TOELICHTING:Zie ook
Marietje, de prinses op de erwt in de vorm zoals Mies Bouwman het sprookje vertelt.
Vergelijk dit verhaal ook met het Hongaarse sprookje
De jongen die een erwt vond.
In 1835 publiceerde Hans Christian Andersen (1805-1875) zijn eerste bundeltje sprookjes: Eventyr fortalde for Børn. Het bevatte vier sprookjes, naast 'De prinses op de erwt', ook
De tondeldoos,
Kleine Klaas en grote Klaas en
De bloemen van kleine Ida. De meeste sprookjes van Andersen zijn geen volks-, maar kunstsprookjes. Dat wil zeggen: hij ontleende ze niet aan de mondelinge overlevering of vertelde min of meer getrouw een al bestaande literaire bewerking van een (ook) in deze overlevering circulerend verhaal na, maar bedacht ze zelf, al of niet gebruik makend van bekende sprookjesstructuren en -motieven. Maar, zo verklaarde hij later, enkele van zijn eerste sprookjes, waaronder ook dit, had hij ook gehoord, in de spinkamer van het werkhuis van zijn geboortestad Odense of bij het hopplukken in de buurt. Dit zal zeker gelden voor
De tondeldoos en
Kleine Klaas en grote Klaas, twee zeer bekende volkssprookjes, maar of dit ook opgaat voor 'Prindsessen paa aerten' is zeer de vraag. Het blijkt namelijk een uiterst zeldzaam verhaal, dat in de mondelinge overlevering nauwelijks voorkomt - en die enkele keer dat het daarin gevonden werd ook nog lijkt terug te gaan op Andersens voorbeeld. Zie het
Lexicon van het Meertens Instituut (externe link).
Dit is ook een Efteling sprookje: een sprookje of verhaal dat wordt uitgebeeld in het attractiepark De Efteling in Kaatsheuvel. Sommige sprookjes zijn uitgebeeld in het sprookjesbos, anderen - zoals Langnek (De zes dienaren) en Tafeltje-dek-je, ezeltje-strek-je - hebben elders in het park een plek in een wat bescheidener vorm. De teksten van de sprookjes op de Volksverhalen Almanak zijn de oorspronkelijke teksten. In de Efteling en in diverse tekst- en audioweergaves van de Efteling wordt vaak gebruik gemaakt van beknoptere versies van het desbetreffende verhaal.