Informatie over: Het verhaal van de drie koningen
SAMENVATTING:
In de bijbel van de christenen wordt het verhaal van wat er gebeurde na de geboorte van Jezus beschreven in het Nieuwe Testament en wel in het evangelie volgens Matteüs. In de nieuwe bijbelvertaling worden de drie koningen (of ook wel de drie wijzen) aangeduid als de drie magiërs.
TOELICHTING:
De Wijzen uit het Oosten of de Drie Koningen zijn, binnen de christelijke traditie, de Oosterse magi die Jezus Christus vlak na de geboorte kwamen vereren en geschenken kwamen brengen.
De vermelding van de wijzen in de bijbel is betrekkelijk summier: slechts in het Evangelie naar Matteüs wordt van hun aanbidding verteld. Hun precieze herkomst, hun namen, ja zelfs hun aantal worden niet vermeld.
Wel wordt verteld dat de wijzen vanuit het Oosten naar Jeruzalem kwamen omdat ze een ster hadden gezien. Uit de verschijning van de ster hadden zij opgemaakt dat de langverwachte, ware Koning der joden zojuist was geboren. Toen dit de niet-ware Koning der Joden, Herodes, ter ore kwam ontbood deze de wijzen aan zijn hof en gaf hen de opdracht om uit te vinden waar deze pasgeboren Messias zich precies bevond. Hij speldde de wijzen op de mouw dat hij die informatie nodig had om de zuigeling hulde te gaan bewijzen.
De wijzen togen vervolgens naar Bethlehem (de plaats waar volgens de joodse traditie de Messias geboren zou worden) en zagen opnieuw een opvallende ster aan het firmament. De ster ging hen voor en bleef staan boven de plaats waar het kind was geboren. Op die manier vonden de wijzen Maria en de pasgeboren Jezus. Ze vielen op hun knieën en boden het kind goud, wierook en mirre aan.
In een droom werden de wijzen tenslotte gewaarschuwd niet naar de sluwe Herodes te gaan. Ze keerden stiekem naar hun land terug.
Legendevorming heeft het Matteüsverhaal uitgebreid. Blijkbaar is uit het aantal geschenken de conclusie getrokken dat er drie wijzen moeten zijn geweest. Het specifiek oosterse aspect van de magi is veranderd in de voor een West-Europees publiek meer herkenbare koningen. De drie koningen zijn: Caspar (een 20-jarige Aziatische jongeman), Melchior (een 60-jarige, blanke, Europese grijsaard met een baard) en Balthasar (een 40-jarige, bebaarde, zwarte man uit Saba (Ethiopië). Elke koning vertegenwoordigt daarmee een werelddeel; en staan symbool voor de 3 leeftijden van de man. Volgens de legende werden de koningen later gedoopt door Sint Thomas. Ze zouden daarna bisschoppen zijn geworden in India.