TOELICHTING:In deze fabel is de aap de Bodhisattva en een zeer schrander dier. In andere boeddhistische fabels kan de aap ook - in zijn ongedurigheid en onnadenkendheid - domheden begaan en is hij een karikatuur van de mens. De moraal van deze fabel: wees tevreden met wat je hebt, laat je niet verleiden door beloftes van ongure types en wees alert op de werkelijke motieven en bedoelingen van anderen. Dat de Bodhisattva in dit verhaal de krokodil voor de gek houdt is eigenlijk niet zo heel erg in overeenstemming met de boeddhistische leer (je mag namelijk niet liegen).
Het verhaal komt ook voor in het klassieke Indiase fabelboek 'Panchatantra' (het eerste verhaal in het vierde boek - het basisverhaal van een uigebreide raamvertelling). Vrijwel identieke versies van het verhaal zijn bekend uit Japan, Congo en in het Swahili. Hoofddier is in alle versies de aap, degene die zijn vriendschap met verraad beantwoordt is echter steeds een ander. Vergelijk
De aap en de schildpad (ook uit India), waar de schildpad de rol van krokodil vervult. Hetzelfde motief maar met andere dieren vinden we in
De vos en de wezel uit de Joodse verteltraditie, waarin het gaat over een vos (in de rol van slimme aap) en een aantal vissen (in de rol van domme krokodil). Zie voor het motief 'hart buiten het lichaam' ook het verhaal
De jakhals en de patrijs, waarin een jakhals niet zijn leven meeneemt als hij tochtjes maakt, maar dat thuis in een kast opgeborgen houdt.
Waarom de vrouw van de krokodil het hart van de aap wil eten, wordt niet uitgelegd. Waarschijnlijk dacht men vroeger dat het eten van een hart een magische werking heeft en kracht geeft. In de Congolese versie wordt verteld dat de vrouw van de krokodil ziek is en het hart nodig heeft om te genezen. Tussen de regels door is dat ook uit deze boeddhistische versie op te maken. In Westerse sprookjes (o.a. van Grimm) komt het eten van een hart ook meermalen voor, zie het motief: The Magic Bird Heart.
Deze versie komt uit de boeddhistische Pali-canon; de boeddhistische 'bijbel' waarin de leer van de Boeddha geschreven staat. Dit canon is zeven keer zo omvangrijk als onze bijbel. Het geheel wordt 'tipitaka' genoemd ('drie korven'). Het eerste 'pitaka' (korf) handelt in hoofdzaak over de kloosterdiscipline; het tweede over de 'dharma' (de Leer), die gepresenteerd wordt in leerreden; het derde (de 'Abhidhamma') bevat psychologische en filosofische betogen, waarin een systematische analyse van de 'dharma' (= de leer) wordt gegeven.
De tweede 'pitaka' (het 'suttapitaka' - sutta = leer) bestaat uit vijf verzamelingen. Tot één daarvan behoren de zogenaamde 'jataka's'. 'Jataka' betekent letterlijk 'geboorteverhaal'. Formeel verhaalt elk jataka een episode uit een vroeger leven van de Boeddha, toen deze nog de Bodhisattva was. Een Bodhisattva is een wezen dat is voorbestemd om een Boeddha te worden. Bodhisattva is in dit verhaal (en alle andere jataka's) de benaming voor een vroegere gedaante van de historische Boeddha, die geleefd heeft in de zesde eeuw voor Christus en in het noordoosten van India geboren werd als prins Siddhartha Gautama. Dit verhaal is 'jataka' nummer 208 (in totaal zijn er 547). Zie ook
Het timmermanszwijntje en
De haat van de hater.
| TYPERING: | Een boeddhistisch sprookje over een hart in de vijgenboom |
| SOORT: | Fabel, Boeddhistisch-verhaal, Jataka-verhaal |
| HERKOMST: | India |
| LEEFTIJD: | Voor kinderen vanaf 5 jaar en ouder |
| VERTELTIJD: | ca. 4 min. |
| TREFWOORDEN: | aap, krokodil, boeddha, bodhisattva, hartevlees, bedrog, list, slimheid, liegen, domheid, ganges, vijgenboom, hart, verlangen, himalaya, rivier, mangaboom, broodboom, beetnemen, jataka, verlokkingen, verleidingen |
| MOTIEF: | hart buiten het lichaam, eten van een hart, slim en dom |
| RELIGIE: | Boeddhisme |
| BRON: | "Ongrijpbaar is de Ganges; verhalen uit het Pali" vertaald en ingeleid door Tonny Scherft. Meulenhoff, Amsterdam, 1981, De Oosterse Bibliotheek, deel 18. |
| |