gediend hebben.


*   *   *

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Sagen van Europese steden" verteld door Vladimír Hulpach. Holland, Haarlem, 1980. ISBN: 90-251-0412-6

Herkomst: Spanje
Verteltijd: ca. 7 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook