Op eigen site?
 
Volksverhalen Almanak
Verhalen en sprookjes van de wereld
 
Zoek een verhaal
Wij zijn op zoek naar vrijwilligers voor onze site!
Toevoegen aan Live.com
 
 

 

 





Het portret van de onbekende koning
Rabbi Nachman - Het portret van de onbekende koning
Er was eens een koning die trots was op het vorstenhuis waar hij van afstamde. Portretten van al zijn voorvaderen hingen aan de wanden van zijn kasteel. Dit is op zich niets bijzonders, want bijna elke kasteelbewoner houdt zijn familie in ere met een portrettengalerij. Maar deze vorst probeerde van ál zijn koninklijke familieleden een portret in handen te krijgen - ook al was het de achterneef van de oudoom van zijn grootvader van moederskant. Geen land was hem te ver en geen zee ging hem te hoog om een nieuw familieportret aan zijn verzameling toe te voegen.

Nu had deze vorst een man in dienst die Moishe Segal heette. Moishe had verstand van veel zaken, maar hij was vooral vaardig op de viool en met de penseel. Vanwege zijn grote schilderstalent was hij bij de koning bijzonder geliefd. Op een dag riep de vorst hem bij zich: 'Moishe, ik heb onlangs gehoord dat er een oude koning woont op een eiland midden in de grote oceaan. Ik heb vernomen dat hij tot het oudste en meest verheven koningshuis ter wereld behoort. Ongetwijfeld ben ik ergens in de verte nog familie van hem, dus ik móet zijn portret hebben voor mijn verzameling. Daarnaast heb ik me laten vertellen dat niemand ter wereld ooit zijn gezicht heeft gezien, omdat deze koning altijd vanachter een gordijn met mensen spreekt. Dus je snapt wel, een portret van hem zou zéér zeldzaam en kostbaar zijn zijn.' 'Goed, majesteit', sprak Moishe. 'Als u me een boot geeft, een kompas en wat nieuwe schildersspullen dan zal ik mijn best doen.'
'Afgesproken', zei de koning. 'Maar het zal geen gemakkelijke tocht worden, Moishe. Want niemand weet precies waar dat eiland van die koning in de oceaan gelegen is. En men zegt ook dat het eiland omgeven is door koraalriffen en zandbanken waarop al vele schepen zijn vergaan. En wie toch alle klippen kan omzeilen en het eiland weet te bereiken, wacht daarna moerassen en dichtbegroeide oerwouden vol gevaren. Er is maar één smal pad dat daar doorheen voert en dat langs allerlei bergen en afgronden naar de stad van de koning leidt. Dat pad wordt bewaakt door duizend kanonnen en soldaten, mannen die alles kunnen horen en zien. Als ze je niet vertrouwen, dan ben je er geweest en eindig je in de slangenkuil. Of nog erger.'
Moishe knoopte dit alles goed in zijn oren. Hij maakte zich klaar voor de zeereis en vertrok. Zijn bootje en zijn verrekijker hielpen hem een eind op weg, maar het eiland van de koning aller koning-en vond hij niet. Pas na lang zwerven over de wereldzeeën kwam hij een oude schipper tegen die hem de weg kon wijzen. Deze oude zeebonk was een van de weinigen die ooit een schipbreuk bij het eiland van de onbekende koning had overleefd. Hij wilde Moishe niet alleen helpen met het aanwijzen van de zeeroute op de kaart, maar de zeeman wilde zelfs meevaren om hem langs alle gevaren te loodsen. Zo doorstonden ze stormen en orkanen, omzeilden ze rotsen en klippen en overleefden ze huizenhoge golven en draaikolken. En na lang varen, eindelijk, land in zicht!
Moishe sprong een gat in de lucht. Het eiland was precies zoals zijn koning had beschreven. Hij ging aan wal, de schipper bleef in de boot op hem wachten. Moishe vond het smalle kronkelpad en wist gelukkig hoe hij de moerassen, oerwouden en afgronden heelhuids kon passeren. Overal gaapten schietgaten van kannonnen hem aan en hielden duizend paar soldatenogen hem scherp in de gaten. Maar een man met alleen schildersspullen bij zich is niet snel verdacht. Dus kon Moishe zonder al teveel hindernissen de stad van de onbekende koning vinden. Zijn zoektocht was hem tot nu toe erg meegevallen. Maar het uiteindelijke doel moest nog bereikt worden: bij de onbekende koning terecht komen, zijn gezicht ontdekken en schilderen.
Moishe nam zijn intrek bij een herberg in de stad. Binnen gaf hij zijn ogen en oren goed de kost, want hij wilde wel eens weten wat voor land het was en wat voor mensen het waren waarover de koning regeerde. Overal waar hij keek zag hij sombere en boos kijkende mensen. De een zat dronk-en in een hoek met een kruik bier, de ander maakte ruzie met de waard over het eten, weer een ander gaf iemand aan een andere tafel een stomp in zijn buik. 'Wat is hier aan de hand?', vroeg Moishe zich af. Hij liep naar de herbergier en vroeg: 'Is jullie volk in oorlog? Of is de oogst van het land soms mislukt?' 'Nee, hoe komt je daarbij?', antwoordde de waard. 'De mensen hier zijn allemaal zo slecht gehumeurd en ontevreden, iedereen lijkt ruzie met iedereen te hebben.' 'Ach meneer, dat is allemaal de schuld van de koning.' 'Legt me dat eens uit', vroeg Moishe.
De waard begon te vertellen hoe slecht het land geregeerd werd, hoe eigenwijs, inhalig en heerszuch-tig de koning wel niet was. 'Met elke andere koning zou dit land beter af zijn. Maar niemand durft het tegen die tiran op te nemen, iedereen vreest hem.' 'Heeft u de koning wel eens met eigen ogen gezien?', vroeg Moishe. 'Ik zou niet durven', antwoordde de herbergier. 'Trouwens, niemand in dit land weet hoe hij eruit ziet, want de koning verlaat nimmer zijn paleis en zit altijd achter een gordijn verborgen.' Moishe luisterde aandachtig naar het verhaal van de waard en trok vervolgens de stad in.
Overal waar Moishe keek leken de woorden van de herbergier te worden bevestigd. Want hij zag op straat burenruzies en familietwisten, hij zag dronken mannen vechten en vrouwen schelden als viswijven. Hij zag kinderen appels stelen bij de groenteboer en oude mensen elkaar wegduwen bij de bakker. Hij zag oplichters, dieven en vechtersbazen in alle soorten en maten. Een stad vol schurken. 'Als de koning hiervoor verantwoordelijk is, dan moet het inderdaad een wrede heerser zijn', dacht Moishe. Hij werd nog nieuwsgieriger naar die man dan hij al was.
Bij de bouwvallige synagoge in de stad trof hij een oude koster in tranen. 'Wat is er aan de hand?', vroeg Moishe. 'Gisteren is onze Thorarol gestolen', sprak de koster. De Thora waarin notabene geschreven staat "Gij zult niet stelen". We zijn reddeloos verloren!' 'Misschien moeten u en uw landgenoten eerst de koning eens afzetten, wie weet dat het daarna beter gaat', sprak Moishe. 'Aan de koning ligt het niet, hij is eerlijk en rechtschapen.' Moishe spitste zijn oren. Die woorden had hij nog niet eerder gehoord. 'Hoe zit het dan met al die liegende en bedriegende inwoners hier, ik heb ze overal gezien. 'Ach', verzuchtte de sjammes. 'Ogen zijn niets waard als het hart blind is, alleen het hart begrijpt. De mensen leven hier slecht, omdat er zoveel slechte mensen leven.'
'Ik wil uw koning graag eens ontmoeten. Weet u een manier?', vroeg Moishe aan de sjammes. 'Ja, ik weet een weg', sprak de man. 'Haast niemand weet dat de koning met onze rabbijn elke week een gedeelte uit de Thora bestudeert. De rabbi reikt door het gordijn de koning altijd eerst een zilveren jad aan - het aanwijsstokje waarmee je de tekst van de Thora goed kunt volgen. Die jad is een wegwijzer naar wijsheid. Daarna gaan ze samen lezen en studerdn. Vraag de hofdienaars om een gesprek met de koning en bied hem daarna deze jad aan.' De koster gaf hem het zilveren aanwijs-stokje en Moishe vertrok met jad en schildersspullen naar het paleis.
Moishe deed precies zoals de sjammes hem had verteld. Hij kwam in de troonzaal van het kasteel en werd voorgeleid aan de koning die achter een groot, roodgluwelen gordijn zat. 'Wat brengt u hier?', vroeg de koning. 'Dit', sprak Moishe en stak zijn hand met de zilveren jad door het gordijn. 'Hoe kom je daaraan? Waar heb je die gejat? Wil je me daarmee soms omkopen?', zei de koning boos. 'Nee', antwoordde Moishe. 'Ik heb hem gekregen van een dienaar van de synagoge. Hij vertelde me dat deze zilveren hand een wegwijzer is naar wijsheid en waarheid, zodat het blinde hart leert zien.' 'Wie zegt mij dat je rechtschapen bent?', vroeg de koning. 'Daarop zult u moeten vertrouwen', reageerde Moishe. 'Zoals ik erop vertrouw dat u een eerlijke koning bent, al kan ik u niet zien. Ik heb gehoord hoe allen kwaadspreken over u, maar ik geloof hen niet.'
De koning was verbaasd dat een vreemdeling het geroddel van zijn onderdanen had vernomen, maar het tóch niet geloofde. Maar meer nog was de koning verwonderd dat diezelfde vreemdeling de moeite had genomen om de waarheid te achterhalen en hem op te zoeken. Wie was deze man? Met een ruk trok de koning het gordijn weg en zag daar Moishe staan. 'Wie ben je?', vroeg de koning. 'Ik ben een eenvoudig man die Moishe Segal heet en ik zoek naar het gezicht van een waarachtig en eerbiedwaardig koning. Uw gezicht, majesteit.'
Moishe zag aan de ene kant wijsheid en kracht in de ogen van de koning, maar aan de andere kant bespeurde hij ook verdriet en pijn in zijn gelaat. 'Waarom kijkt u zo droevig?' 'Hoe meer kennis, hoe meer verdriet. Telkens als ik de heilige boeken lees, ontdek ik hoezeer ik en mijn volksgenoten zijn afgedwaald van de goede weg van God. Ik geef het grif toe: mijn onderdanen gedragen zich als onwetende schapen en meedogenloze wolven. Ze liegen en bedriegen de hele dag door en vegen hun voeten af aan Gods geboden. De hand die hen de weg wijst, slaan ze kapot.' 'Maar waarom grijpt u als koning dan niet in?', vroeg Moishe. 'Ik heb mijn gelaat voor hen verborgen en ik bid voor mijn volk. Meer kan ik niet doen. Ik wil als een vader voor hen zijn die zijn hart openstelt en die zijn kinderen ondanks alles liefheeft. Zelfs wanneer mijn kinderen niet gehoorzamen, probeer ik dat met de mantel der liefde te bedekken.'
Eindelijk had Moishe het ware gelaat van de koning gezien. Moishe pakte zijn verf, doek en penseel en begon te schilderen. Ogen vol liefde, een rechtschapen neus en een mond vol wijsheid, precies zoals de koning in werkelijkheid was. Want Moishe keek niet alleen met zijn ogen, maar ook met zijn hart. Hij schilderde als nooit tevoren en onder zijn handen verscheen langzaam een zeldzaam portret. Met dat schilderij reisde Moishe terug naar zijn land en bood het tenslotte zijn eigen koning aan.
'Je hebt jezelf overtroffen, Moishe Segal!', sprak de koning bewonderend. 'Wat een vakmanschap! Ik zal je hiervoor rijkelijk belonen en in de adelstand verheffen.' 'Majesteit, rijkdom of aanzien is niet wat ik zoek. Ik vraag slechts één ding van u. Hang dit portret op de mooiste plek in de hal van uw kasteel, zodat u, ik en vele anderen er dagelijks naar zullen kijken. Misschien dat iets van de ware schoonheid van dit gezicht ooit nog eens op ons zal afstralen.'
De koning vond dat een uitstekend idee. Eerst liet hij alle andere familieportretten die in de paleishal hingen weghalen en daarna hing hij dat éne schilderij op. En ieder die er daarna langsliep werd gegrepen door het wonderschone


* * * EINDE * * *


Toelichting: Een verhaal van rabbi Nachman van Bratslav dat zich vooral als een parabel laat lezen. De oude koning op het eiland wiens gelaat verborgen was, verwijst naar de onzichtbare God.
Rabbi Nachman van Bratslav (1772-1810), achterkleinzoon van de Baäl Shem Tov. Rabbi Nachman geldt als een van de grootste en fantasierijkste vertellers onder de chassidische rebbes. Zijn sprookjes bevatten meestal meerdere lagen.
Trefwoorden: rabbi nachman, ,
Bron: Chelm is overal en andere Joodse verhalen Uitgeverij Christofoor, Zeist 2003 Prijsindicatie: EUR 17,50 (excl. verzendkosten) Verkrijgbaar/ te bestellen via: INFO@KLEZMERTRIO.NL

 

Leeftijd:
Verteltijd:
ca. 13 min.
Herkomst:
De Nationale Sprookjesbon. Elke week GRATIS een verhaal
Chelm is overal...: Verzameld en bewerkt door Gottfrid van Eck
Verzameld en bewerkt door Gottfrid van Eck
Verhaal bij het thema
TREFWOORDEN:
Vind gelijksoortige verhalen via onderstaande trefwoorden:


Meer informatie over "Het portret van de onbekende koning" via meer info
Stichting Beleven

Coehoornstraat 35
6811 LA Arnhem
www.beleven.org

 

 

Nieuwste verhaal:
Zoek op internet:


Lees ook:
Nieuwsbrief
inschrijven
voorbeeld Nieuwsbrief voorbeeld
RSS-feed Verhalen
RSS-feed Feesten
RSS-feed Vandaag de dag