Informatie over: I have a dream door Martin Luther King jr.
TOELICHTING:
In de jaren zestig vroegen zwarte Amerikanen elkaar: "Voor wie ben jij, voor Malcolm of voor King?" Als je aanhanger van Martin Luther King was, koos je voor een geweldloze oplossing van rassendiscriminatie, wat zonder meer niet altijd makkelijk was in het Amerika van de jaren vijftig en zestig.
King was zelf opgegroeid in Atlanta in de staat Georgia, een oude plantagestreek waar bevrijde slaven leefden als keuterboertjes, in permanente angst voor brandstichting en lynchpartijen van de Ku Klux Klan. King zag dat alles met lede ogen aan en koos voor een van de weinige beroepen waarmee hij in die tijd iets kon betekenen voor zijn achtergestelde zwarte zusters en broeders: in 1954 ging hij in Montgomery (Alabama) werken als baptistisch predikant.
Al snel liet hij zien wie hij was. Na zijn promotie als theoloog aan de Boston University nam hij de leiding op zich van een boycot tegen de ongelijke behandeling van zwarten in het openbaar vervoer. Bij de geweldloze busacties (zitten op stoelen die verboden waren voor zwarten) beriep King zich nadrukkelijk op de Amerikaanse Grondwet waarin staat dat iedereen bij geboorte gelijk is en derhalve gelijke rechten heeft. Elke vorm van achterstelling en separatie in de Amerikaanse samenleving kon dus als ongrondwettelijk worden aangeklaagd. Later zette hij een algemene actie in het broeierige Zuiden op poten en richtte de Southern Christian Leadership Conference op, waarmee er een permanent orgaan tegen rassenongelijkheid kwam. Martin Luther King stond hiermee aan de wieg van de grote zwarte emancipatiebeweging. Toch viel hij nooit te betrappen op militante antiblanke uitspraken. Mahatma Gandhi's theorie van geweldloosheid beschouwde hij als zijn strijdmotto: niet door haat en geweld, maar door liefde en vreedzame samenwerking doe je een beroep op het geweten van je vijand, waardoor de blanke uit schuldgevoel over zijn gedrag wezenlijk zal veranderen. King sprak uit ervaring; hij werd enkele keren aangevallen door racisten, zijn vrouw en kind overleefden een bomaanslag op zijn huis (1956). Hij werd enige tijd door het Ministerie van Justitie afgeluisterd en in de gaten gehouden. King putte kracht en moed uit het evangelie. Bij rassenrellen suste hij de massa: 'Fysieke kracht moetje tegemoet treden met kracht van de ziel'. Aanvankelijk bereikte King veel met zijn acties, zoals concrete aanpassing van wetgeving. Hij beleefde zijn absolute hoogtepunt op 23 augustus 1963, de dag waarop hij zijn rede l have a dream' hield. Met zijn rede raakte de zwarte dominee het blanke geweten op een positieve manier - precies volgens zijn doelstellingen. Toch was dat niet de enige reden voor zijn succes. Voor velen bood hij ook een acceptabeler alternatief voor de sektarische Black-Powerbeweging. Time Magazine riep hem in 1963 uit tot 'Man van het jaar', een jaar later kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, toen nog een unicum voor een zwarte. Bij zijn eigen achterban verkocht de geweldloze boodschap echter minder goed dan voorheen; met name jongeren haakten af, uit teleurstelling over het uitblijven van wezenlijke vooruitgang. Er kwamen anti-discriminatiewetten en -regels, maar daarmee kwam er - zo bleek vooral op langere termijn nog geen einde aan de grote armoede. En het vergde wel erg veel van iemand om niets te doen als hij telkens in elkaar geslagen werd. Hun geweldloze leider ging zich in de ogen van velen te veel inzetten voor andere zaken (zoals de mondiale armoede en de Vietnam-oorlog die de aandacht afleidden van de werkelijke problemen. Aan Kings droom kwam op 4 april in 1968 een gruwelijk einde. Een steunactie voor stakende zwarte vuilnismannen in Memphis (Tennessee) liep die dag bijna uit de hand door spanningen tussen een groep militante zwarte demonstranten en een nerveuze ordepolitie. Ook King had geen vat op de demonstranten en hij werd bijna omvergelopen. Eenmaal in veiligheid in zijn hotel werd hij op zijn balkon door een sluipschutter doodgeschoten. De schok over zijn dood leidde dagenlang tot rellen, plunderingen en brandstichting. Dat was precies wat hij niet wilde: geweld met geweld beantwoorden.
Op 28 augustus 1963, toen King zijn beroemde speech 'I have a dream' hield, stond hij op de agenda als een van de laatste sprekers tijdens een enerverende vredesmars van zo'n tweehonderdduizend mensen (van wie een derde blanken) die zich hadden verzameld op het grote veld voor het Lincoln-monument in Washington. Hij keek vanaf de trap van het monument uit over een zee van mensen. De massa keek vol verwachting op naar Kings charismatische verschijning. Hij begon te spreken, eerst in een wat abstracte metafoor, maar hij raakte al snel door het aanmoedigende geroep uit het publiek ('zeg het, zeg het') af van zijn oorspronkelijke tekst die hij de avond tevoren tot vier uur 's nachts uit de losse hand op papier had gezet. Het leek of hij zich met zijn vragen direct tot God wendde (sommigen beweren inderdaad dat hij op dat moment met God in contact stond) en of hij, opgezweept door zijn eigen retoriek van herhalingen ('Ik heb een droom...', 'Nu is het moment...'), boven zichzelf uitsteeg. Met zijn aanzwellende stemgeluid nam hij zijn gehoor mee naar een hoogtepunt ('Ik heb een droom...') om vervolgens weer in rustig vaarwater te komen door te spreken over zegevierende vrijheid. Mensen die aanwezig waren bij de rede 'I have a dream' spraken over een fysieke ervaring die gevoel van innerlijke bevrijding teweegbracht, en nog steeds bezorgt zijn rede - gelezen of te horen en zien vanaf zwart-wit filmopnames - menigeen kippenvel. 'I have a dream' toonde Amerika op indringende wijze de schaduwzijde van the American dream.