TOELICHTING:De reis die in dit Vlaamse verhaal beschreven wordt is zeer wonderlijk en bevat enorm veel sprookjesmotieven. Het afdalen in de put is een symbool voor de overgang naar volwassenheid, maar ook voor de overgang tussen leven en dood. Er komen veel symbolische getallen in voor (drie reuzen, drie nachten, zeven jaren en zeven weken). Met behulp van de tovermiddelen van het oude vrouwtje helpt de jongen de dieren, die in ruil daarvoor hem dan weer van dienst zijn. Ook dit is een zeer bekend motief. Het stukslaan van een eitje op het voorhoofd van een reus of tovernaar is een bekend middel om een betovering te verbreken. Zie o.a. het Italiaanse wondersprookje
De vampier.
Naar: P. de Mont en A. de Cock, "De drie haren van de duivel," Uitg. Beckers, Antwerpen, 1981, p. 26-37. (Nieuwe bewerking door A. van Hageland van P. de Mont en A. de Cock, "Wondersprookjes," Gent, 1983).
| TYPERING: | Een inwijdingssprookje uit België vol bekende sprookjesmotieven |
| SOORT: | Wondersprookje, Sprookje, Volkssprookje, Inwijdingssprookje |
| HERKOMST: | België |
| LEEFTIJD: | Voor kinderen vanaf 10 jaar en ouder |
| VERTELTIJD: | ca. 22 min. |
| TREFWOORDEN: | 3 getal, 7 getal, ei, reus, ziel, vogels, koeien, mieren, zon, maan, wind, put, kaartspel, betovering, monster |
| MOTIEF: | dier als helper, hulp bij opdrachten, onttovering |
| FEEST/VIERING: | |
| BRON: | "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Reizen. Verhalen over avontuurlijke reizen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" verschenen bij Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1991. |
| |