Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 16 min.
Herkomst:

Het Basilicummeisje Een volksverhaal uit Turkije over het slimme basilicummeisje

Er was ooit, of was er nooit? Ja, er was eens een prins. Die prins reed iedere dag op zijn paard langs een tuin. In die tuin kweekte een mooi meisje basilicum en was altijd druk bezig dat heerlijke kruid water te geven. Toen de prins er op een dag weer langskwam zag hij het meisje. Hij liet zijn paard stilstaan en riep:
"Basilicummeisje, Basilicummeisje,
Dag en nacht geef je de basilicum water,
Hoeveel blaadjes heeft de basilicum?"
Maar het meisje antwoordde:
"Jij bent een koningszoon, een prins,
Jij rijdt rond op je paard,
De teugels van de wereld liggen in jouw handen,
Hoeveel sterren staan er aan de hemel?"
De prins ergerde zich een beetje dat het meisje zo brutaal was, maar hij zei niets en reed verder. Vanaf die tijd maakte hij er een gewoonte van: altijd als hij langs die tuin kwam, vroeg hij aan het meisje:
"Basilicummeisje, Basilicummeisje,
Dag en nacht geef je de basilicum water,
Hoeveel blaadjes heeft de basilicum?"
En het meisje antwoordde op haar beurt ook iedere keer met hetzelfde versje. Op een dag zei de prins bij zichzelf: "Tuinmannen houden van lever, laat ik voor dat meisje eens een lever kopen. Dan breng ik haar die." Zo gezegd zo gedaan. Bij de tuin gekomen riep hij weer:
"Basilicummeisje, Basilicummeisje,
Dag en nacht geef je de basilicum water,
Hoeveel blaadjes heeft de basilicum?"
En het meisje gaf als altijd hetzelfde antwoord:
"Jij bent een koningszoon, een prins,
Jij rijdt rond op je paard,
De teugels van de wereld liggen in jouw handen,
Hoeveel sterren staan er aan de hemel?"
De prins zei toen: "Meisje, kom eens kijken wat ik voor je heb gekocht." Het meisje kwam naar hem toe, en net toen ze op haar tenen ging staan om de lever aan te pakken, boog de prins zich vanaf zijn paard voorover en gaf haar een smakkerd. Maar het Basilicummeisje was ook niet mis, ze pakte de lever stevig vast en sloeg er de prins mee in zijn gezicht.

Toen zei de prins: "Haha, die is voor een lever gekust!" Het meisje liet zich niet onbetuigd, ze had haar antwoord al klaar en kaatste de bal terug: "Haha, die is voor een lever geslagen!" Toen zei de prins: "Meisje, je zult me een tijd niet zien. Ik ga naar Lebbi." - "Veel geluk, mijn heer, een goede reis en kom goed weerom!"

Nu was het Basilicummeisje in haar hart echter stilletjes verliefd geworden op de prins, ze was van hem gaan houden. Toen de prins weg was, holde ze meteen naar binnen, trok mannenkleren aan en bond haar haren samen. Ze sprong op een paard en kwam eerder dan de prins aan in het land dat Lebbi wordt genoemd. Daar zette ze een tent op en ging zitten wachten.

Toen ze in de verte de prins zag aankomen, nam ze haar paard bij de teugels en deed of ze ook toevallig in die contreien rondreisde. De prins steeg vlakbij de tent van het meisje van zijn paard en zette zijn tent ook op.

Het meisje, van wie de prins niet anders dacht dan dat het een jongen was, ging meteen koffie zetten. Want omdat de prins als laatste was gekomen, was hij in zekere zin de gast en was het dus nodig hem iets te drinken aan te bieden. Ze kwam met de koffie en ze gingen zitten. Na elkaar nog eens begroet en verwelkomd te hebben, besloten ze een potje te schaken. De prins zei: "Ik heb een gouden amulet, als jij mij verslaat, dan is die voor jou." En het meisje zei: "Als ik verlies, dan geef ik mijn mooie dienares die ik bij mij heb, voor één nacht te gast aan jou." De eerste partij verloor de prins. Hij haalde zijn gouden amulet te voorschijn en gaf die aan het meisje. In de tweede partij werd het meisje verslagen.

Toen het avond was geworden, ging het meisje naar haar tent, kleedde zich om als meisje en maakte zich mooi. Ze kwam bij de prins en vlijde zich in zijn armen. De prins dacht dat zij de dienares was van de jongeman die hij met schaken had verslagen. Hoe kon hij ook anders weten? Nog voor het ochtendgloren kwam het meisje uit de tent van de prins, brak haar eigen tent af en reed terug naar huis. Precies na negen maanden en tien dagen bracht zij een zoon ter wereld.

Toen het zomer was geworden en haar zoon inmiddels zo'n drie, vier maanden oud was, kwam de prins weer op zijn paard aangalopperen. Hij kwam bij de tuin en begon meteen weer met zijn plaagliedje:
"Basilicummeisje, Basilicummeisje,
Dag en nacht geef je de basilicum water,
Hoeveel blaadjes heeft de basilicum?"
En het meisje zei als vanouds:
"Jij bent een koningszoon, een prins,
Jij rijdt rond op je paard,
De teugels van de wereld liggen in jouw handen,
Hoeveel sterren staan er aan de hemel?"
De prins zei: "Haha, die is voor een lever gekust!" En het meisje antwoordde: "Haha, die is voor een lever geslagen!" Toen zei de prins: "Meisje, je zult me weer een tijd niet zien, ik ga naar het land Tsjienie (China)." - "Veel geluk, mijn heer, goede reis en kom goed weerom!"

Net als de vorige keer verkleedde het meisje zich weer snel als jongen en kwam eerder dan de prins aan in het land dat Tsjienie wordt genoemd. Ze zette haar tent op en wachtte, net als in Lebbi, de prins op. Weer gingen ze zitten schaken. Ook deze keer werd de prins in het eerste spel overwonnen en hij gaf zijn gouden klokje aan haar. De tweede partij verloor het meisje, 's Avonds kleedde ze zich weer om en kwam, zogenaamd als dienares, met de prins slapen. De volgende morgen vroeg vertrok het meisje zonder dat de prins het merkte. Negen maanden later baarde zij een tweede zoon.

Het werd lente. De prins kwam terug van Tsjienie en reed naar de tuin. Daar riep hij:
"Basilicummeisje, Basilicummeisje,
Dag en nacht geef je de basilicum water,
Hoeveel blaadjes heeft de basilicum?"
En het meisje riep terug:
"Jij bent een koningszoon, een prins,
Jij rijdt rond op je paard,
De tengels van de wereld liggen in jouw handen,
Hoeveel sterren staan er aan de hemel?"
De prins zei: "Haha, die is voor een lever gekust!" En het meisje antwoordde: "Haha, die is voor een lever geslagen!" Daarop zei de prins: "Meisje, je zult me een tijd niet zien, deze keer ga ik naar Hindistan (India)." - "Veel geluk, mijn heer, goede reis en kom goed weerom!"

Meteen kwam ze in actie en weer kwam ze, gekleed als jongeman, eerder dan de prins aan in dat land dat Hindistan wordt genoemd. Weer verwelkomde ze daar de prins. "Wat een prachtig toeval, dat we elkaar hier nu ook weer treffen," zei ze. Toen de prins later bij het schaken de eerste partij verloor, gaf hij haar een lichte tulband van zijde. En omdat het meisje bij het tweede spel werd verslagen, kleedde ze zich 's nachts weer om als dienares, ging naar de tent van de prins en sliep met hem. De volgende ochtend ging ze, zonder de prins wakker te maken, er stilletjes vandoor. En weer kreeg ze precies na negen maanden en tien dagen een kind, deze keer een dochter. In sprookjes gaat de tijd snel.

Toen de oudste zoon van het Basilicummeisje zeven jaar was, de tweede zes, en haar dochtertje vijf, kwam de prins op een goede dag weer bij de tuin, en zei zoals altijd plagend:
"Basilicummeisje, Basilicummeisje,
Dag en nacht geef je de basilicum water,
Hoeveel blaadjes heeft de basilicum?"
En het meisje gaf ten antwoord:
"Jij bent een koningszoon, een prins,
Jij rijdt rond op je paard,
De teugels van de wereld liggen in jouw handen,
Hoeveel sterren staan er aan de hemel?"
De prins zei: "Haha, die is voor een lever gekust!" En het meisje antwoordde: "Haha, die is voor een lever geslagen!" De prins hield eigenlijk ook heel veel van het meisje, maar ja, zo'n eenvoudige tuinmansdochter kan toch niet de bruid worden van een prins? Dus zei de prins: "Meisje, vandaag moet ik je iets vertellen. Ik ga trouwen." Meteen gaf hij zijn paard de sporen en reed weg.

Het meisje ging direct aan de slag, ze deed haar oudste zoon zijn goede kleren aan en hing de gouden amulet om zijn hals. Ook de tweede kleedde ze netjes aan en ze speldde het gouden klokje op zijn borst. Haar dochtertje trok ze een mooi feestelijk jurkje aan en deed de zijden tulbanddoek over haar hoofdje. Ze leerde de kinderen een speciaal liedje en vertelde hun wat ze moesten doen. Zo kwamen de drie kinderen hand in hand de tuin van de koning in en ze zongen:
"Kom prins, we gaan naar het paleis, kom mee,
Ons zusje de prinses nemen we met ons mee,
We gaan naar de bruiloft van onze vader, hoezee."
Ze bleven in de tuin van het paleis rondlopen en zongen steeds hetzelfde liedje. Het werd avond en nog sprongen en zongen de kinderen daar rond. De heren en dienaren zeiden tegen hen: "Hé daar kinderen, het is al avond, zouden jullie niet eens eindelijk naar huis gaan, zeg!" Op dat moment zetten de kinderen als uit één mond een ander wijsje in:
"Heer Lebbi, Heer Tsjienie,
Zeg tegen Vrouw Hindistan
Dat ze ons wegjagen uit
Het huis van onze vader."
En ze zongen dit luidkeels met huilende uithalen. De koningin hoorde dat geschreeuw en gejammer en kwam kijken. Ze vroeg aan de kinderen: "Waarom huilen jullie? Wat willen jullie? Waarom ga je niet naar huis?" Maar ze deden er nog een schepje bovenop en zongen weer huilend als uit één mond:
"Heer Lebbi, Heer Tsjienie,
Zeg tegen Vrouw Hindistan
Dat ze ons wegjagen uit
Het huis van onze vader."
De koningin keek eens goed en zag dat de kinderen de amulet, het klokje en de tulbanddoek van haar zoon droegen. Ze liet de prins roepen en ze zei: "Kom eens even kijken, mijn zoon, wat willen die kinderen? En wat ze daar hebben, hoe komen ze daaraan?" Weer zongen en huilden de kinderen in koor hetzelfde liedje:
"Heer Lebbi, Heer Tsjienie,
Zeg tegen Vrouw Hindistan
Dat ze ons wegjagen uit
Het huis van onze vader."
De prins zag toen ook dat de kinderen stuk voor stuk de geschenken droegen die hij bij het schaken had weggegeven en hij begreep alles. Hij vroeg aan de kinderen: "Waar is jullie huis?" De kinderen wezen in de verte en zeiden: "Kijk, daar, in die tuin daar." De prins ging direct terug naar het gebouw waar de bruiloft plaatsvond en zei tegen de bruid: "Ik wist er echt niets van, maar nu blijk ik al drie kinderen te hebben! Wees jij dus voortaan mijn zuster!" Snel zond hij een koets naar het Basilicummeisje om haar naar het bruiloftshuis te halen en hij liet haar op de bruidstroon plaatsnemen. De bruiloft begon weer van voren af aan en er werd veertig dagen en veertig nachten feest gevierd. Hun doel was bereikt, hun wensen vervuld. Ze leefden nog lang en gelukkig.


*   *   *

Het Basilicummeisje Samenvatting
Een volksverhaal uit Turkije over het slimme basilicummeisje. Als een knappe jonge man een meisje het hof maakt en haar daarna in de steek laat, zorgt zij er op er een slimme manier voor dat ze toch bij hem in de buurt komt. Pas als ze drie kinderen van hem heeft maakt ze zich bekend. Lees het verhaal

Toelichting
Een verhaal uit de Turkse verteltraditie. Dit verhaal is een versie van het Marokkaans sprookje: Aïcha, de dochter van de koopman. Hetzelfde motief is ook te vinden in: De Geduldsteen.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Reizen. Verhalen over avontuurlijke reizen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" verschenen bij Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1991.

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 16 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook