TOELICHTING:Bron: Volkskunde, tijdschrift voor Nederlandsche folklore, 20e jaargang, Gent/Deventer, 1909, p. 61. Bijdage van Boekenoogen met de aantekening dat het verhaal in 1903 in Uitdam werd genoteerd uit de mond van iemand die het van zijn grootvader, een Terschellinger, had gehoord. Zie de
databank van het Meertens Instituut voor de originele versie.
Het verhaal bevat elementen die niet helemaal des sprookjes zijn; de invloed van sage en legende is onmiskenbaar.
Ook al was Nederland het eerste land waar de gerechtelijke vervolging van heksen ophield (1610), toch bestond tot diep in de 19e eeuw op de dorpen het geloof aan heksenfamilies. Heksenkunst, zo werd gefluisterd, vererft van moeder op dochter. Een meisje dat tot het
heksenvolk behoorde, werd nooit door een jongen gevraagd.