TOELICHTING:Zie ook:
De zoete pap en
De geldmolen.
Een andere versie van dit verhaal staat in het Lexicon lemma van het Meertens Instituut (AT 0565 - The Magic Mill):
Een matroos, Jan, krijgt op een oudejaarsavond - zijn schip ligt ingevroren in de haven - verlof om naar huis te gaan. Op weg naar huis, in een bos, bevrijdt hij de grootmoeder van de duivel, die al zevenhonderd jaar in een boom opgesloten zit, door bij de laatste klokslag van twaalf uur een pin uit deze boom te trekken. Zij vliegt met hem naar de ingang van de hel. Het is er zo heet dat hij er koud van wordt. De duivel biedt hem als beloning al de heerlijkheden van de wereld aan, maar op advies van diens grootmoeder kiest hij een oude koffiemolen die in de hoek staat.
Het blijkt een tovermolen; hij kan alles draaien wat de bezitter wil, als hij hem linksom draait met de woorden: "Maal molen!" Met rechtsom draaien en "Halt molen!" roepen stopt hij weer. Jan wordt nu een grote meneer en reist met zijn molen de hele wereld af. Tenslotte laat hij een schip bouwen. De stuurman, nieuwsgierig geworden naar de bron van de onuitputtelijke rijkdommen van zijn meester, boort een gat in de wand van diens kajuit, bespiedt hem en komt zo achter het geheim van de molen. Met de bemanning gooit hij Jan over boord.
Ze willen de molen uitproberen en beginnen met zout; dat heeft de kok net nodig. Maar de stuurman heeft niet gezien hoe Jan de molen stopte en wat ze ook doen, de molen blijft doormalen zodat het schip onder het gewicht van het zout zinkt. Nog altijd ligt de molen op de bodem van de zee en nog altijd maakt hij zout en zo komt het, dat het water in de zee altijd zout blijft, ook al loopt er nog zo veel zoet water in.