Wereld Feesten Almanak


Sint Piter
Datum:
jaarlijks op 21 februari


Sint Piter

Datum: dinsdag 21 februari 2017
Land / gebied: Nederland (Grou)
Soort: Traditioneel
Nederland Het Sint Piterfeest in Grou dat veel op het Sinterklaasfeest lijkt. Het Friese plaatsje Grou in Friesland is de enige plaats in Nederland waar geen Sinterklaasfeest wordt gevierd. Hier viert men op 21 februari Sint Piter. Op de zaterdag voor 21 februari komt Sint Piter, net als Sinterklaas, met de boot aan en wordt hij geholpen door een zwarte knecht. Hij rijdt echter op een zwart paard en draagt een witte mantel.

Voor 1700 werd in maart in Friesland de komst van het voorjaar gevierd. In Grou werd het feest Sint Piter genoemd, naar Petrus, een van de twaalf apostelen van Jezus. Petrus werd beschermheilige, omdat Grou van oudsher een vissersdorp is. In 1701 werd de nieuwe kalender ingevoerd en werd het jaar 11 dagen korter. Sint Piter viel nu op 21 februari. Het feest, dat aan een woestere versie van het feest van Sint Maarten doet denken, verwaterde.

Rond 1900 zat de Sint Piterviering in een dip. Kleuterjuffrouw Jansen uit Grou bedacht de huidige Sint Piterfiguur en sinds die tijd groeit Sint Piter uit tot het feest zoals dat tot op de dag vandaag wordt gevierd.

DE GESCHIEDENIS VAN SINT PITER

Een samenvatting uit het Sint Piterboek 'k Wit ien dei yn't jier...

Uitgave: Sint Piterkomitee Grou, februari 2004
http://www.sintpiter.nl/Geschiedenis.htm

Van visser tot paus

In de bijbel staat, dat Jezus de visser Simon en diens broer Andreas vroeg hem te volgen in de nieuwe leer. Dat gebeurde en omdat Simon een trouwe en aktieve discipel was, op wie Jezus kon bouwen, noemde hij hem Petrus, wat "rots" betekent.

Toen Jezus gevangen genomen werd, wilde Petrus hem met het zwaard verdedigen, maar dat verbood Jezus. In al zijn ellende verloochent Petrus Jezus later, als hij tot driemaal toe zegt, dat hij Jezus niet kent.

Petrus trekt door Palestina, komt in Rome, waar hij de kerk opbouwt, wat er toe leidt, dat hij de eerste Paus is en hij wordt onder het bewind van Nero wreed vermoord.

In de vierde eeuw heeft de Katholieke kerk een gedenkdag voor Petrus ingesteld. Dat is de 22ste februari, die net als vele Christelijke feestdagen de dag(avond) tevoren wordt gevierd.

Petrus is nooit in Spanje geweest en was ook geen broer van Nicolaas, die 400 jaar later leefde.

De Sint Piterkerk

De nu Hervormde kerk in Grou is sinds de twaalfde eeuw aan Sint Piter gewijd. Van binnen en van buiten is de kerk vele malen verbouwd en gerestaureerd.

De laatste jaren houdt de Nederlandse Hervormde Gemeente in de Sint Pitertijd een speciale dienst, waarvoor een Nederlands en een Fries lied zijn geschreven.

Het Christendom heeft veel gebruiken van de heidense godsdiensten overgenomen, maar er een andere betekenis aan gegeven. Petrus werd de beschermheilige van vissers en scheepslieden. Bij het uitvaren na de winter werden er vaak feesten gehouden.

Johannes Hilarides (1648-1726) dicht in het oudste Sint Pitervers, dat we kennen, over diens gedenkdag: alles wordt jong en nieuw.

Noord-Friesland

Op de Noord Friese eilanden werd het uitvaren van de vissers met optochten, grote strandvuren en veel drank gevierd De vissers gingen dan via Hamburg, Bremen, of Amsterdam naar Groenland of de Noordelijke IJszee. Iets dergelijks gebeurde ook, tot in het midden van de vorige eeuw, in b.v. Wieringen. Kroniekschrijvers melden ons, dat op veel plaatsen "Sint Pietersfeest, alles verinneweerd, freeslijk om te zien" was.

Door de kalenderaanpassing van Paus Gregorius in 1701 werd dat jaar met 11 dagen ingekort. Dat hield in, dat in het vorige jaar gesloten huurcontracten in dat jaar korter waren en dat men de contracten van Sint Piter naar 5 maart en van de landbouw van 1 naar 12 mei verschoof. De Sint Pitergedenkdag bleef echter op 22 februari gehandhaafd.

Dokkumer Wouden

In 1804 geeft H.G. van der Veen informatie over het 'Balgooien' in de streek ten zuiden van Dokkum. Op Sint Piter organiseerde de plaatselijke kastelein daar een feest, waarbij de huwelijken van het afgelopen jaar werden gevierd. De vriendinnen van de bruid maakten ballen en versierden die. Op de feestdag gingen bruid en bruidegom elk met een 'Loverbal' voor volwassen mannen en de vriendinnen met 'weeskeballen' voor de kinderen naar een stuk land De weggeworpen ballen gaven recht op een prijs, zodat het zoeken en veroveren vaak in een chaotische strijd ontaardde, waarbij soms het mes een rol speelde.

Oosterhesselen en Gees

Van alle vieringen is alleen in Grou het feest overgebleven. En in Oosterhesselen en Gees (Drenthe), waar op Sint Pitersdag nog snoep wordt uitgedeeld door in het afgelopen jaar getrouwde paren.

Grou

Hoe het komt, dat van alle Sint Pitergebruiken alleen in Grou nog een groot feest is overgebleven, ligt verborgen in het grijze verleden.

Zeker is, dat ook hier op 22 februari personeel nieuwe contracten kreeg, dat vissers en schippers in december nog niet en in februari nog net thuis waren, dat de kerk al in de twaalfde eeuw aan Sint Piter is gewijd en dat Grou pas in 1759 door een (modder)weg met Jirnsum werd verbonden. Maar leidde dit tot het vieren van Sint Piter en het buiten de deur blijven van Nicolaas?

De Halbertsma's

De bekende Grouster dokter en schrijver Eeltsje Halbertsma noemt in 1837 het Sint Piterfeest: Jongeren van gegoede burgers trokken langs de huizen met ratelende kettingen, bonsden op de deuren en strooiden pepernoten. Zijn broer Joost vermeldt in 1855 stroopbolletjes, die in zijn jeugd al door kinderen werden gezocht onder het geroep van "Ik heb mijn Sint Piter."

In zijn verhaal 'De Sint Piterboask (huwelijk)' beschrijft Eeltsje schipper Haaie die in een soort kamerjas, met snoep en speelgoed behangen, bij een arme weduwe met drie kinderen op bezoek gaat. Hij deelt daar zijn goede gaven uit en maakt bekend, dat hij zijn 'rivaal' erg zal doen schrikken, als die 's avonds bij Saapke op bezoek komt. Dat gebeurt en het 'happy end' is het huwelijk van Haaie en Saapke, die boer en boerin worden.

Dan is er nog het zogenaamde broersverhaal. Onmogelijk, maar wel een gemakkelijke verklaring voor de populariteit van Sint Piter. Lang geleden deden hij en Nicolaas alles samen. Maar ze kregen bij Jirnsum ruzie, of ontdekten, dat ze de Grouster pakjes hadden vergeten. Piter ging terug naar Spanje en kwam op zijn naamdag terug.

Waarschijnlijk zijn de vieringen uit de eerdere beschrijvingen niet wezenlijk veranderd. Na de verschijning van het weekblad 'Frisia' in 1896 worden we ieder jaar geïnformeerd door verslagen, advertenties en andere publicaties in dat blad. Grote negatieve invloed op het feest had de loterijwet, die het na 1905 onmogelijk maakte verlotingen, georganiseerd door bakkers en andere middenstanders, tijdens Sint Piter te houden.

Een en ander werd echter ruimschoots gecompenseerd, doordat kleuterjuf Riek Jansen het feest op school bracht en Sint Piter als een witte Nicolaas in het openbaar liet verschijnen. Eerst wandelend, later te paard.

Wie was juffrouw Jansen?

Riek Jansen (1879 - 1969) werd geboren in Groningen en kwam in 1901 uit Leeuwarden, waar haar ouders toen woonden, als leidster van de Nutsbewaarschool naar Grou.

Ze bleef er tot 1906, toen ze trouwde met de Brabander Cornelis Trimbach. Zeventien jaar na de dood van haar man overleed ze in het 'Oldenburgeren Gasthuis' te Nijmegen.

Zij heeft Sint Piter als een soort witte Sinterklaas in school en op straat gebracht, omdat ze meende, dat de Grouster kleuters zonder een dergelijk feest te kort kwamen. Niet iedereen was er dadelijk blij mee. "Het was te Katholiek voor Grou," vertelde haar zoon later.

De Sint Piterbeurs

De zogenaamde 'Sint Piterbeurs' was na de tweede wereldoorlog een initiatief van de Nederlandse Vrouwen Elektriciteits Vereniging (NVEV). Die ging door de leden gemaakte handwerkjes en andere verkregen geschenken in februari op een beurs verkopen. Daarmee kon men de kosten dekken van het opvoeren van een toneelstukje voor en door de kinderen in de Sint Piterweek.

Nadat de onderwijzers voor hun leerlingen een sprookje gingen opvoeren, werden beide initiatieven gebundeld. In de jaren zeventig werd de beurs een activiteit van alle Grouster vrouwenverenigingen. Deze beurs brengt ieder jaar een groot bedrag op. Het is ook het begin van de acties van de Grouster middenstand. De opbrengst komt ten goede aan het sprookje en het uitgeven van boeken en Sint Piterspelletjes voor de kinderen.

Het Sint Pitersprookje

Vanaf 1946 gingen de leerlingen van de hoogte klassen van de openbare school in december naar het Sinterklaassprookje in Leeuwarden.

Maar in 1950 vonden drie leerkrachten, pas nieuw aan de school, dat niet passend. "We kunnen het zelf wel doen met Sint Piter." En zo werd in 1951 'Ali Ben Hassan' opgevoerd voor de jeugd en 's avonds voor de ouders. Er ontstond een traditie, die tot nu toe steeds is blijven bestaan.

In 1958 werd het zogenaamde tweetalig onderwijs ingevoerd met in de onderbouw het Fries, de moedertaal van praktisch alle leerlingen.

Mede daardoor werden vanaf 1959 alleen Friestalige sprookjes opgevoerd, geschreven door Grousters, of onderwijzers, die daar ooit voor de klas hebben gestaan.

Het eerste Friestalige sprookje was "Piterke en de Marwiven," gebaseerd op een gedicht van Eeltje Halbertsma over een heks die 's avonds het dorp onveilig maakte voor kinderen.

De zeer eenvoudige uitvoering van 1951 groeide langzaam uit tot professionaliteit in regie, grime, kleding, decorbouw, geluid, belichting en muziek. Voor diverse onderdelen zijn speciale werkgroepen gevormd. Aan al die onderdelen wordt in het hoofdstuk aandacht besteed.

Het 'mearke' is één van de pijlers van het huidige Sint Piterfeest.

De Sint Piteruitgaven

Het enige echte Sint Piterliedje, volgens Teake Hoekema, is:"Sint Piterdei, dan grienet de wei." Het stamt uit de zeventiende eeuw en is opgenomen op een in 1990 uitgegeven CD. Het nog steeds meest populaire Sint Piterliedje is van Cornelis Wielsma (1845 - 1922), onderwijzer te Grou. Hij schreef het als Fries Sint Nicolaasversje in 1870: "'k Wit ien dei yn ’t jier." Het is alleen, na een kleine wijziging, bekend geworden als Sint Piterversje.

In 1959 werd door onderwijzend personeel een eerste bundel verhalen en gedichtjes uitgegeven.met onder andere zelfgemaakte en bewerkte (Sinterklaas) liedjes.

Nadien volgden nog vele uitgaven van boekjes, spelletjes, grammofoonplaten en een CD voor kinderen, alsmede een tweetalig voorlichtings(foto)boekje voor volwassenen.

Sint Piter thuis

Er zijn, na het verhaal "De Sint Piterboask (huwelijk)" van Eeltje Halbertsma geen gegevens bekend, die er op wijzen, dat er tot in de twintigste eeuw veranderingen optraden in de thuisviering. Wij hebben drie schriftelijke bijdragen opgenomen van mensen die een tekening geven van de viering in het gezin.

Klaske Hiemstra schrijft, hoe ze als nieuwe bewoner van het dorp direct in de sfeer werd opgenomen door de Sint Piterbeurs, het brengen van de schoentjes van jonge kinderen naar Zwarte Piet, die dan later in de diverse winkels, gevuld moesten worden teruggevonden, de aankomst op zaterdag met alle activiteiten daarna tot het uitzwaaien op de 21ste februari.

Griet Kleinhuis-Bijlsma vertelt van de viering in het begin van de tweede wereldoorlog. Ze herinnert zich daar weinig bijzonders van. De voorpret van het bekijken van de etalages, het opzoeken van de mandjes thuis en een keer spelletjes 's avonds in de bakkerij. Ook vertelt ze van het vieren later met de eigen kinderen en nu nog, op de zaterdag van aankomst van de Heilige, met kinderen en kleinkinderen.

Anneke Riemersma - Boonstra beschrijft haar Sint Piterfeest van 1932. 's Morgens op school spelletjes en toneelstukjes van de kinderen voor de ouders, ’s middags optocht met het muziekcorps en dan de openbare les voor andere belangstellenden, chocolademelk (zelf kopjes meebrengen) en de cadeautjes in de reeds eerder meegebrachte mandjes. Ze kreeg een prachtige pop.

's Avonds weer het 'aardappelschilbakje' opzetten, waar de andere morgen het gevraagde cadeau in zou zitten. Voor haar alleen een briefje: De Sint had het niet kunnen krijgen, maar Ratsma zou het later brengen.

Sint Piter en Sinterklaas

Tot de jaren zestig in de vorige eeuw is er nauwelijks of geen sprake van Sinterklaasviering in Grou. Uit een enquête van de jongerenorganisatie van de Partij van de Arbeid kan men afleiden, dat alleen nieuw ingekomen bewoners soms tijdelijk vasthouden aan de eigen traditie, maar dat 90% van de bevolking Sint Piter viert, 5% Sinterklaas en 5% beide.

Dat verandert in de roerige jaren zestig, wanneer in heel Nederland sprake is van een cultuuromslag, vooral door de technische vooruitgang. De maatschappelijke, politieke, mediale en verkeersveranderingen zorgen ervoor, dat ook Sint Piter onder vuur komt. Er ontstaan conflicten tussen autochtonen en nieuwe inwoners, die er steeds meer komen. Sommigen willen Sinterklaas naast of zelfs in plaats van Sint Piter. Er verschijnen (meestal in november) ingezonden stukken in de “Frisia" en zelfs spotprenten.

Dokter Schoustra, iemand met veel historisch besef en activiteiten op cultureel terrein, bedenkt zelfs een compromis, waarbij hij Sinterklaas als de heilige met geschenken ziet en Sint Piter, op historische gronden, de man van de vreugde en dankbaarheid wil laten worden. Met feest en fleur, omdat de lange winterdagen voorbij zijn. Met aandacht en gaven voor armen en gehandicapten, om die te laten delen in de vreugden van het leven. Hij ziet af van het plan, als enkele ingewijden hem weten te overtuigen tot meer optimisme ten aanzien van het bestaande Sint Piterfeest.

Vooral de hoofden van de drie lagere scholen zetten de schouders er onder en organiseren in 1970 een grote bijeenkomst van allerlei instellingen en verenigingen met de vraag: "Hoe verder met Sint Piter?"

Daaruit vloeit een breed draagvlak voort met een aantal wijzigingen in de traditionele organisatie. Zo komt er een "Breed Sint Piterkomitee," de Heilige wordt de zaterdag voor zijn verjaardag binnengehaald en een scala van activiteiten ontstaat, waardoor de overgrote meerderheid, zich heel tevreden voelt zonder de andere Sint. Een en ander past in de dan heersende gedachte, dat het eigene en bijzondere en het milieu in brede zin aandacht verdienen. Dit hoofdstuk sluit af met een schematisch overzicht, dat de overeenkomsten en de verschillen van de beide feesten laat zien.

De PR

Als steeds meer plaatselijke, regionale en landelijke media aandacht besteden aan het Sint Piterfeest, wordt besloten de voorlichting te coördineren. Het leidt tot een perschef en tot deelname van Grousters aan radio- en tv-uitzendingen. Zelfs van Sint Piter zelf. Dat laatste is niet altijd een succes, omdat de Sint soms denigrerend wordt behandeld. Ook komt Sinterklaas een keer incognito, als gast van het Sint Pitercomite naar Grou.

De PR zorgt voor een brede informatie en ook ieder jaar voor een speciale Sint Piterkrant, soms als bijlage bij het plaatselijke weekblad de "Mid Frieslander" en soms als los exemplaar. De VARA radio besteedde reeds in 1949 aandacht aan het Sint Piterfeest.

Sint Piter in het dorp

In het begin van de twintigste eeuw was Grou nog een klein dorp. Praktisch geheel omgeven door water. Twee veranderingen hebben er voor gezorgd dat het Sint Piterfeest een ander aanzien kreeg.Ten eerste het initiatief van kleuterjuf Riek Jansen, die de Heilige in het openbaar deed verschijnen. Er werd om half een 's middags op Sint Pitersdag een optocht door het dorp gehouden. Eerst liep de Sint, sinds 1908 kwam hij te paard. Na de rondgang ging Sint Piter naar de 'bewaarschool', waar de kinderen spelletjes deden en zongen in een zogenaamde openbare les en cadeautjes kregen.

De Boogstraat was toen de winkelstraat van het dorp, waar de middenstanders speelgoed, lekkernijen en andere geschenken in hun etalages of hun woonkamers ten toon stelden.

De tweede verandering was de loterijwet van 1905, die het verkopen van loten voor of tijdens het Sint Piterfeest door bakkers en de horeca verbood, wat een heel negatieve invloed had op de voorbereidingen en de Sint Piteravondfeesten in het dorp.

Crisis en oorlog

De economische crisis van de jaren dertig had ook invloed op de viering. De middenstand voelde zich genoodzaakt acties te ondernemen om het kopen van geschenken te bevorderen. De commercie bemoeide zich dus weer met het feest.

Ook tijdens de tweede wereldoorlog, blijkt uit berichten in de Frisia, waren er moeilijkheden. Zou het feest wel, of niet doorgaan? Mede doordat het weekblad in 1942 werd verboden, weten we weinig over het feest in de laatste oorlogsjaren. Wel werd het op school en thuis gevierd.

Na 1945

Na de oorlog krijgt het feest telkens meer allure door bijv. sprookjes voor de kinderen en ouderen, ook activiteiten in de lagere scholen, het eerder verschijnen van Zwarte Piet, aankomst van Sint Piter op de zaterdag voor zijn verjaardag, het organiseren van de Sint Piterbeurs door de vrouwenverenigingen, instuiven voor oud en jong op de dag van aankomst, meer belangstelling van de media en een boven alle activiteiten staande organisatie. Daardoor is het feest nu niet meer weg te denken uit de Grouster gemeenschap.

Zie ook

Meer informatie (externe link)


Een feestdag in Nederland.