Leesidee: Ridder Jan met de Kaak
Sage afkomstig uit de gemeente Voorschoten.

Doelgroep

Leerlingen van het primair basisonderwijs groep 7 - 8.

Samenvatting

Ridder Jan met de Kaak heet zo vanwege zijn misvormde kaak. Dat komt door zijn onstuimige en temperamentvolle karakter. Als jonge ridder wilde hij avonturen beleven. De Hollander vocht bij Venetië en zijn kaak werd getroffen door een kogel. Eenmaal ouder, tijdens de belegering van Sloten in Friesland, krijgt hij waarschuwende dromen: zijn leven is in gevaar. Maar Jan met de Kaak blijft de overmoedige en roekeloze jongeling die hij was in zich dragen.

Thema

- Heldendom.
- Roekeloosheid.

Werkvormen

- Stripverhalen tekenen en schrijven.

Lesopzet

a. Wanneer ben je een held? Ridder Jan met de Kaak leefde rond het jaar 1500, een periode waarin het middeleeuwse ridderdom van koene, eerzuchtige ridders, plaats begon te maken voor dat van bevelhebbers en legerleiders. Waar was de romantiek gebleven die aanspoorde tot grootse daden? Jan met de Kaak geloofde er nog altijd in. Hij trok ten strijde vol overmoed en moest het uiteindelijk met de dood bekopen. Was hij een held? Of een roekeloze zonderling, een uitstervende soort? Feit is dat toen zijn lichaam van Sloten in Friesland overgebracht werd naar kasteel Duivenvoorde bij Voorschoten, mensen massaal langs de kant van de weg stonden om hem de laatste eer te bewijzen: een kringgesprek over heldendom.

b. De sage van Jan met de Kaak is een spannend verhaal waarin veel gebeurt. Hij reisde naar Venetië, leidde de aanval, raakte gewond, werd bevelhebber, vocht tegen de Geldersen, kreeg de bijzondere eer toe te mogen treden tot 'het gulden vlies' en belegerde Sloten, waar hij waarschuwende dromen in de wind sloeg. Het lijkt wel een stripverhaal.

c. Klassikaal, bord: de sage laat zich indelen in verschillende episodes (bijvoorbeeld 12 – verzin gerust bij; de kinderjaren, weglopen van huis, Kasteel Duivenvoorde, hoe hij vriendschap sloot met het paard waarop hij naar Venetië trok, de oorlog tegen de Geldersen, de veldtocht tegen de Friezen, de belegering van Sloten, de waarschuwende dromen, een korte maar hevige romance, de verwondingen, terugblikken op zijn leven, zijn dood, de stoet paarden en wagens met zijn lichaam op weg terug). De episodes verdelen over groepjes (2 aan 2) leerlingen. Een leerling kan hierbij scenarioschrijver zijn, de ander tekenaar.

d. Klassikaal, bord: De leerlingen bedenken karaktereigenschappen van hoofd- en bijpersonage(s): lief, dapper, gemeen + een stopwoordje of klank (kreet, uitroep) die bij die persoon past.

e. De groepjes leerlingen bedenken samen het verhaal dat bij de gekregen episode past, bijvoorbeeld: 10 scènes à 1 tekening (hoe ziet Jan eruit? Kasteel Duivenvoorde, zijn paard, een veldslag); 10 bijbehorende stukjes tekst ('Jan begon door de bergen te klimmen met zijn paard aan de hand. IJskoude wind blies nietsontziend door zijn gevechtsuitrusting. Al drie dagen had hij het zonder voedsel moeten stellen…') en wolkjes gedachten en/of dialoog ('Op kasteel Duivenvoorde knappert nu het haardvuur en hangen de sappige fazanten aan het spit'/ "Vervloekte berg! Ik zal je bedwingen, mij krijg je niet klein!").
De 10 scènes staan nu op een rijtje.
Per scene werkt de een tekst uit, de ander de tekeningen.

f. De verschillende episodes verzamelen en achter elkaar door het lokaal hangen/bord.

g. Eventueel extra: voorbeelden uit het hier en nu, hoofdpersoon ben jezelf. Welk avontuur maak jij mee? Verzin een verhaal, werk het uit.

Doelstelling

- Verhalen visualiseren.

Mede mogelijk gemaakt door de gemeente Voorschoten.