Wereld Feesten Almanak


Gezellig griezelen: Halloween in Nederland

door John Helsloot

Dat zich in de feestcultuur voortdurend veranderingen voordoen, hebt u ongetwijfeld zelf ervaren. Er zijn feesten die tegenwoordig anders gevierd worden dan vroeger, de animo voor sommige feesten neemt af, maar ook komen er nieuwe feesten bij. Halloween is een sprekend voorbeeld van zo’n geheel nieuw feest. Halloween wordt gevierd op de avond en in de nacht van 31 oktober. Misschien hebt u wel eens iets van de viering van dit feest gezien, in uw omgeving of via de media. De kans is groot dat u er wat onwennig tegenover stond, want Halloween is in Nederland een betrekkelijk nieuw fenomeen. Over hoe zich Halloween in Nederland heeft weten te nestelen gaat deze bijdrage.

Amerikaanse herkomst

HalloweenAl is Halloween in vroeger eeuwen ook in Engeland, Schotland en Ierland gevierd, het heeft vooral als een Amerikaans feest Nederland bereikt. Kenmerkend voor Halloween in de Verenigde Staten is de alomtegenwoordigheid van het ‘griezelige’. Een oranje pompoen, uitgesneden in de vorm van een gezicht met een gemene grijns en met daarin een lichtje, is symbool bij uitstek van het feest. Deze pompoenen en allerlei daarvan afgeleide versieringen dienen om het interieur en de omgeving van het huis te versieren. Belangrijker zijn de verkleedpartijen waartoe het feest aanleiding geeft. Met een gespeelde en opgewekte boosaardigheid hullen kinderen en, vooral in de grote steden, volwassenen zich in bizarre en macabere kostuums - al is er al enige tijd ook een tendens om ‘gewoon’ verkleed te gaan, bijvoorbeeld als stripfiguur of bekend politicus.

Zo uitgedost gaan kinderen rond om snoep op te halen met de traditionele dreigende aansporing trick or treat (door winkelketen Intratuin wat braaf vertaald als ‘halen we een trucje met u uit, of deelt u snoepjes uit?’) en nemen volwassenen deel aan speciale Halloween-party’s. In wijken van grote steden als New York, San Francisco en Los Angeles worden door volwassenen bovendien carnavaleske optochten (parades) gehouden, waarin soms lugubere taferelen worden uitgebeeld. Deze vormen van Halloween vieren zijn in Amerika in een niet al te ver verleden ontstaan. Het bedelen van kinderen aan de huizen dateert uit de jaren ’40 en ’50 van de twintigste eeuw, terwijl de deelname van volwassenen aan Halloween en de parades vanaf de jaren ’70 op gang zijn gekomen. Opmerkelijk is dat ook de nadruk op het ‘griezelige’ pas uit die tijd dateert. Door de groeiende populariteit en zichtbaarheid van het feest werd Halloween in Amerika steeds meer als een typisch Amerikaans feest gezien. Voor zo’n feest, Amerikaans en bovendien extravagant, ontstond in de loop van de jaren ’90 elders in de wereld een toenemende belangstelling. Dat was ook in Nederland het geval.

Langs diverse kanalen raakte men in Nederland met Halloween bekend. Grote invloed is uitgegaan van de reeks Amerikaanse griezelfilms met ‘Halloween’ in de titel, van de eerste uit 1978 tot Halloween H20 (1998), aangeprezen als “een avondje bloederige pret”, en talrijke soortgelijke films, al of niet in parodie. Ook in hier uitgezonden Amerikaanse televisieseries, zoals Buffy the Vampireslayer, was iets van het feest te zien. Op televisie en in de pers verschenen rapportages en artikelen over de Halloweenviering in Amerika en opvallende foto’s van bijvoorbeeld de toenmalige vice-president Al Gore en zijn vrouw, voor Halloween verkleed als weerwolf en mummie. Ook Halloweenfeesten van in Nederland woonachtige Amerikanen kregen midden jaren ’90 aandacht, van het kinderfeest op de Amerikaanse school in Wassenaar tot een door vooral Amerikanen bezochte bar aan het Leidseplein in Amsterdam, waar een journaliste tot haar verrassing olijk begroet werd met “Welcome, I’m a serial killer”. Kinderen konden in aanraking komen met het feest in de bijzonder populaire boeken over de tovenaarsleerling Harry Potter, maar ook door kinderboeken van eigen bodem zoals Griezelige feestdagen (1994). Misschien wel het belangrijkst zijn de talloze sites op internet, die informatie bieden over het feest en allerlei praktische tips bevatten, van bedrijven tot verenigingen en particulieren, om de viering van Halloween vorm te geven.

Cijfermateriaal over het aantal, de leeftijd en het soort mensen dat zich tot Halloween aangetrokken voelt en betrouwbare gegevens over hun beweegredenen zijn niet voorhanden. Niettemin kunnen op grond van gegevens in kranten en op websites enkele contouren van de Nederlandse Halloweenviering en -beleving worden geschetst.

Themafeest in het uitgaansleven

Halloween kent in Nederland geen autochtone traditie, maar het voegde zich, toen het feest eenmaal bekend was geworden, naadloos in de al langer gangbare praktijk, bij discotheken, dansscholen en café’s, maar ook bij allerlei verenigingen of bijvoorbeeld een zwembad, om regelmatig een zogenaamd thema-feest te organiseren. Daarmee werd Halloween meteen toegesneden naar Nederlandse maat. “Die [Amerikaanse] traditie staat ver van mij af”, verklaarde Dave Kramers van discotheek Starlight in Nijkerkerveen. “Ik organiseer maandelijks feesten en heb daarvoor elke keer een thema nodig. Zo kwam ik op Halloween”. Edwin van Kollenburg, die in 1989 in de Amsterdamse discotheek iT een van de eerste Halloweenfeesten in Nederland organiseerde, nam Halloween over om soortgelijke redenen. “Wij nuchtere Nederlanders hebben niets met dat feest zelf. Halloween is vooral een leuke aanleiding om weer eens iets lolligs aan te trekken”. Met leuzen als ‘Dress to scare, if you dare’ werd een uitgaanspubliek, van tieners tot dertigers, aangespoord om zich voor deze feesten bizar en bewust lelijk te verkleden. De zalen werden versierd met skeletten, doodskisten, grafzerken, kruizen, vleermuizen, spinraggen en pompoenen en de gasten zijn geschminkt en verkleed als de dood, monster of vampier, als heks of spook, en bedekt met bloederige nepwonden of -littekens. Op deze feesten zijn soms horrorfilms te zien en wordt bij voorkeur spooky muziek gedraaid. De enigszins losse band met een ‘viering’ van Halloween blijkt niet alleen uit het in aankondigingen telkens gebruikte woord ‘thema-avond’, maar ook uit de soepele omgang met de data waarop deze feestavonden gehouden worden: zelden precies op 31 oktober, maar meestal op een geschikte uitgaansdag, bijvoorbeeld een zaterdag in de buurt daarvan, tot in midden november aan toe. Zelfs bij gelegenheden elders in het jaar, bijvoorbeeld een oudejaarsviering, kan het thema van een feest ‘Halloween’, in de zin van ‘griezelfeest’, zijn. In dit opzicht valt Halloween eerder tot de steeds omvangrijker wordende evenementencultuur te rekenen dan tot de traditionele reeks van kalenderfeesten.

Halloween vieren sluit goed aan bij de levensstijl van jonge mensen die regelmatig en als het kan verkleed naar een feest gaan. Zij bevinden zich overal in het land, zowel in steden, groot en klein, als in dorpen. Halloween bood hen in dit circuit een nieuwe gelegenheid om zich creatief te uiten. Volgens een gemaskerde bezoeker van een café in Axel geeft een Halloweenparty “net even iets extra’s aan je avondje uit”. Amerikaanse elementen, de wereld van horror, de sfeer van het carnaval en misschien zelfs herinneringen aan het spookhuis op de kermis vloeien kortstondig samen in een speels en vrijgevochten geheel. Het is, volgens een studentenvereniging in Leeuwarden, toch heerlijk om “je te storten in het sinistere, dat duistere wat slechts eenmaal per jaar mag”. Maar even belangrijk is het om gezien te worden. Volgens een enthousiaste Halloweenvierster (32) uit Oisterwijk is Halloween zelfs “veel beter dan carnaval. Dat gaat de laatste jaren alleen maar om het drinken. Een mooi kostuum, daar kun je trots op zijn”. In die paradoxale ‘mooie’ uitbeelding van het afstotelijke ligt de aantrekkingskracht van Halloween. Daar legt in bepaalde kringen het meer conventionele carnaval het tegen af.

‘Halloween’ is niet alleen opgepikt in het uitgaansleven, maar, zij het in bescheiden mate, ook elders in de amusementsindustrie. Dat kan variëren van een speciaal arrangement in een restaurant - “Kom een avondje Halloween spelen. Kom spoken en griezelen bij De Methoeve” - tot een bezoek met het hele gezin aan de ‘Halloweird Horrorshow’ in het pretpark Six Flags of deelname aan de sinds enkele jaren door het Achterhoekse Bureau voor Toerisme georganiseerde griezelweken, bestaande uit Halloween-, Dracula-en heksentochten, nachtspellen en horroravonden. In het laatste geval is het duidelijk dat Halloween ingezet wordt om de al langer bestaande associatie van het oosten van het land met een geheimzinnige ‘witte wievensfeer’ commercieel te exploiteren.

Kinderfeest

Hoewel op basisscholen toch vaak voorgelezen wordt uit Harry Potter en er heksen geknutseld worden, lijkt men zich daar aanvankelijk enigszins terughoudend opgesteld te hebben tegenover het feest. Halloween kwam vaak zijdelings de school in, bijvoorbeeld als de juf omstreeks Halloween jarig was, als thema van een verkooptentoonstelling voor een goed doel of om de kinderen creatief bezig te houden op de buitenschoolse opvang. Mogelijk speelt hierbij de nabijheid van Sint-Maarten (11 november), ook met pompoenen en lichtjes, maar met een heel andere, veel ‘lievere’ sfeer, een rol of de kritiek van behoudende protestanten op het verondersteld ‘occulte’ karakter van Halloween. In 2001 en 2002 verspreidde de vereniging Bijbel en School bijvoorbeeld daarover de brochure Halloween mij niet gezien! Niettemin werd het feest in 2003 op verscheidene basisscholen gevierd, waarbij opvalt dat dit vooral katholieke scholen zijn.

Net als bij de volwassenen wordt Halloween voor kinderen niet zozeer beschouwd als een onontkoombaar kalenderfeest, maar meer als een thema dat door buurthuizen, jongerencentra of speeltuinen, dus vooral buiten school, gekozen kan worden voor kinderdisco’s en -feesten. Hetzelfde geldt voor feestavonden op middelbare scholen. Ook deze feesten worden niet noodzakelijk precies op 31 oktober gehouden. ‘Halloween’ kan net zo goed het thema zijn van een kerstdiner of van de viering van de laatste schooldag op een middelbare school. De achterliggende gedachte van deze feesten is dezelfde als bij die voor de volwassenen. “Het leuke van Halloween is dat je gewoon eens een keer lekker iemand anders kunt zijn”, zei een achtjarig meisje op een Halloweendisco. Deze feestjes kunnen kinderen weer inspireren om ook thuis, met vriendjes en vriendinnetjes, Halloween te vieren. Wanneer de kinderen wat ouder zijn, doen soms zelfs hun ouders en hun kennissen graag aan zo’n Halloweenfeest mee.

HalloweenVanaf ongeveer 2000 zijn er ook wijk- en buurtverenigingen of informele groepjes, zoals enkele ouders of bewoners van een straat, die het initiatief nemen om voor hun kinderen een Halloweenfeest te organiseren. In Streefkerk trok een twintigtal geschminkte en verklede kinderen door het Zuiderbuurtje. “We kwamen”, schreef een van hen, “ook nog mijn vader tegen die met een grasmaaier achter ons aan kwam”. Ook in Eindhoven en Helmond gingen in 2001 enkele tientallen kinderen verkleed als heks en skelet, maar ook als Superman en Batman, begeleid door enkele ouders de deuren langs om snoep op te halen. “Uitgeholde pompoenen voorzien van kaarsjes, tot spoken vermomde boompjes en rammelende skeletten aan tuinhekjes maakten van de Brabantse dorpsachtige wijk [in Helmond] meer een Noord-Amerikaanse voorstad”, vond de verslaggever. In de wijk Borgvliet van Bergen op Zoom wordt sinds 2000 voor kinderen zelfs een speciale Halloweenoptocht gehouden, geopend door een sinister de trom roffelende drumband, een door paarden getrokken zwarte koets of een groep in het zwart gehulde monniken. Buurtbewoners wordt gevraagd hun huis te versieren; de mooiste straat mag zich een jaar Halloweenstraat noemen. Net als straten of wijken organiseren ook sommige winkelcentra rond Halloween voor kinderen allerlei activiteiten.

Een Halloweenfeest voor kinderen kan zo aangegrepen worden om, zoals een organisator in Helmond het zei, “de sociale contacten in de wijk bevorderen, de wijk levendiger maken. We hebben voor Halloween gekozen omdat kinderen zich aangetrokken voelen tot verkleedpartijen en lichtjes in het donker”. De bevestiging van een zeer lokaal gebonden groepsidentiteit staat voorop. Door hun plezier in voorbereiding, vormgeving en uitvoering van het feest komen door de kinderen ook de volwassenen met elkaar in contact. Via het nieuwe Halloween krijgt zo een nieuwe lokale traditie gestalte en laat men aan elkaar en de wijdere omgeving weten dat het in die straten goed toeven is. Dat dit vooral in het zuiden van het land lijkt te gebeuren, is ongetwijfeld te verklaren uit het daar, van het carnaval bekende, grotere gemak om verkleed over straat te gaan.

Pompoenen en herfstsfeer in huis

Behalve feestelijke activiteiten buitenshuis wordt ook het wonen, de versiering van huis en tuin en daarmee de sfeer en gezelligheid, steeds meer ‘gethematiseerd’ en decoratief aangepast aan de wisseling der seizoenen. Een goed voorbeeld daarvan is de sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw explosief gegroeide belangstelling voor kerstversieringen. Deze trend zette zich door in de jaren ’90 toen door telers en publiek vrij plotseling de pompoen, met name de oranje plooipompoen, als sierobject werd ontdekt. De vrijwel gelijktijdige bekendheid met Halloween versterkte die voorkeur. “Halloween is hier een trendy feest aan het worden en dus wordt de pompoen eveneens populairder”. Door een pompoen in of om het huis kon de herfst als seizoen een eigen, en daarmee ook commercieel interessant, gezicht krijgen.

Dat laatste blijkt duidelijk uit het aanbod van bloemisten en tuincentra, met name de Intratuin-keten. Naast pompoenen en kalebassen verkopen zij decoratieve Halloween-prullaria om het huis in ‘herfstsfeer’ te brengen. Om de toeloop van klanten te bevorderen worden Halloweenfolders verspreid, zijn de winkels in Halloweensfeer ingericht, de medewerkers verkleed en zijn er ‘griezelige’ activiteiten voor kinderen. Iets minder nadrukkelijk etaleren ook andere grootwinkelbedrijven in oktober Halloweenartikelen, zowel om het huis te versieren als om aan Halloweenfeesten deel te nemen.

Naast deze winkels bestaat er echter nog een ander circuit: dat van de kleinschalige amateurpompoenkwekers. Op zaterdagen in oktober verkopen zij pompoenen op hun kwekerij en geven daarbij, in een eerder gezellige dan commerciële ambiance, voorlichting over de toepassingen daarvan, zoals recepten voor pompoensoep, -jam of -taart. Deze kwekers presenteren zich als liefhebbers van “landelijke gezelligheid, buitenleven en sfeer”, die deze voorliefde graag met anderen willen delen. Kwekers en publiek vinden elkaar via bladen als Landleven en Moestuin en tijdens allerlei evenementen rond pompoenen, zoals pompoendagen, -festivals en -wedstrijden. Tussen de overwegend rustieke sferen waarin deze pompoenliefhebbers - vooral mensen van middelbare leeftijd - verkeren en Halloween lijken op het eerste gezicht weinig raakvlakken te bestaan, al wordt die verbinding wel gelegd. Sommige evenementen worden ‘in het teken van Halloween’ geplaatst, door heksen te laten rondlopen, griezelige achtergrondmuziek te draaien of een Halloweenoptocht voor kinderen te organiseren. Toch ontkomt men niet aan de indruk dat Halloween in deze kringen niet meer dan een aanvullende legitimatie betekent om met pompoenen bezig te zijn.

Betekenissen

Het uit Amerika afkomstige Halloween kan mensen in Nederland inspireren tot feesten en versieringen. Hebben ze daarbij, behalve natuurlijk dat het ‘leuk’ is, nog andere gedachten? Wat betekent Halloween voor hen?

“Veel Nederlanders hebben het idee dat [Halloween] nu door de commercie wordt opgedrongen, net als Valentijnsdag”, meende een medewerkster van een tuincentrum in Oisterwijk. “Dat is helemaal niet zo,” stelde zij, “want de Kelten vierden Halloween al in Nederland.” Zo stellig is niet iedereen, maar ongetwijfeld zijn velen via artikelen in de pers en op internetsites gaan denken dat Halloween iets te maken heeft met ‘Keltische rituelen’. In de nacht van 31 oktober op 1 november, het Keltisch nieuwjaar, “de nacht die tot de zomer noch de winter behoorde, was de scheiding tussen het rijk der levenden en het dodenrijk volgens de Kelten het vaagst”, legde bijvoorbeeld een leraar uit die op een middelbare school in Deurne een Halloweenfeest organiseerde. “De bovennatuurlijke hulp van de doden kon die nacht worden ingeroepen, maar de jaloezie van slechte geesten moest met vuren en maskers worden afgewend.” Een dergelijke verklaring van de lichtjes en van het verkleden met Halloween kan men in krantenartikelen in allerlei variaties tegenkomen. Ook de pompoen wordt in dit kader geplaatst. “Om slechte geesten gunstig te stemmen offerden zij [de Kelten] in de nacht van 31 oktober op 1 november voedsel. De pompoen is van die offers het bekendste voorbeeld geworden.”

Etnologen zijn zeer vertrouwd met dit soort verklaringen. Zij zijn immers afkomstig van eerdere generaties vakgenoten. Maar al weer heel lang heeft het vak daarvan afstand genomen omdat ze historisch niet bleken te kloppen of onbewijsbaar waren. Voor de huidige etnologen is het interessant te constateren dat de behoefte om het heden direct te verankeren in een heel ver verleden buiten de wetenschap nog steeds waarneembaar is - zoals in de populaire ‘kennis’ die in Nederland over Halloween de ronde doet. Het blijft daarbij wel de vraag in hoeverre mensen die aan Halloween doen zichzelf inderdaad serieus in een millennia-oude traditie zien staan. Alleen bij de moderne heksen of wicca’s bestaat daaraan geen twijfel. Van hun ‘oude religie’ is Halloween een van de rituelen, hun nieuwjaarsfeest. Het is, aldus een van hen, “een redelijk ingetogen feest, maar net zoals bij de commerciële opleving van Halloween, jagen ook wij boze geesten weg met maskers en lampionnen”. Bij de meeste anderen zullen aspecten als het ‘heidense’, het ‘griezelige’ en het ‘Amerikaanse’, maar ook het ‘landelijke’ ineenvloeien, waarbij afhankelijk van de situatie of de groep waarin zij zich bevinden nu eens de ene, dan weer de andere betekenislaag de overhand krijgt. Zich op een of andere manier verbonden weten met iets ‘griezeligs-heidens’ geeft ongetwijfeld een kick, waardoor men zich - even - als ‘anders’ kan presenteren.

In dit tot uiting brengen van een eigen identiteit zoeken etnologen tegenwoordig de verklaring voor de deelname aan een feest als Halloween. Hetzelfde geldt overigens voor het verzet daartegen, bijvoorbeeld door het te typeren als ‘niet-Nederlands’ - “Laat Halloween toch waar het vandaan komt”, als uiting van ‘nieuw bijgeloof’ of vanuit andere culturele maatstaven, als droevig stemmend verschijnsel - “Allerzieligst: Halloween”. Dergelijke culturele mechanismen waren enkele decennia geleden eveneens zichtbaar in de verschillende houdingen tegenover de ‘Amerikaanse’ kerstman. Het inzicht in die complexe processen te vergroten is, als steeds, ons doel bij het onderzoek naar een verschijnsel als Halloween.

Goede publikaties over Halloween zijn Jack Santino (ed.), Halloween and other festivals of death and life (Knoxville 1994), Markus Dewald, Kelten, Kürbis, Kulte. Kleine Kulturgeschichte von Halloween (Stuttgart 2002), Nicholas Rogers, Halloween. From pagan ritual to party night (Oxford 2002).

Dit artikel is verschenen in Respons, nummer 6, 2003, Meertens Instituut, p. 23-32.